53 – Jaak Timpermans

Deze week heeft Iris geen tekst voor jullie gemaakt. Ze is nochtans lang met jullie talrijke vragen bezig geweest.

Iris werd de laatste maanden volledig opgenomen door de zorg  voor haar moeder. Ze was voortdurend onrustig omdat ze de aanpak hier in het ziekenhuis te Grauwegomme niet langer vertrouwde. – Haar moeder is hoog bejaard en op die leeftijd kan alles onomkeerbaar worden – zei ze. Het was ook erg moeilijk om een dokter te kunnen spreken en bovendien merkte zij dat moeder voortdurend onder verdoving gehouden werd.

Nu heeft zij de knoop doorgehakt. Iris is op eigen initiatief met een ambulance en twee ambulanciers naar het ziekenhuis gereden om haar moeder daar weg te halen.  En ze draagt nu zelf zorg voor haar.

Vandaar dat ze nu even afwezig zal blijven.

 

Over jullie vragen: Een aantal hiervan gaan over de ouders van Sammy.

Wie waren zij en hoe gingen zij met hem om?

Ze komen hier haast niet in beeld, noch zijn vrienden of de omgeving.

We hebben ons best gedaan om hierover meer informatie te achterhalen.

Eén van de bronnen was Jaak Timpermans. Die Sammy persoonlijk heeft gekend. Al waren ze blijkbaar niet de beste vrienden.

Volgens Jaak Timpermans stonden zijn ouders in de buurt bekend als beiden vriendelijke bescheiden, hulpvaardige  en hardwerkende mensen.

Het was heel wat moeilijker om mensen uit de buurt te vinden die ons iets over Sammy zelf  konden vertellen. De meesten liep hij zonder omzien voorbij.

 

Jaak is onze naaste buur. Mijn vrouw en ik beperken ons tot een beleefdheidsgesprek. Ik ga jullie eerlijk bekennen dat wij niet zoveel van Jaak houden. Hij baat het tennisveld uit dat pal achter ons huis gelegen is. Sport is het enige onderwerp waarmee ik met hem regelmatig in gesprek ga.  Wanneer het over zijn vroegere buur ging wordt hij telkens erg  negatief.  Zijn stem doet mij aan iets of iemand denken maar ik kan ze niet thuisbrengen.Waar zou ik ze nog hebben kunnen horen…een snerpende nasale stem, die stoot vanonder een dun donker snorretje dat net de lengte van zijn dunne lippen volgt onder een scherpe neus en ogen waarvan de leden zich nooit lijken te sluiten. Alsof hij steeds op zijn hoede is, steeds wantrouwig.

Hij heeft tot nu toe niet één positief woord over Sammy tegen ons uitgesproken.

Wat we vernamen is dat Sammy’s ouders beiden een administratief werk deden. Voor zover ik heb kunnen opmaken hadden ze een betrekking bij de overheid  maar het is  niet erg duidelijk wat ze precies deden. Waarschijnlijk had hun werk iets van doen met het leger of de ordediensten.

Victor Van der Straet en Jaak Timpermans verstonden elkaar blijkbaar goed.

 

 

 

 

 

Advertenties

33 x – Grijs en Geel

Sammy’s ouders waren ongewenste kinderen.
Allebei.
Sammy zijn uniek leven, zijn unieke ouders zijn unieke sectoren in een universum.

Zijn leven waarin alles hem voorkam als uit het leven van iemand anders.

Wie?

Om het even wie, maar toch anders.
Daaraan kon hij alles in zijn bestaan herkennen.
Hij had een vader en een moeder zoals andere kinderen.
Een huis waarin hij opgroeide.
Voor ieder kind is de geboorteplaats de gewoonste plaats van de wereld.

Voor de ene is dat een paleis voor de andere een concentratiekamp.
Sammy groeide op en werd zich bewust van wie hij was en wat hem omgaf.

De wereld kreeg vorm van uit een huis langs een spoorwegberm
nabij een kleine industriestad.

Geluk is alleen zijn
Sammy kende geluk enkel als alleen zijn.
Geluk kon voor het kind nooit met iemand te samen.
Iedereen verwekte onrust, geluid, geroep lawaai, verstoring.

