66 – Het Fragment

8’45”

(…)

– Iris : Je oude dag wordt wat je heel je leven hebt bijeengegaard, – en wat je hebt verloren, en hoe je omgaat met dat verlies.
Mensen zoals Sammy hebben veel mensen van zich afgestoten die het goed met hen meenden, of ze hebben de verkeerde partner gekozen en de juiste laten varen precies omdat ze met zichzelf niet klaar waren, die “handrem” waar we het over hadden, weet je nog, ?
Eén na één beginnen zijn enkele vrienden hem te verlaten – of beter – ze zoeken regelmatig wel contact met hem maar hij stoot dat af, of hij reageert niet meer, en tenslotte geven zij het op.
– Anker : Waarom?
– Iris : Omdat ze hem blijkbaar op de één of andere manier gekwetst zullen hebben, maar hoe en waarom is dikwijls moeilijker te achterhalen – Zijn kwetsbare plekken liggen daar waar hij met zichzelf in de knoop ligt.
– Anker : Mag je daaruit besluiten dat het anders met Sammy had afgelopen indien hij “zijn knoop” tijdig had kunnen ontwarren, en zo anderen in zijn leven had kunnen toelaten?
– Iris : Liefde is delen, is iemand in vertrouwen nemen, steunen, met telkens het risico dat je moet aanvaarden dat het slecht kan aflopen. Dat was iets dat hij niet aankon. Hij wantrouwde de andere bij ieder teken dat hij bedreigend vond.
– Anker : Maar al onze contacten zijn toch niet noodzakelijk intiem, de meeste omgang met onze omgeving is niet meer dan triviaal, gaat van een gewoon gesprek over algemene zaken of over het werk met collega’s, …
– Iris : Ja, maar daar had hij het ook moeilijk mee… Hij sloot zich zo veel mogelijk op, vervreemde. Op de duur zag de buurt dat ook aan zijn gedrag.  Aan zijn onverzorgde kleding. Het mompelen in zichzelf, zijn afgewende blik,…De omgeving werd zeker niet aangezet om contact met hem op te nemen, mag ik veronderstellen? Weet je het nog dat zijn dood ontdekt werd door Jaak Timpermans, onze buur, omdat die zijn tennisveld wou omheinen, en daar Sammy’s toestemming voor nodig had. Dat het antwoord op zich liet wachten werd niet eens als vreemd bevonden. Dat was eerder wat Jaak wel had verwacht, omdat iedereen hier wist hoe moeilijk je tot hem kon doordringen.
– Anker : Heeft hij dat nooit iemand gevonden die bij hem paste?
– Iris : Ja, er was voor hem een zeer grote liefde, die wederkerig was. Iemand waarmee hij zeker gelukkig had kunnen worden – maar dat ging dan weer na jaren fout omdat… (aarzelt, zucht)
– Anker : Wat was er dan?
– Iris : Eigenlijk zouden we dan weer heel die situatie moeten bespreken en daar is het nu geen tijd voor – zeg maar dat hij genoodzaakt was om een onomkeerbare situatie aan te nemen waar hij geen uitweg in zag, zijn beroep zijn plaats in de maatschappij, en …

 

(…)

0’00” Stop

Advertenties

67 – De Pen

 10’45”

 

(…)

– Iris : Iemand die “Leeft met de handrem op” zo zou ik Sammy nog het best kunnen omschrijven. Hij wilde veel, had vele ideeën, vele streefdoelen die hij nooit zou bereiken omdat hij het grootste deel van zijn energie steeds tegen zichzelf keerde.
Voor alles wat hij deed, diende hij zichzelf te overtuigen, en kreeg hij zichzelf voor hardnekkigste tegenstander.
– Anker : Had hij dan geen medestanders?
– Iris : Ja, eigenlijk wel, maar door dat hij zo stram in elkaar zat – zal ik maar zeggen- keerde hij die tenslotte ook tegen zich. Hij heeft veel kansen gekregen die ieder “normaal” mens met de twee handen had gegrepen, maar wegens zijn “talent om zich in moeilijkheden te brengen” (de psycholoog)  of een leven dat een “aan elkaar rijgen is van stommiteiten” een schooldirecteur na een voorval in één van zijn laatste schooljaren.
– Anker : Wat gebeurde er toen?
– Iris : Sammy was 17 en moest schriftelijk examen afleggen. De leerlingen zaten kort naast elkaar aan de bank, en het waren blijkbaar geen knappe leerlingen – zo bleek. Op een ongepast moment fluistert Balcon,  de jongen die naast  Sammy zit of hij het antwoord kent op de vierde vraag. Sammy knikt simpelweg “neen” en de leraar merkt dat op: – Welk teken geeft gij daar door Sammy? – Een jonge leraar die zelf net is afgestudeerd  – Een nul voor deze vraag!

Sammy had wel beschouwd eigenlijk niets verkeerds gedaan, hij had enkel, neen geknikt, Slechts iemand als Sammy, met de onschuld of onnozelheid die hem eigen was, had zo zichtbaar geknikt in deze situatie – Maar de leraar nam dat niet en had ook gedreigd om klacht neer te leggen bij de directeur  – Dat zou na dat examen moeten gebeuren.

Sammy wachtte op de gang tot wanneer de laatste jongen zijn werk had ingediend op de leraar. Maar er gebeurde helemaal niets. De leraar had waarschijnlijk wel ingezien dat zijn reactie fel overdreven was geweest, knikte even naar Sammy en  liep langs hem weg. Maar een leerling voor wie alles letterlijk was in deze wereld kon dit niet aanvoelen en vroeg: “Mijnheer, moeten we niet naar de directeur?” De vijf of zes jaar oudere leraar werd woedend en sleurde Sammy mee naar het bureel. Daar werd heel de zaak uitgelegd op een manier waarop je dat kan verwachten in tijden waar strakke autoriteit  heerste in de scholen.
Onder druk van dit alles – die zonderlinge publieke belangstelling temidden van een kring zelfzekere volwassenen met luide stemmen, die strenge blikken. Deze verplichting om op vragen te moeten antwoorden,  deze verplichting om te moeten spreken, deze brullende stemmen en vooral deze dwang tot woorden – Onder al die voor hem ongewone beroering – Stokte hij plots!

En toen gebeurde iets heel erg vreemds, iets dat hij niet of nauwelijks nog kende, of zeker toch lang vergeten was, iets van toe hij nog een klein kind was – zijn onderlip begon krampachtig samen te trekken, opslag had hij zijn gelaatsuitdrukking niet meer onder controle. Dat masker dat steeds strak aanspande en nimmer een emotie vertoonde kreeg onverwacht stuiptrekkingen!