De ouders schenen steeds met iets bezig te zijn dat zich binnen in hen bevond.
Zij keken recht voor hen uit.

Zelden in het gelaat van het jongetje die naast hen stond en waarvan ze toch het handje vasthielden

de wereld was heel groot
– maar hij was hier, gevangen
de wereld was avontuurlijk
– maar hij zat hier, vastgehouden
en dat hij ook een leven had zoals alle anderen
– maar die anderen hadden een leven.

Sammy bestond, slechts, kreeg niet het gevoel van te…

de wereld was bedreigend beangstigend en veel te groot.
Sammy ervoer zichzelf als een personage – een bewegend punt in het bestaan

de anderen waren machten die een wereld beheersten die de zijne niet was.
Hij, zat gevangen onder een grijze stolp van regels waarin hij ronddraaide, draaide als een vlieg.
Regels en angst – grijs en geel.
Regels voor het doen, die opgevolgd dienden te worden zonder om redenen te vragen.
Een wereld van verplichtingen.

De school was zo een regel.
Het werk van de ouders. Waar de treinen hen iedere koude ochtend naartoe voerden.
De grijze speelplaats tussen de regels van angst.
En daarboven de blauwe lucht met vrij vliegende tuigen en vogels.

In de blauwe hemel lacht de natuur.
Een open ruimte met mogelijkheden.
De aarde lag daaronder, grijs en winters
en wanneer het wolkendek zich sloot
Scheen de macht van de regels over alles te heersen.
Als om de mens nog meer te straffen met het gesloten bestaan
Alle uitzicht op hoop te ontnemen.

Aan de wereld diende je te voldoen.
Tijd tikte je zwijgende aanwezigheid weg.
Tijdsdruk om gehoorzaamheid.

Spelen was enkel mogelijk wanneer de aandacht van de anderen naar iets anders gericht was.
Wanneer de volwassenen met iets onbegrijpelijks bezig waren, dan pas werd het goed. dan kreeg het kind een moment van eenzame vrijheid terug.
dan kon zijn verhaal losbarsten.
Zijn eigen wereld los van alles.

33h – Het Hemelsblauw

 

Iris Nachtegaal

Sammy’s  unieke leven, zijn unieke ouders en zijn unieke sectoren in het universeel bestaan.

Zijn leven waarin alles voorkwam als uit het leven van iemand anders. Hij was om het even wie, maar toch anders.
Daaraan kon hij alles in zijn bestaan herkennen.
Hij had een vader en een moeder, net zoals alle andere kinderen.
Een huis waarin hij opgroeide.
Voor ieder kind is de geboorteplaats de gewoonste plaats van de wereld. Voor de ene is dat een paleis, voor de andere, een concentratiekamp.
Sammy groeide op. Hij werd zich bewust van wie hij was en wat hem omgaf.
Zijn wereld kreeg vorm vanuit het huis langs de spoorwegberm
nabij de kleine industriestad.

Geluk en alleen zijn.
Sammy kende zijn geluk enkel als “alleen zijn”.
Geluk kon het kind nooit met iemand delen.
Iedereen verwekte onrust, geluid, geroep, lawaai, verstoring.

De ouders schenen steeds met iets bezig te zijn met iets dat in hen opgesloten lag.
Zij keken strak voor zich uit, zelden naar het kind, dat naast hen stond en waarvan ze het handje vasthielden

de wereld was heel groot
– maar hij zat hier gevangen
de wereld was avontuurlijk
– maar hij werd vastgehouden
dat hij ook een leven had zoals alle anderen
– Die anderen hadden een leven. Sammy bestond slechts.
kreeg nooit het gevoel van te…
Die wereld was bedreigend, beangstigend en veel te groot.
Sammy ervoer zichzelf als een personage – een stipje in het bestaan
De anderen waren machten die over een universum heersten dat het zijne niet was.
Hij zat gevangen onder de grijze stolp van regels waarin hij ronddraaide.

Maakte baantjes zoals een vlieg rond een lamp eeuwig naar een uitweg zocht.
Regels en angst – grijs en geel.
Regels voor het doen, die opgevolgd dienden te worden, zonder kenbare reden.
Een wereld van verplichtingen.
De school was zo een regel.
De ouders volgden zo’n regel wanneer ze naar nu werk vertrokken. Waar de treinen hen in de koude ochtend naartoe voerden.
De grijze speelplaats lag tussen regels en angst.
En daarboven spreidde zich hemelsbreed de blauwe lucht met vrij vliegende tuigen en vogels.