Hij voelde dat zijn aangezicht iets werd wat hij niet meer herkende. Alle pogingen om dit te bedwingen waren tevergeefs.  Hij kon dit niet doen ophouden. Heel zijn aangezicht trok in stuip, hij voelde de ogen onbeheersbaar waterig worden. En toen dikke tranen  over zijn wangen stroomden werd Sammy met een schok gewaar dat hij aan het wenen was! Hij weende en was beschaamd dat hij weende. Beschaamd voor zijn onmacht, beschaamd om  zijn blote emoties die hij niet niet meer bij machte was te verbergen, verloren omdat hij niet meer kon beheersen nu op zijn gezicht te lezen was – zijn onmacht!

Het overgeleverd worden aan macht en onrecht, onmacht tegenover de instelling, tegenover de klasgenoten die nimmer te vertrouwen waren, tegenover de leraars die deze onbuigbare macht vertolkten, de strakheid van de directeur, zijn ouders, heel de wereld, dat hij door iedereen in de steek was gelaten. En daarin raakte hem de pijnlijke kern van zijn bestaan.
– Anker : Ja dat moet hard voor hem geweest zijn, maar wat vooral opvalt is hoe ongelukkig hij de situatie kan inschat, een ander kind was fijn naar huis gestapt na dat examen en niemand had ooit nog op dit voorval teruggekomen. Het zou te luttel geweest zijn om aan te denken.
– Iris : Ja, zo vreemd is dat! Je kan zijn verhaal eigenlijk niet door dagelijkse dingen vertellen – (…) of toch eigenlijk wel!  Maar kleine dingen krijgen een afloop buiten verhouding.. Zo is heel Sammy’s verhaal te vertellen, hij blijft aan geringe dingen kleven Zaken waar iedereen met gemak over zou kunnen springen. Maar bij hem valt dat anders uit…
– Anker : Hij weet eigenlijk niet hoe je met mensen kan omgaan, hij is een tenslotte lomp zonder dat hij dat zelf ziet – Kleine dingen lopen fout buiten zijn wil.
– Iris : Ja,  (…) maar aan de andere kant heeft hij sommige situaties veel meer door dan de anderen. Hij ziet wel heel veel maar hij weet niet hoe er mee om te gaan.

Welbeschouwd is hij iemand die nooit mee is met de massa, die niet lacht samen met de andere, niet zelden in zelfde richting kijkt, die haast nooit in de pas loopt  – maar anderzijds  slaagt hij er ook in om dingen te zien die anderen nog niet hem niet zagen.
– Anker : Zou zijn gedrag autistisch  genoemd kunnen worden?
– Iris : …Dat weet ik niet zo goed, Anker…autisme, … ja dat kan wel, …iets in die aard,… ik weet niet of we verder kunnen geraken met diagnosen (…) maar wat wel zo is: wanneer Sammy iets ontdekt heeft dat anderen nog niet hebben gezien, dan zal hij dat moeilijk zelf kunnen beheren, dat is een patroon dat ik zie terugkomen,  wat hij ontdekte heeft zullen anderen hem steeds weer afhandig maken, zonder dat hij weet of hoe zich te verweren.
– Anker : En dan komen er zo’n uitbarstingen zoals je hier beschrijft!
– Iris : Ja, zo is het, maar eveneens ook… wel, het omgekeerde kan ook:  Hij kan ook zeer woedend worden en dan gaat het ook zo in zijn werk : Sammy als kind – of een jongeling kan zich op die momenten niet beheersen. Ik geloof wel dat sommigen hem wel eens dan als gevaarlijk moeten ervaren hebben. Ja, iemand die onbeheersbaar kwaad kan worden – maar dat gebeurde blijkbaar in zeer uitzonderlijke situaties. Hij herkende zichzelf niet op die momenten. Ik geloof niet dat hij ooit aan iemand kwaad heeft berokkend. Fysisch bedoel ik.
– Anker : En dat verhaal met Ruddy? Doel je daarop?
– Iris : Wel, dat is misschien gemakkelijker om je voor te stellen…Ruddy, Sammy’s jongere boertje werd bestolen.
– Anker : Hoe ging dat ook weer?
– Iris : Wel, Ruddy kwam bij Sammy op de speelplaats klagen dat een jongen zijn pen had gestolen. Sammy en Ruddy verschillen enkele jaren, op het ogenblik van de pauze ontmoeten zich alle leeftijdsgroepen tezamen op het speelplein. Sammy is dus flink wat groter – tien jaar? Dan was Ruddy er zeven. Ruddy riep dus de hulp van zijn oudere broer in. Verwachtte zijn hulp en bescherming, of toch minstens om een rechtvaardige handeling van zijn grotere broer.
– Anker : Dat was precies wat Sammy nooit had gedaan. Hij had nooit voor zichzelf kunnen opkomen, liet alles van hem afpakken.
– Iris : Juist! Maar nu is de situatie net omgekeerd!

Nu moet Sammy niet voor zichzelf opkomen maar voor zijn kleinere broertje!
– Anker : Ja en…?
– Iris : Dat maakt voor hem een enorm verschil! Zichzelf verdedigen kan hij niet maar nu wordt hij even in de  zorgende positie gesteld, zoals die  van zijn ouders.
“Hoe zouden pa en ma die zo goed ons zijn, nu hebben gehandeld?” -“Wat moet ik nu doen – Ik kan mijn broer hier niet in de steek laten!” zo iets zou hij gedacht kunnen hebben.
Hij was enkele keren over het speelplein naar de jongen toegeweest en had hem gevraagd om de pen terug te geven – die zei dan natuurlijk dat hij van niets wist! – maar ineens – in een ooghoek – ziet hij de jongen een vlugge armbeweging maken – en iets schiet over het speelplein.

De pen! Hij heeft de pen weggegooid! Hij had ze wel de hele tijd!Misschien wel is die dure pen nu wel stuk!De kinderen schreven toen met vulpennen en die hadden dikwijls een gouden kroon – inderdaad wel duur.

Sammy kan zich niet meer beheersen, iets krijgt nu macht over zijn lichaam, iets waar hij zich met geen middel tegen kan verzetten stuurt hem in de richting van de jongen, hij rent nu naar hem toe, de andere holt weg, Sammy haalt hem in, rukt hem de boekentas uit de handen, en te midden van verbaast toekijkende jongeren  keilt Sammy midden op de speelplein de volledige inhoud van de die zijn boekentas over zijn hoofd! Daarbij schreeuwend “Laat mijn broer gerust of ik sla je dood!”.
– Anker : Ja, wel…verbazend…
– Iris : Eigenlijk is Sammy niet moedig of sterk op zo’n momenten – hij kan zichzelf nauwelijks beheersen. Zijn aders zitten tjokvol adrenaline – voelt geen fysieke gewaarwordingen meer – stort zich blind in de aanval! Hij die steeds zo’n angst heeft voor iedere fysieke pijn, die schuchter is in ieder contact – nooit voor zichzelf weet op te komen. Doet dat nu met een kracht die vriend en vijand verbaast.
– Anker : Ja – een vat vol tegenstellingen – moeilijk thuis te brengen…
– Iris : Niet alleen voor de anderen, ook voor zichzelf  – hij “kent” zichzelf niet in die momenten.