De natuur lacht in deze blauwe hemel.
De open ruimte met mogelijkheden.
De aarde daaronder verkleumde grijs en winters
en wanneer het wolkendek zich sloot
bleek de stenen macht van regels alles te overheersen.
Als om de mens nog meer te straffen door een gesloten bestaan
Alle uitzicht op hoop af te nemend.

De wereld was iets waaraan je diende te diende voldoen.
Tijd tikte je zwijgende aanwezigheid weg.
Tijdsdruk om te gehoorzamen

Spelen was enkel mogelijk wanneer de aandacht van de anderen weg gericht was.
Wanneer de volwassenen met iets bezig waren, dan werd het goed.

Dan kreeg het kind een moment van eenzame bevrijding.
Dan kon zijn verhaal in alle kleuren losbarsten.
Zijn eigen verhaal vrij van alles.
Woorden
Het kind kon alle woorden van de volwassenen nog niet verstaan.

Ze klonken voornamelijk als geroezemoes gebrabbel.
Maar er lag een kracht in scheldwoorden
Een macht die het snel ontdekte.
Die machtige woorden die verwijtend waren
die hij niet mocht zeggen
die weerwerk opleverden

En het groeten…
…het moeten groeten
zijn klakje afnemen
dag mevrouw van Meulenbeek!
dag mijnheer Janssen!

Sammy voelde zich een sprekende pop
Een afgericht huisdier

Grootmoeder had hem dat bijgebracht.

Vluchten

weg zijn – weg gaan
Hoe?
en de dood

De sterfelijkheid die hij plots ontdekte door te kijken naar een geel plastieken soldaatje met een geweer
Hoe hij dat geweer naar hem keerde
weg voor altijd?
de anderen waren
angstaanjagend of vervelend
bezig met schijn en schroom
gevangen in gelijkvormigheid en regels

grootmoeder veranderde de kleur van de voordeur wanneer de buren dat ook hadden gedaan.
zich nooit onderscheiden
“Je moet in de pas lopen!” riep een politieman

de kou de sneeuw en in de pas lopen
en baantje glijden
en vallen en pijn voelen
alles was bedreiging door pijn
alles was pijn angst en dreigen met pijn
slechts alleen was Sammy rustig
alleen in zijn kamer
alleen met zijn speelgoed
Het speelgoed de wereld in miniatuur  die hij kon beheersen.
Soldaatjes autootjes een treintjes
De beheersbare miniwereld van een kind waar alles kon gaan zoals het zelf het wou.
Daar waar hij almachtig was
de meester  – de heerser – de generaal
het leger
de oorlog

Ten Oorlog!

33e – Het Kapblok

Er zijn:
Het kot met de planken en de houten planken kratten en bakken.

Er is:
De schildpad
en er zijn de kippen en de wespen
en de Duchéperen en de stadsperen aan de centrale boom.

Er zijn ook nog:
Het gras en de plisplanten, en

het kerstenkruid en

de ortensia, de plisplanten en

de meiklokjes en

boterbloempjes

 

Sammy tuurt naar de wolken.
Zij varen als karvelen over de daken naar hun onbekende bestemmingen.
Zij voeren de geesten van de overledenen en de dode dieren met zich mee.
Dat kon je goed zien wanneer je er maar lang naar bleef kijken!

Daar een poes, en

daar een hond en

daar een grootvader op zijn sterfbed.
Ook vogels doorkruisen voortdurend de hemel ongrijpbaar als vliegtuigen.
Een Dakota, dan een DC3, dan een flying boxcar nu en constellation.
Hoog in de vrije blauwe hemel

Ver boven alle pijn.

Ongenaakbaar voor wie hen kwaad wil.

Zonder grenzen zonder wetten.

Daar de bliksemafleider op de school.
En hier de begraafplaats van de ratten en de kippen.
Het groene gras met donkere schaduwen.
Machinegeweren in de tent verscholen.

de dode witte naakte man tegen de perenboom plots onzichtbaar.
De hand die uit de muur steekt.