Hij blijft zo zijn latere leven steeds op zoek naar zichzelf.

Zijn omgeving begrijpt hem niet, ook niet deze die van hem houden, dat zullen we later ook nog zien.
– Anker : Je zou dan toch gelijk kunnen hebben dat zijn zwijgen door iets gelijkaardigs werd beheerst, er zijn blijken verschillende overeenkomsten te zijn…een gedrag dat hij niet beheerst, waar hij onder lijdt..
– Iris : (lacht) Is het je daarnet niet opgevallen dat we nu over hem in de tegenwoordige tijd spreken?
– Anker : We geraken blijkbaar steeds meer bij hem betrokken. Het begint er op te lijken dat wij hem kennen.
– Iris : Indien dat waar zou zijn, Anker dan zijn we één van de weinigen geweest…

 

(…)

– hm (kucht, zucht)

 

0’00” Stop

64 – seks en taboe

 

video 8’45”

 

– Iris : Sammy weet helemaal niets af van seks. Hij is op zijn 19de een “maagdelijke jongen”  – maar hij moet wel geleerd hebben hoe zich te bevredigen. Alles is nieuw. Hij liep een school voor enkel jongens. Het duurde tot de universiteit dat hij met meisjes in dezelfde klas zat.
– Anker : Klas? Auditorium, zal je bedoelen, dat is helemaal wat anders dan een klas – honderden studenten, eerste kandidatuur zoals dat toen heette.
– Iris : Ja, en het was de tijd waarin jongens ook lang haar gingen dragen, en jeans, en de jeugd zich vrijer begon te bewegen, de druk van de kerk nam af, preutsheid verdween beetje bij beejte, bloot mocht, John Lennon hield zijn “Bed In” met Joke One…
– Anker : Ja, (grinnikt) Die Hoogdagen van jullie cultuur! De Bevrijding! Beha’s vliegen door de lucht!! (lacht luid)
– Iris : Ja, ja – Lach jij maar! jij kan niet weten hoe het is om onder protestants calvinistisch of katholiek juk te zweten – Jongeren hadden het toen nog heel moeilijk met hun seksualiteit, lees maar onze schrijvers uit die periode.
– Anker : Ja inderdaad ze hebben het allemaal expliciet over seks op de meest klungelige manier mogelijk! Variaties! Om je krom te lachen. Technieken voor een beter seksleven. Ik geloof zelfs niet dat wij ooit een seksuele opvoeding hebben gehad. We stelden ons nooit vragen daarover. We speelden wel erg wat komedie wanneer we naar de missiepost moesten of wanneer die onderzoeker ons kwam gadeslaan – Hoe heette die ook alweer Magrette Veap, Marie Hite ?
– Iris : Ik weet niet waarover je het hebt, Anker, wees nou even ernstig! Dat bezorgde toen heel wat jongeren trauma’s en schuldgevoelens, hun ontwakende seksualiteit. En daarbij stond onze cultuur enorm onder Amerikaanse invloed.  Vooral door de reclame en de met film waar seksbommen met klinkende namen in optraden -.
Aan de ene kant werd je voortdurend seksueel geprikkeld door beelden en gelokt naar bevrijding en aan de andere kant…
– Anker : Aan de andere kant stond mijnheer pastoor! (grinnikt)
– Iris : Sammy leed daar erg onder – zonder dat hij de dingen precies te kon noemen. Hij zwalpte tussen twee moralen, tussen het christendom en het…
– Anker : …En het Heidendom! (hard lachend, tanden bloot)
– Iris : Ja, zo was het! En zo kan je dat ook lezen bij onze schrijvers van toen. Ze gebruikten schunnige taal, spraken expliciet over seksuele handelingen, maar vooral over hun eigen pik. Het respect voor de vrouw, kwam wel op een heel lijfelijke  manier naar voren – soms verafgoodden zij haar,  of hadden inderdaad veel eerbied voor haar, maar vooral als  verschijning! – maar ze leerden wel dat seksualiteit iets voor beider geslachten was bestemd. Seksueel genot werd niet meer beperkt tot de man…
– Anker : Thuis had moeder het altijd voor het zeggen. Zij werkte ook het hards op het veld – terwijl vader voor de Engelsen ging werken of meestal ging jagen  -soms ging jagen – dat betekende vooral zijn vrienden ontmoeten. Vrouwen voerden in alles het hoge woord en dat werd bij ons zelfs nooit in vraag gesteld. Later wanneer ik naar het Amerika ben gereisd heb ik ervaren heb dat het er ook anders kan aan toe gaan…
– Iris : Voor Sammy verandert er veel, maar hij is zo houterig in zijn gedrag, zo stijf in al zijn doen dat hij met de meisjes er helemaal niets van terecht brengt. Hij begint te stamelen, als hij al zover is om iets te zeggen!  Maar op die foto hier vind ik hem een uiterst knappe jongen! Hij is groot en slank, heeft edele trekken, brede schouders, een flinke haardos, een intelligente glimlach…ziet er een beetje onverzorgd uit dat wel…

– Anker : Zouden we hem publiceren deze foto?
– Iris : Liever niet Anker! We hadden afgesproken de privacy van de overledene
te vrijwaren.
– Anker : Maar zou deze foto niet kunnen? Daar doen we toch niemand kwaad mee?
– Iris : Wel…Een volgende keer misschien…We zullen later zien…

stop video

62 – Het Weefsel

 

 9’10”

Anker – Waarom lezen Sammy’s teksten zo moeizaam?

Iris – Omdat…omdat hij zich aan ons wil voordoen.  …- omdat hij een rolletje speelt waarachter hij zich verbergt.

Anker – Verbergen voor wie? – Voor ons?- Wie zijn deze lezers?
Wie had hij gedacht zijn lezers te zullen zijn? Er was toen helemaal niemand!

Iris – …Dat wat hij schreef was inderdaad nooit tot iemand gericht. Daar heb je gelijk in, ik denk dat hij voor zichzelf schreef- hij gebruikte soms een soort geheimtaal, een code…

Anker –  Waarom? Kon dat te maken hebben met zijn isolement?  – Geraakte hij achter op zijn leeftijdsgenoten door isolatie?

Iris – … of was het net andersom!? – Je moet je ook voorstellen dat  Sammy op 19 jarige leeftijd zeker niet de rijpheid bezat van zijn leeftijdsgenoten!
Hij bleef wat achter. …Sociaal dan toch. In zijn omgang met de anderen…

Anker – Naar de universiteit gaan, naar de hoofdstad, vertrekken uit de Grauwegomme – een provinciestadje waar nagenoeg iedereen iedereen kent – in een heel andere leefomgeving terecht komen – het studentenleven van mei 68! Dat moet toch iets voor hem hebben betekend?