Hou de wacht onder je zware helm
de Duitse stoel, de Amerikaanse pet.
Het Brits vlaggetje.

Tussen de witgekalkte muren en de boom.

Er was ook een hok in de hof.
Het hok in de hof had een onbekende oorsprong.
Men stelde er zich geen vragen over zoals

men deed over dingen waarvan men meende dat

zij er altijd geweest waren.

Opslagplaats voor oude rommel zoals een zolder.
Onderdelen van oude meubels.
Vloerplanken, een Amerikaanse helm en een gasmasker uit de laatste oorlog.
Een zetel zonder poten en een badkuip- ooit gekocht – nooit gebruikt.

Sammy en Ruddy kenden al deze dingen.
Het waren voor hen  onderdelen voor belangrijk speelgoed.

De Houten Bak (die met en die zonder bodem)

de Troon die zetel zetel met blauwe voering zonder poten.

De Brede Plank en

de Lange Plank en

de Smalle Plank,

de Balk

de Bakstenen en

de Tapijten, waaronder

de Grote Tapijt,

de Kleine grijze Tapijt.

Het Kapblok,

de Duitse stoel

de Duitsche schep

de Amerikaanse muts…

Het kot was groen geverfd, misschien was het ooit blauw.
Het bestond uit ronde balken hoog als een grote mens, die stevig in de grond waren geheid en die verbonden waren met kippendraad, en houten planken, als dak lag daarover een zinken plaat.
Het bad werd met planken dichtgemaakt zodat het een geheime gang werd met schuifdeuren.
Op de Grote Zware Bak (die je niet kon optillen) stond de

Troon zonder Poten met

vergulde leuning.
De troon van de koning.
Maar het was ook mogelijk om er een citroen DS van te maken een tank, of een tweedekker-

misschien wel een ruimtetuig.

33d – Tijd

Achter het huis van Oma en Opa – een hoog herenhuis in het midden van de stad – ligt een lange smalle tuin. Met veel gras, een hortensia, kerstenkruid en enkele grote perenbomen.

Grootvader stapt over het tuinpad.
Hij beweegt breed zijn armen bij het stappen.
Zijn wit wijd hemd met open kraag, schittert in de zon.
Even sluit Sammy de ogen –
en opent ze even later
– nu is grootva al veel verder over het tuinpad gevorderd –
dat stukje tijd heeft Sammy nu niet gezien.
Gemist.
Voor altijd.

51 – De Race

Luc

Door Iris Nachtegaal

 

Luc werd Sammy’s vriend.
Hij was een jongen die uit Afrika over gekomen was en hier niemand kende.
Luc en Sammy gingen ieder weekeinde naar de film.
Een film over race wagens en het ruwe rijden door onbebouwde wegen.
Het was zonnig weer en kermis.
Na de film gingen ze daar naartoe.

Een circuit van snelle autootjes om te racen.
Rammele, gammele raceautootjes door een dikke rubberen band omspannen zoals autoscooters, jongensachtig brutaal zoals het hoorde!  luidruchtig, metaal en staal en een ruw metalen knop als gaspedaal, rammelend over de houten planken in een 8-vorm achternagezeten door de andere rijders …

Maar het liep verkeerd.

Of draaide Sammy de bocht te kort af, of reed een andere op hem in?

Raakte zijn arm in het stuurwiel dat omsloeg door de klap?

Een heftige pijn in zijn arm.

Sammy stapte uit het karretje, alles zinderde duizelde als duizenden bijen in zijn hoofd, brandend pijn in zijn arm, die hij zich als een roodgloeiend licht voorstelde  die hij omhoog hield,

Alles stopte, duizelde, mensen keken, bleven staan,
Sammy leunde tegen een boom en de mensen kwamen om hem heen staan, en zagen hoe bleek hij was, dat er iets scheelde, hij duizelde weg, vroeg om hulp..

“He Sammy je uurwerk!” hoorde hij Luc roepen “het is stuk”

Het volk dat in een kring om Sammy stond, keek, maar reageerden niet. Alsof de bleke lijdende jongen, ruggelings tegen deze boom ineengezakt, een deel uitmaakte van het kermis spektakel.

33 e – Het Buurmeisje

Viviane

Door Iris Nachtegaal

-Vi-iviane-komjespeelen!