Iris – Ja, inderdaad, de “Summer of Love(lacht) – die tijden van seksuele bevrijding – Sammy heeft op dat moment helemaal géén seksuele ervaring  gehad…en hij had weinig of geen vrienden zoals we hebben kunnen opmaken.

Anker – Ja, hij heeft haast helemaal geen omgang gehad met leeftijdsgenoten!

Iris –  ja, zo is dat! – Sammy had geen vrienden,-  rende van de school onmiddellijk naar huis – sloot zich op, zelfs de luiken bleven neergelaten! – Kijk, hier staat het …lees hier, bij schrijft dat hij naar muziek luisterde tot precies 10 voor 6,  want dan hoorde hij de sleutel in het slot draaien – Dat was het moment waarop zijn ouders thuiskwamen, terug van hun dagtaak en even daarna bracht grootmoeder zijn jongere broertje Rudy.
Vader en moeder spraken weinig met elkaar. – Of ze hadden ruzie. Aan tafel ging hun aandacht vooral naar de drie jaar jongere Ruddy.  – Wat Sammy blijkbaar niet opmerkte was dat zijn ouders bij het avondmaal hem nooit aankeken! Ze sloten hem uit met hun blikken. Bijvoorbeeld… Hier schrijft hij dat vader regelmatig schrijlings aan tafel zit, met de rug naar hem.

Hier kijk : Vader steeds klaagt over de kwaliteit van het eten, – die soep is zuur!  Die kan ik niet eten!- roept hij uit, en zet demonstratief zijn bord tegen de grond. De hond komt aangelopen, snuffelt even aan de teljoor en loopt dan weer weg –  wat vader weer een nieuwe reden om spotten geeft. Het avondmaal is iedere dag een moment van spanning – iedere keer dat de familie samenkomt heerst er die druk –  en die wederzijdse verwijten

Anker – Inderdaad, ja – Sammy zal iedere bijeenkomst rond een tafel ervaren als spanning – iedere vorm van samenkomst die er uitziet als die van een gezin wordt door hem als spanning , als druk, ervaren, schrijft hij later. –  Maar… waaruit heb je kunnen opmaken dat zij “niet naar hem opkeken”?

Iris –… Tja, …(stilte)

Iris – Ja, … je voelt dat aan, – dat blijkt uit hoe hij dat allemaal vertelt … hij geeft nergens aan dat ze belangstelling voor hem hadden – of dat ze vragen stelden zoals – hoe was het geweest op school? – bijvoorbeeld – of hoe is het met je vrienden gesteld? – net al die dingen die gezelligheid in een gezin brengen, die dagelijkse kleine attenties- …Zelfs als zou Sammy gepraat hebben dan was er niemand om naar hem te luisteren. Zo te zien heeft niemand hem  nooit aangemoedigd tot spreken! Of belangstelling getoond voor wat er in hem omgeing, of  zelfs maar een teken gaf waarmee zijn aanwezigheid bevestigd of op prijs werd gesteld! Je kan gerust zeggen dat zijn ouders -misschien wel gans zijn familie-  Sammy’s aanwezigheid als een last beschouwden… kijk hier schrijft hij dat zijn moeder zijn blik niet kan verdragen en dat ze fel uitroept waarom bekijkt ge mij altijd zo! 

En wanneer buren opmerken dat hun oudste zoon altijd zo stil is, zo schuchter – ‘”is hij soms ziek?” vraagt er één – “neen, Sammy is gewoon zo” – antwoordt zijn moeder.
Alsof het de doodgewoonste zaak van de wereld is.

(stilte)

Anker –  …En wat gebeurt er wanneer hij 19 werd? –  Ging hij niet wekelijks naar “De Grommel” Had hij dan daar geen vrienden? –  Dat jeugdhuis werd zijn “leerschool” is het niet? – Hier leert hij eindelijk met leeftijdsgenoten om te gaan. Hier leert hij pas praten met de anderen?

Iris – …mmm, Ja zo is dat! – een soort leerschool! – Dat heb je goed verwoord…De Grommel is zijn sociale leerschool – Hier krijgt hij gaandeweg een beeld van zichzelf en schrijft over die ervaringen om uit zichzelf wijs te kunnen geraken. Om zich een speigel voor te houden. Dat is eigenlijk de reden waarom hij dat dagboek bijhoudt. Hij probeert steeds opnieuw om tot inzicht in zichzelf te komen. Hij probeert te weten te komen wie hij in wezen is…

Anker – (schraapt zijn keel) ja, kan je dat wat meer verduidelijken?

Iris – Wel Anker, het is  heel gewoon – Kijk maar naar het gedrag van de mensen om je heen! Kijk naar iemand die met een klein kind omgaat, bijvoorbeeld – die doet ook een beetje “kinderlijk” – je richt je steeds naar de andere, in je daden,  en in de keuze van je woorden, zelfs in je lichaamshouding. Je gedrag maakt deel uit van een “gemeenschappelijk” of maatschappelijk-  of groepsgedrag.
En door die praktijk, door die ervaring, door het dagelijks doen kom je gaandeweg aan de weet wie je zelf bent! …door de manier waarop anderen je bejegenen, reageren op je gedrag, door uitdagingen soms, door plagerij, door samen met leeftijdsgenoten op te trekken je komt te weten kom je te weten wie je zelf bent – of, beter gezegd – je ontdek jezelf en de anderen! …In en samen met de andere! Zo is dat! (glimlacht, wacht op een reactie die er niet komt)
– Dat is trouwens wat ieder jong mens doet – hij leert te zijn wie hij is te midden van leeftijdsgenoten – de “peers” zoals men dat noemt – en dat is precies wat aan Sammy tot dan toe heeft ontbroken!

Anker – Doordat Sammy minstens vijf jaar met niemand had gesproken – doordat hij in die tijd enkel fysiek aanwezig is geweest – zeg maar- kon hij al deze sociale verworvenheden niet leren. Al die gewone dag-daglijkse gesprekken, en de dingen  die je noodzakelijk op die leeftijd doormaakt   –  die waren gewoon nooit opgetreden! Die kende hij niet door afzondering. Dat is wat je bedoelt?

Iris – Wel, Anker, Sammy vervreemde van zijn omgeving op een leeftijd die precies cruciaal is om deze sociale verworvenheden aangeleerd te krijgen!

Anker – En dat probeert hij nu in te halen door te schrijven?
…door over zichzelf te schrijven?

Iris – Ja, zo is dat! … en hij doet dat in de woorden die hij kent. De begrippen, de zegswijzen, uit liedjesteksten en uit de populaire romans uit zijn tijd, en uit de schoolse taal – niet zozeer de spreektaal van onder vrienden, want die kent hij niet! Die klinkt niet door in het dagboek…

Anker – …De schrijvers van de bevrijding van de jaren zestig in Europa en Amerika…

Iris – Ieder ding dat hij ontmoet, iedere zaak waarop hij zijn eigen reacties min of meer kan vaststellen om het in Sammy’s taal te zeggen – fungeert als een loskomend draadje van een weefsel dat hij steeds verder zal trachten te ontrafelen.

Maar doordat hij zelf niet weet wie hij is – of nog beter – doordat hij zich enkel heeft kunnen spiegelen aan – aan “bolle en holle spiegels” – ja, zoals in een spiegelpaleis – is hij nooit gekomen tot een ‘recht spiegelbeeld’  – een rechtmatig beeld van zichzelf – een beeld waar hij vrede mee kon nemen, en dat overeenstemt met dat wat de anderen van hém hebben…En ondertussen doet hij zich voor, speelt hij een soort rolletje of een opeenvolging van rolletjes.
Anker : Daarbij doet hij zich voor – doet hij zich voor aan wie?
Speelt hij een rol voor wie? Zijn schrijfsels zijn toch aan niemand gericht?

Iris: – Ja, hij doet dat enkel voor zichzelf voor… hij doet zich aan zichzelf voor, zou je kunnen zeggen.
Hij speelt hij een rol – of ontdekt zijn plaats in de wereld, zijn eigen rol, zoals iemand die voor het eerst zijn beeld in een spiegel ziet, of zijn eigen stem hoort op een bandrecorder, of op film of foto.

Anker : ja, maar er zit mij nog iets dwars…”eigenliefde”?

Iris – Ja, …(zucht) …Maar daar zit ook iets erg jammers in –
– wanneer je  jezelf een geschreven rol toebedeelt-
– wanneer je een dagboek houdt waarin je zelf als personage optreedt – dan geraak je daardoor  ook wat verstrikt.  Het krijgt in iets gekunsteld, zoals je houding voor de spiegel in een pashokje met een nieuw pak.
je wordt dan zelf dan even tot personage, je vertolkt even je eigen voorgeschreven rol
je wordt een moment bordkarton, en die vertolking schrijf je neer…

Een schaduwspel, een rol in een theaterstuk.

Ervaringen vast leggen is ongeveer het tegenovergestelde…

 

Anker : Wil je dat even uitleggen?

Iris : Stel je even een reisverhaal voor,  – in een reisverhaal probeer je je nieuwe ervaringen vorm te geven. Je beschrijft het verloop van de tocht, wat je hebt gezien en meegemaakt, de mensen die je hebt leren kennen, dingen die je bijzonder zijn opgevallen, en ook wel de problemen onderweg… Die prikkels, die dingen die op je afkwamen… Onderweg leer je jezelf kennen. Misschien daarom dat jongen mensen soms beslissen van alleen op reis te gaan. Ze zoeken naar zichzelf. En daar kan je zijn leven op negentienjarige leeftijd een beetje mee vergelijken – en het schrijven was zo zijn middel… Eigenlijk kende hij op dat moment waarschijnlijk niets anders, las hij romans die  zelfbespiegelend waren, zoals er in die tijd heel wat zijn geschreven. Sammy’s dagboek is haast een zelfportret is met gesloten ogen

Anker – Maar, Iris, doen we dat ieder van ons op onze een eigen manier?
…Misschien niet  zozeer door het schrijven van een dagboek – Spelen we niet elk onze eigen rol, zolang we ons blijven bewegen binnen onze comfort-zone? En kent ieder van ons niet dat moment waarop we even over de haag kijken, in de verte, ons losmaken van onze omgeving en achter ons masker kijken?

Iris – Ja Anker, maar je hebt niet goed geluisterd, ik heb gemerkt dat je even weg was met je gedachten.  Denk er maar nog eens over na…

Anker – Huh! Ja…(lacht)

 

 

 

 

60 – Onder de Feesttent

Iris kan zich nu even niet met Sammy bezighouden – al haar energie gaat naar haar zieke moeder die nu bij haar inwoont. Onze buurvrouw ziet er niet zo best uit, haar blik eerder naar de grond gekeerd – ze klaagt over duizeligheid en paniekaanvallen. Wij weten niet goed wat we best doen…

Kunnen we haar opvangen? Mijn vrouw onderhoudt lange gesprekken met haar.

En eerlijk gezegd, het wordt mij soms te zwaar, die teksten van Sammy.

Ik zie het voor het ogenblik ook niet meer zitten om ze verder te lezen.

Iets houdt mij tegen, ik heb mijn sympathie voor hem verloren.

Hoe kan dat nu – hoe kan iemand zo met anderen omgaan! Hoe kan iemand zo egoïstisch zijn!

Zijn teksten missen ongeveer alles wat men van een leesbare tekst zou kunnen verwachten. Waarom maakte hij al deze nota’s? Waarom schreef hij al deze bond gekleurde schoolschriftjes vol ?

Ik zal jullie niet verbergen dat ik soms van hem walg. Dat hij mij misselijk maakt en dat ik goed kan begrijpen waarom uiteindelijk iedereen hem verliet.

Jullie christendom – dat ik iedere dag met de grootste verwondering aanschouw – heeft het over “naastenliefde en vergevingsgezindheid” – wil dat ook zeggen dat je een zelfzuchtige brompot die alleen in zijn hol wil kruipen ook leuk moet vinden?

Tijdens zijn leven heeft niemand dat blijkbaar gedaan, waarom zou ik het dan nu voor een mopperende geest moeten opnemen?

Een zeurkous van een spook?

Is onze interesse voor hem niet een beetje ongezond – zoals Maria-Letizia daarnet fijntjes opgemerkte – wel, rechtuit – we hebben het een beetje gehad met Sammy!

Nemen we een pauze? Of trekken we definitief de stekker uit?

Sammy schreef uit narcisme. Uit drang naar zelfbespiegeling.

Hij vond het interessant om met zichzelf bezig te zijn.

Spon een web rond zich van eigenliefde waarin hij zichzelf opvoerde slachtoffer. – Slachtoffer van wie? Waarom? Week zelfbeklag?

Het lijkt mij plots allemaal onbeduidend wat wij hier aan het doen zijn.

Sammy leefde onder de indruk dat iedereen om hem heen het eigen bestaan goed bij elkaar had. Hij was steeds de uitzondering, de enige die uit die dagelijkse stoelendans viel – Anderen wisten wel hoe hun houding te bepalen,  -hun toon, – hun stem, – hun uitdrukkingen te bemeesteren, en hij kon dat niet.