Sammy riep het over de tuinmuur.

Hij had er een liedje van gemaakt. Viviaaaan ( uitgerekt komje (kort) speeeeleeeen (uitgerekt).
Soms kwam Viviane het buurmeisje.
Soms ging Sammy bij de buren.
Tenzij wanneer er een hond was.
-Als de hond er is ga ik direct terug – had hij met zichzelf afgesproken terwijl hij aan het plassen was en naar de jachtbak had gekeken waar een eenhoorn op stond afgebeeld en de woorden “Sans Pareil”.
En zo deed hij ook, zonder veel commentaar.
Maar nu kwam Viviane.
Sammy gaf haar een zoentje op de wang.
Zij protesteerde heftig.

-Tu doit faire semblent!- riep ze.
Je mocht slechts doen alsof je kuste.
Ook dat maakte deel uit van het spel.
Er werd gespeeld in het hok.
Vader en moedertje, huishouden met broertje als het kleine kind.
Toen haar rokje opvloog voelde Sammy iets dat hij kende en dat hij steeds vergat omdat het zo zeldzaam was – Hij kreeg een stijf piemeltje, en het gloeiend bijzondere gevoel dat daarmee gepaard ging en dat hij nergens kon thuisbrengen.
Het was bij het bad.
Niet van baden, maar het al oude bad dat in het hok stond waar ze inkroop zodat haar rokje plots tot haar lipje zichtbaar werden haar blote beentjes.
Dat was een bijzonder gevoel dat in een vlaag van gloed over hem ging maar ook meteen daarna verdween.
Soms werd er rond het gespeelde huis diepe putten bedacht. Plaatsen in de tuin waar je niet mocht komen, waar je in de diepte zou wegzinken.
Je moest mooi over het niet bestaande brugje het huis (hok) binnengaan, anders was je voor de eeuwigheid in het spel verloren.
Sammy kon gemakkelijk in een spel opgaan.
Alles leefde.
Alles werd begeesterd.

50 – Het Harnas

Sammy

Door Iris Nachtegaal

Hoe hij wegschoof, en verder wegschoof om plaats te maken voor die verdrukkende vader die alle ruimte innam. Zoals een jongere boom krom groeit onder een oudere die hem licht en ruimte ontneemt.
Vader die het centrum van het huishouden en het universum scheen te zijn.
Alles draaide rond hem, en wat dat niet deed werd listig ontmoedigd.

Sammy had geleerd om zich te redden door zich af te zonderen.
Door eenzaamheid op te zoeken, door zich in zijn kamertje terug te trekken.
Wanneer hij alleen was, dan kon hij standhouden.

Door het breken met de anderen, kon hij voor zichzelf zorgen.

– Kwam hij tot leven in zijn eigen verhalen.

En dat bleef zo.
In hem was zijn eigen ruimte.
met zijn eigen ritme.
Zijn eigen verhaal waar aan anderen een rol werd toebedeeld.
Soms werden zij figuranten, of personages, stemmen, dialogen.
Telkens in moeilijke perioden zal dit zijn uitweg zijn.
Zich terug trekken.

Daaruit vloeide voort, dat ook hij, tegenover de anderen, een rol ging spelen.

Eens hij het stilzwijgen had verbroken restte hem deze aangemeten rol.
Zoals hij ook de anderen tot personage in zijn voorstellingswereld had gemaakt.
Zo speelde hij nu zelf zijn eigen rol ten overstaan van die anderen.
Zijn wereld was zijn schouwtoneel.

Soms kwam Sammy hovaardig over. Breedsprakig, zelfs betweterig.
Zoals ook zijn vader die rol tegenover de huisgenoten speelde.
Hij had nooit geleerd om mens tussen de mensen te zijn.
Om met anderen te delen.
Hij voelde zich steeds een vreemde, een buitenstaander.
Met wie niemand iets deelt.

En die zelf ook nooit geleerd heeft om te delen met anderen.

Zich in zichzelf keren – ultiem terugtrekken.
Voor alléén zijn kiezen.