Hij stond onhandig, als op hoge poten te midden van soortgenoten die door het leven dansten (“onhandigheid”  was één van de meest gehoorde verwijten die zijn vader hem regelmatig toesmeet) Sammy wist nooit hoe zich te gedragen – vond zijn plaats niet-  kende geen woorden of begrippen waarin hij zich in herkende, struikelde door het leven.

Dacht zich doorzichtig, zonder verweer.

Kon nergens zijn authentieke zelf zijn, zijn eigen stem horen tussen het koor van al degenen die zo goed wisten wie ze waren en waar ze stonden –  Die iemand in de wereld waren of iemand binnen een vriendenkring, iemand waar naar werd geluisterd – die gerespecteerd werd, gevierd werd, voor zichzelf durft opkomen, succes kent. – (Succes bij de meisjes?)
Dat eigen “ik” blijkt Sammy nooit te hebben gevonden (ik loop hier vooruit, ik weet het, ik weet meer dan jullie, omdat ik er nog niet toe gekomen ben dat allemaal hier neer te schrijven wat ik gelezen heb! )

Sammy worstelde met denkbeelden als “determinisme” – een begrip uit de lessen filosofie aan de universiteit. “Ik leef onder de dwang van het fatum” – zo schrijft hij het ergens – pathetisch! –

Alles stond vast. Het universum verloopt bepaald. Aan je lot kon je onmogelijk ontsnappen, hoe hard je ook je best deed, want zelfs deze gedachten, dit vermoeden van de bepaaldheid der dingen, was reeds gedetermineerd, lag reeds vast van in het prille begin der tijden, in onverbreekbare ketens van oorzaak en gevolg. Sammy was slechts een schakel op een ongelukkige plaats. Hoe kon hij dan verantwoording afleggen voor zijn falen! Hij was niets. Niemand! Een schakel die slaaf was van een bestemming die voor hem onzichtbaar bleef.

Sammy’s vader zetelt als op een troon daar boven hem en oordeelt. Of  zijn ouders zitten op gerieflijke kussens in de loge aan een enorme arena, een koningspaar dat toeziet hoe hij het er in het leven van af brengt, hoe hij strijdt, en iedere keer weer faalt, of het laf op een lopen zet.
Sammy struikelde van de ene situatie in de andere, geraakte verzeild op plaatsen waar hij nooit had willen zijn. Was stuurloos temidden van alle menselijke bewegingen om hem heen.

Sammy was op vlucht.

Hij was voortdurend op de vlucht.

Het schrijven treedt op in een poging om al die zwalpende bewegingen onder controle te kunnen krijgen, een poging tot een overzichtelijker beeld waar hij steeds weer in mislukt. Gedoemd is te mislukken – niet wil lukken of niet kan lukken? Waarom?

Steeds weer wentelt hij die steen naar boven die daarna onherroepelijk terug naar beneden rolt.

-Liefst had hij alles willen herdoen, de schooltijd, heel zijn leven, zijn hele bestaan.

Hij dagdroomde over hoe het zou zijn om plots wakker te worden op een dag in het verleden – op een moment waar het geheugen de toekomst zou zijn, zodat hij telkens zou weten wat kiezen, weten wat te zeggen, – hoe zich te gedragen.
Want hij wist niet wie hij was , waar hij stond of waar hij naartoe wou, – welk beroep hij zou kiezen, welke rol hij zou spelen in een maatschappij waartegen hij zich wilde verzetten. Die hem schijnheilig en corrupt voorkwam, die beheerst werd door een oppermachtige oude generatie. Die een meute conformisten en ja-knikkers achter zich aan sleepte.

Maar er was wel een nieuwe generatie op komst.
Jongeren die een nieuwe wereld wilden van liefde en diepe betrokkenheid met de natuur. Die naar andere muziek luisterden, lange haren en loshangende kleren droegen, gitaar speelden en avontuurlijk leefden.

Jongeren die zich wilden bevrijden.

Maar ook daar kon Sammy niet bij horen. Hij kon hun uitbundigheid niet aan, hij kon zich nooit laten gaan, een hark die niet dansen kon, een geharnaste die niet knuffelen of zoenen kon.  Het was alsof zijn vader keek steeds scherp toekeek en streng deze “nieuwe generatie” veroordeelde   – Sammy moest naar de kapper. Zijn haar kort moest Amerikaans of er zwaaide wat! – Mocht niet naar popmuziek luisteren, en wist tenslotte zelf niet meer of hij er wel van hield of niet.
Hij voelde zich als geketend in een kerker onder een markt waar iedereen feest vierde – Een gigantisch bontgekleurd feest  hij zich dat enkel kon voorstellen bij het horen van die stortvloed van lachende kreten en heftige muziek aan de overzijde.

 

 

 

58 – Halve Prijs

Schuchtere jongen,

verlegen jongen,

– of –

“teruggetrokken, erg in zichzelf gesloten jonge man leert goedlachts rondborstig blozend meisje kennen.”

Dat zou de titel kunnen zijn, klinkt aanlokkelijk, een vrolijke zwenk in dit verhaal van Sammy, het laat begin van een liefdes leven.

Sammy is 19.

Hij loopt universiteit en studeert psychologie. Zij vader houdt voor hem -met een veel betekenende gelaatsuitdrukking- de waaier van bankbriefjes uitgespreid. Het bedrag voor de inschrijving aan de universiteit! – een geschenk aan iemand die dat niet verdient – die dat niet waard kan zijn.

Dat jaar ging er voor Sammy  een wereld open.

Hij liep universiteit in de hoofdstad – kreeg hoofdpijn van de drukte in de straten

Voelde zich vreemd – zat vol met twijfels – onverwoordbare twijfels

Zijn ziel zwalpte als een bootje over een onstuimige zee.

Student worden – vele nieuwe gezichten zien, gebouwen met eindeloze  gangen  – trappen, liften, aula’s, ad valvas –  lijsten, ellenlange trein en busritten  die hem ter bestemming brachten en weer terug voerden.

Sammy had nooit leren studeren – jaren lang had hij gedaan alsof hij luisterde – opende de dag voor het examen de studieboeken – en bracht het er van af met “voldoendes”

De colleges aan de universiteit overstelpten hem – Nu volgde hij wel aandachtig – lieten soms licht schijnen op dingen waar hij zelf mee zat.

“Het is 26 maart, het mooi weer vandaag, warm voor de tijd van het jaar, ik ben deze middag voor het eerst klaar geraakt, maar ik heb angst dat ik mij egoïstisch gedragen heb. Ik heb haar gevraagd of ze de pil zou willen nemen – we zouden dan beiden bevredigt kunnen worden zonder inconveniënties – ik hoop dat ik het om vijf uur zal kunnen goedmaken, het is spijtig dat ik zo veel bots en telkens moet wachten tot de volgende keer om het weer goed te maken . Het is alsof mijn gevoelens voor haar gesplitst zijn. Enerzijds voel ik mij tot haar seksueel aangetrokken, anderzijds ben ik in zekere mate psychisch koel tegenover het seksuele – het moet het gevolg zijn van de dingen die ik de laatste jaren heb meegemaakt. Maar ik vrees dat ik door mijn onhandigheid haar zal krenken. Zij aan haar kant heeft blijkbaar gevoelens die voortspruiten uit de ontvankelijkheid en eerbied die ze van mij ondervindt – en die ze niet kreeg bij de jongens die haar stuk voor stuk hebben teleurgesteld. Bertien laat haar vooral leiden door haar gevoel, met rede kan ik haar veel minder bereiken dan met daden – dat is op zich bij haar een positief punt maar soms spreken haar opvattingen haar gevoelens tegen”

Dat schrijft Sammy in zijn dagboek –

Hoe begon op een late lentedag. Okere zonneschijn spiedde door de groene persiennes van het auditorium. Een kale dikbuikige professor – die gemakkelijk gecast had kunnen worden voor  Romeinse keizer – het college gaat over…maar Sammy is vervuld van het “reisgevoel” een gevoel dat hij kent als de aankondiging voor iets dat op til is, dat in de lucht zit – dat spoedig zal gaan gebeuren!

Enkele weken geleden had een jonge met heel lang haar en een sikje hem gevraagd “hoe het met hem ging” – zomaar, direct, vanzelf, alsof hij Sammy al jaren kende. Het was de eerste student die ooit daar tegen hem had gesproken en Sammy had zelfs wat teruggestameld.

Frank Van Wezel was zijn naam, en hij had Sammy ook gevraagd om het jeugdhuis te komen bezoeken dat hij mee had opgericht.

Sammy had dat aanbod voortdurend van zich af gehouden, maar op een vrijdagavond was hij er toch daar naar toe gegestapt.

Hij had nieuwe kleren aangetrokken waar hij zich ongemakkelijk in voelde – hij droeg steeds kleren uit koopjes – “halve prijs” was het enige stijlkenmerk dat aan Sammy’s kleding toegedacht kon worden. Omdat vader dat zo wilde. Ook zijn haar was kortgeknipt omdat vader dat zo wilde.

Hij voelde zich stram in dat ongemakkelijke omhulsel toen hij door een lange gang door het jeugdhuis  naar het lokaal zijn weg zocht. Sammy  trad binnen in een donker hol. Rond een tafel waren enkele jongeren in de weer met het versnijden van gekleurd papier.

Sammy vatte post aan een toog.  – als een hark, een vogelschrik, een bezemsteel.

Hij zweette, wist zich geen houding te geven, wist niet at of hoe er van hem werd verwacht.

– Waar was Frank?-

Hij durfde het aan niemand te vragen.

-Carnaval – versieringen?

De “Grote zaal” waar Frank het over had bleek niet veel meer dan een overdekte tuin te zijn.

Sammy bestelde een biertje – hij moest iets doen –  zoete smaak, de gekleurde lampen werden roder en zijn blik glaziger – Zal Sammy’s weg naar verlichting langs alcohol voeren?

Dan wil hij zo vlug mogelijk weg – krijgt het gevoel te worden aangestaard. Een indringer. Zweet, krijgt koude rillingen.

Opgetrokken schouders, handen in de zakken, een blik die zoekt maar zich nergens aan kan hechten, Frank is er niet. Wat doe ik?

Langer kan hij het niet meer harder.

Hij vlucht weg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

53 – Jaak Timpermans

Deze week heeft Iris geen tekst voor jullie gemaakt. Ze is nochtans lang met jullie talrijke vragen bezig geweest.

Iris werd de laatste maanden volledig opgenomen door de zorg  voor haar moeder. Ze was voortdurend onrustig omdat ze de aanpak hier in het ziekenhuis te Grauwegomme niet langer vertrouwde. – Haar moeder is hoog bejaard en op die leeftijd kan alles onomkeerbaar worden – zei ze. Het was ook erg moeilijk om een dokter te kunnen spreken en bovendien merkte zij dat moeder voortdurend onder verdoving gehouden werd.

Nu heeft zij de knoop doorgehakt. Iris is op eigen initiatief met een ambulance en twee ambulanciers naar het ziekenhuis gereden om haar moeder daar weg te halen.  En ze draagt nu zelf zorg voor haar.

Vandaar dat ze nu even afwezig zal blijven.

 

Over jullie vragen: Een aantal hiervan gaan over de ouders van Sammy.

Wie waren zij en hoe gingen zij met hem om?

Ze komen hier haast niet in beeld, noch zijn vrienden of de omgeving.

We hebben ons best gedaan om hierover meer informatie te achterhalen.

Eén van de bronnen was Jaak Timpermans. Die Sammy persoonlijk heeft gekend. Al waren ze blijkbaar niet de beste vrienden.

Volgens Jaak Timpermans stonden zijn ouders in de buurt bekend als beiden vriendelijke bescheiden, hulpvaardige  en hardwerkende mensen.

Het was heel wat moeilijker om mensen uit de buurt te vinden die ons iets over Sammy zelf  konden vertellen. De meesten liep hij zonder omzien voorbij.

 

Jaak is onze naaste buur. Mijn vrouw en ik beperken ons tot een beleefdheidsgesprek. Ik ga jullie eerlijk bekennen dat wij niet zoveel van Jaak houden. Hij baat het tennisveld uit dat pal achter ons huis gelegen is. Sport is het enige onderwerp waarmee ik met hem regelmatig in gesprek ga.  Wanneer het over zijn vroegere buur ging wordt hij telkens erg  negatief.  Zijn stem doet mij aan iets of iemand denken maar ik kan ze niet thuisbrengen.Waar zou ik ze nog hebben kunnen horen…een snerpende nasale stem, die stoot vanonder een dun donker snorretje dat net de lengte van zijn dunne lippen volgt onder een scherpe neus en ogen waarvan de leden zich nooit lijken te sluiten. Alsof hij steeds op zijn hoede is, steeds wantrouwig.

Hij heeft tot nu toe niet één positief woord over Sammy tegen ons uitgesproken.

Wat we vernamen is dat Sammy’s ouders beiden een administratief werk deden. Voor zover ik heb kunnen opmaken hadden ze een betrekking bij de overheid  maar het is  niet erg duidelijk wat ze precies deden. Waarschijnlijk had hun werk iets van doen met het leger of de ordediensten.

Victor Van der Straet en Jaak Timpermans verstonden elkaar blijkbaar goed.

 

 

 

 

 

33 x – Grijs en Geel

Sammy’s ouders waren ongewenste kinderen.
Allebei.
Sammy zijn uniek leven, zijn unieke ouders zijn unieke sectoren in een universum.

Zijn leven waarin alles hem voorkam als uit het leven van iemand anders.