Zijn eigen hulpverlener worden.
Zijn kostbaarste bezit werd dat kamertje.
Dat ontstolen moment waarin hij zich kon afsluiten.
Dat schild waaronder hij af en toe naar de anderen kon.
Dat harnas dat hem beschermde.
Hij werd toeschouwer – geen mededinger of medewerker, of mede…

En soms keerde dat even om – dan stapte hij zelf in een rol om naar de anderen toe te kunnen. Een andere mogelijkheid bestond er voor hem niet.

De buitenwereld – een theater – een arena.

Het werd onmogelijk om op te komen voor zichzelf, om zich te verdedigen vanuit deze toestand.
Omdat hij zijn eigenlijke positie onmogelijk kon bepalen.
Kon hij nooit de kracht zijn emoties voelen.
Hij kon die ook niet laten blijken doordat hij afhankelijk was van het omhulsel dat hij om zich heen gesponnen had. Van uit zijn eigen kern voelen en handelen was onmogelijk, omdat hij die niet kende.  Of toch – zo beeldde hij zich dat in.
Hij wist niet wie hij was en waartegen hij zich diende te verweren.
Maar de anderen die zagen dat echter wel.

De jongeren om hen heen werden trouwens meer en meer meester in dat sociaal spel, waarin ze opgroeiden.
Die hadden geleerd om komedie te spelen.

Ze hadden door doen en laten opgestoken hoe zich te verhullen. De anderen wisten wel wie ze waren en wat ze wilden.

Zij kenden zichzelf genoeg om te weten dat zij zich konden voordoen zoals zij niet waren om te bekomen wat zij wilden. Zij leerden zich precies op deze leeftijd  gedragen op de manier waarop dat hen het best uitkwam, het meest voordeel opleverde. Voor hen was verhullen bespelen, een manier om verdoken hun slag thuis te halen. Jongeren uit de betere burgerij waren daar voortreffelijk in.

De zonen van politici, en in het bijzonder deze die veel naar de kerk gingen muntten daarin uit!
Maar Sammy’s schild was zijn enige toevluchtsoord.

Geen bewust gekozen strategie die gegroeid was uit het sociaal spel maar een schuiloord uit noodzaak.

Daardoor leerde kon hij zichzelf nooit goed leren kennen.
Hij zweeg, zodat noch hij, noch de anderen, precies wisten wie hij was.

Maar op sommige momenten kon dat omslaan.
Dan kon hij plots agressief te keer gaan.
Gestuwd door een onbedwingbare macht…

(Dat zou allemaal duidelijker worden tijdens een verblijf in een vakantie kolonie aan de kust; een briefwisseling werpt hier veelt op – maar dit vertel ik jullie later)

– Liefde –

Hij werd verliefd van op een afstand.
En zelfs wanneer het tot omgang kwam bleef hij zich afsluiten.
Tot op het seksueel moment.
De andere was steeds een brug die hij diende te overschrijden. Nooit een gezellig gebeuren.
Hij had vooral slechte vrienden, die van hem gebruik wisten te maken. Of die hem verwijten maakten in dezelfde woorden als zijn ouders. Dat was de bekende wereld voor hem.

Een meisje trok hem bijzonder aan, precies omdat ze hem verwierp, omdat ze hem “belachelijk” vond, zoals zijn moeder.
Zij gebruikte dezelfde woorden.
Zij zag op dezelfde manier als zijn moeder zijn bespottelijkheid. Zijn kleinheid, zijn “onnozelheid”, zijn lafheid…
Zo dat hi dacht dat zij hem werkelijk zag zoals hij was.

In zijn slechte vrienden hoorde hij de weerklank van de woorden van vader en en in zijn slechte vriendinnen de verwijten van moeder.
Anderen naderden hem tot oneindig.

Sammy keek en luisterde en bouwde zo zijn wereld op.
Met de objecten uit de buitenwereld die hem daar het meest geschikt toe leken. Een theater gericht naar een toeschouwer.
Deze omstandigheden die niet om dialoog vroegen.
Die dingen raakten hem waaraan hij kon meedoen als toeschouwer.
Waarin zijn veelheid van zielroersels hun plaats en vorm in konden vinden. Die exploreerden zijn steeds groeiende wereld. Litteratuur liet hem zien dat de mensen meer waren dan gevels zonder iets daarachter. Muziek werd zijn voorstellingswereld van passies, beelden vooral film de mogelijkheden in de werkelijkheid.
Alles andere wat zijn verbeelding niet tartte werd door Sam saai bevonden.
Elke stoffelijke directe omgang met de wereld. Elke handelswijze die zich daartoe beperkte. En iedere zakelijke voorstelling De wereld die kon worden opgeteld en afgetrokken interesseerde hem niet.
Alles wat niet probeerde het mysterie te doorgronden. Het begrijpen van wonderlijke dingen zoals de lichtbreking door een prisma in kleuren.

Maar liefde kan je niet alleen beleven.
Verliefd worden en seksualiteit.
Lichamelijke nabijheid.
Sammy kende geen vorm van aanraking.
Sinds jaren mocht niemand hem lijfelijk aanraken ook zijn ouders niet. Hij duwde hen weg wanneer ze hem wilden knuffelen. Hij vertrouwde hen niet meer. De ene keer waren zijn zacht, omdat ze iets van hem wilden gedaan krijgen. En daarna staken zij hem het mes in de rug. Ze waren onvoorspelbaar.
Ze hadden hem te veel pijn gedaan.
En hij raakte ook niemand aan. Hij keek en luisterde.
Keek door de anderen heen en luisterde door hen heen.
Begreep hen soms beter dan zijzelf zich begrepen.

Zijn blik werd ongenadig. Maar hij bracht geen woord uit.
Of soms heel scherp en raak. Zodat moeder kwaad op hem werd.
“Waarom bekijkt ge mij altijd zo?! Waarom kijkt ge mij zo naar mij !?” schreeuwde zij uit.
Ze kon zijn blik niet meer verdragen.
Zijn verwijtende borende blik. Die de indruk gaf alles gezien te hebben. En een mond die nooit sprak.

Maar Sammy mekte al spoedig dat allen zijn, en met rust gelaten te worden, een buitengewone luxe is. Dat gold zeker zo voor een kind. Kinderen worden niet alleen gelaten.
Kinderen moeten in groep blijven. Meespelen de anderen. Meestappen. In de rij lopen.
Deze schoolse situaties werden Sammy tot hel.
Het verplicht moeten meedoen – de verplichting om voortdurend te moeten omgaan met anderen werd een hel. Zijn hel dat waren de anderen. De klas en alles wat daarmee verband kon houden.
En het samenzijn met de ouders. Het samen aan tafel zitten. Samen met mama en papa en met zijn broertje. Dat dagelijks rond de tafel waar blikken zelden zijn richting uitgingen.
Waar was de uitweg? – dacht hij.

49 – De Vlek

 

de vlek

Door Iris Nachtegaal

Sammy had steeds het gevoel van vuil te zijn, te stinken een donkere vlek te zijn voor de anderen.
Moeder en ook vader wezen hem daar regelmatig op.
Ze zegden regelmatig dat hij kwalijk rook – Sammy stonk!
Het klonk bezorgd, werd op een bekommerde toon gegeven, als een raadgeving, iets waar een ouder een kind op diende te wijzen opdat het mer zorg voor zichzelf zou dragen.
Maar eigenlijk was het een verwijt.

Er was een donkere reden waarom Sammy’s moeder dat steeds deed.
Terwijl vader hem ontmoedigde door cynische spot. Die eigenlijk de schijn had van aan te porren: op te roepen tot het beter te doen. mer te presteren.

Maar eigenlijk was het niet dat, het was ontmoedigen zodat Sammy zou opgeven.

Sammy vond dit niet vreemd.
Hij geloofde werkelijk dat ze het goed met hem meenden, en dat hij inderdaad stonk en voor niets deugde en dat zijn ouders het bij het rechte eind hadden – dat hij voor niets deugde en voor alles zijn ouders nodig had.
Die spanden zich immers voortdurend voor hem in, die ondersteunden hem, of beter – zij droegen hem voortdurend als last.

Later nestelden deze stemmen van vader en moeder zich in zijn binnenste.

Hij droeg ze voortdurend met zich mee en ze bleven steeds op die zelfde toon tot hem spreken.

47b – geen melk vandaag

Beste volgers,

We moeten onze berichtgeving even onderbreken.

Iris is met vakantie, en voor de kinderen is zijn de eindtoetsen zijn begonnen.

We hebben het hier nu even te druk om het verhaal van Sammy uit te spinnen.

Even geduld,

Anker Tong