Wie?

Om het even wie, maar toch anders.
Daaraan kon hij alles in zijn bestaan herkennen.
Hij had een vader en een moeder zoals andere kinderen.
Een huis waarin hij opgroeide.
Voor ieder kind is de geboorteplaats de gewoonste plaats van de wereld.

Voor de ene is dat een paleis voor de andere een concentratiekamp.
Sammy groeide op en werd zich bewust van wie hij was en wat hem omgaf.

De wereld kreeg vorm van uit een huis langs een spoorwegberm
nabij een kleine industriestad.

Geluk is alleen zijn
Sammy kende geluk enkel als alleen zijn.
Geluk kon voor het kind nooit met iemand te samen.
Iedereen verwekte onrust, geluid, geroep lawaai, verstoring.

De ouders schenen steeds met iets bezig te zijn dat zich binnen in hen bevond.
Zij keken recht voor hen uit.

Zelden in het gelaat van het jongetje die naast hen stond en waarvan ze toch het handje vasthielden

de wereld was heel groot
– maar hij was hier, gevangen
de wereld was avontuurlijk
– maar hij zat hier, vastgehouden
en dat hij ook een leven had zoals alle anderen
– maar die anderen hadden een leven.

Sammy bestond, slechts, kreeg niet het gevoel van te…

de wereld was bedreigend beangstigend en veel te groot.
Sammy ervoer zichzelf als een personage – een bewegend punt in het bestaan

de anderen waren machten die een wereld beheersten die de zijne niet was.
Hij, zat gevangen onder een grijze stolp van regels waarin hij ronddraaide, draaide als een vlieg.
Regels en angst – grijs en geel.
Regels voor het doen, die opgevolgd dienden te worden zonder om redenen te vragen.
Een wereld van verplichtingen.

De school was zo een regel.
Het werk van de ouders. Waar de treinen hen iedere koude ochtend naartoe voerden.
De grijze speelplaats tussen de regels van angst.
En daarboven de blauwe lucht met vrij vliegende tuigen en vogels.

In de blauwe hemel lacht de natuur.
Een open ruimte met mogelijkheden.
De aarde lag daaronder, grijs en winters
en wanneer het wolkendek zich sloot
Scheen de macht van de regels over alles te heersen.
Als om de mens nog meer te straffen met het gesloten bestaan
Alle uitzicht op hoop te ontnemen.

Aan de wereld diende je te voldoen.
Tijd tikte je zwijgende aanwezigheid weg.
Tijdsdruk om gehoorzaamheid.

Spelen was enkel mogelijk wanneer de aandacht van de anderen naar iets anders gericht was.
Wanneer de volwassenen met iets onbegrijpelijks bezig waren, dan pas werd het goed. dan kreeg het kind een moment van eenzame vrijheid terug.
dan kon zijn verhaal losbarsten.
Zijn eigen wereld los van alles.

33h – Het Hemelsblauw

 

Iris Nachtegaal

Sammy’s  unieke leven, zijn unieke ouders en zijn unieke sectoren in het universeel bestaan.

Zijn leven waarin alles voorkwam als uit het leven van iemand anders. Hij was om het even wie, maar toch anders.
Daaraan kon hij alles in zijn bestaan herkennen.
Hij had een vader en een moeder, net zoals alle andere kinderen.
Een huis waarin hij opgroeide.
Voor ieder kind is de geboorteplaats de gewoonste plaats van de wereld. Voor de ene is dat een paleis, voor de andere, een concentratiekamp.
Sammy groeide op. Hij werd zich bewust van wie hij was en wat hem omgaf.
Zijn wereld kreeg vorm vanuit het huis langs de spoorwegberm
nabij de kleine industriestad.

Geluk en alleen zijn.
Sammy kende zijn geluk enkel als “alleen zijn”.
Geluk kon het kind nooit met iemand delen.
Iedereen verwekte onrust, geluid, geroep, lawaai, verstoring.

De ouders schenen steeds met iets bezig te zijn met iets dat in hen opgesloten lag.
Zij keken strak voor zich uit, zelden naar het kind, dat naast hen stond en waarvan ze het handje vasthielden

de wereld was heel groot
– maar hij zat hier gevangen
de wereld was avontuurlijk
– maar hij werd vastgehouden
dat hij ook een leven had zoals alle anderen
– Die anderen hadden een leven. Sammy bestond slechts.
kreeg nooit het gevoel van te…
Die wereld was bedreigend, beangstigend en veel te groot.
Sammy ervoer zichzelf als een personage – een stipje in het bestaan
De anderen waren machten die over een universum heersten dat het zijne niet was.
Hij zat gevangen onder de grijze stolp van regels waarin hij ronddraaide.

Maakte baantjes zoals een vlieg rond een lamp eeuwig naar een uitweg zocht.
Regels en angst – grijs en geel.
Regels voor het doen, die opgevolgd dienden te worden, zonder kenbare reden.
Een wereld van verplichtingen.
De school was zo een regel.
De ouders volgden zo’n regel wanneer ze naar nu werk vertrokken. Waar de treinen hen in de koude ochtend naartoe voerden.
De grijze speelplaats lag tussen regels en angst.
En daarboven spreidde zich hemelsbreed de blauwe lucht met vrij vliegende tuigen en vogels.

De natuur lacht in deze blauwe hemel.
De open ruimte met mogelijkheden.
De aarde daaronder verkleumde grijs en winters
en wanneer het wolkendek zich sloot
bleek de stenen macht van regels alles te overheersen.
Als om de mens nog meer te straffen door een gesloten bestaan
Alle uitzicht op hoop af te nemend.

De wereld was iets waaraan je diende te diende voldoen.
Tijd tikte je zwijgende aanwezigheid weg.
Tijdsdruk om te gehoorzamen

Spelen was enkel mogelijk wanneer de aandacht van de anderen weg gericht was.
Wanneer de volwassenen met iets bezig waren, dan werd het goed.

Dan kreeg het kind een moment van eenzame bevrijding.
Dan kon zijn verhaal in alle kleuren losbarsten.
Zijn eigen verhaal vrij van alles.
Woorden
Het kind kon alle woorden van de volwassenen nog niet verstaan.

Ze klonken voornamelijk als geroezemoes gebrabbel.
Maar er lag een kracht in scheldwoorden
Een macht die het snel ontdekte.
Die machtige woorden die verwijtend waren
die hij niet mocht zeggen
die weerwerk opleverden

En het groeten…
…het moeten groeten
zijn klakje afnemen
dag mevrouw van Meulenbeek!
dag mijnheer Janssen!

Sammy voelde zich een sprekende pop
Een afgericht huisdier

Grootmoeder had hem dat bijgebracht.

Vluchten

weg zijn – weg gaan
Hoe?
en de dood

De sterfelijkheid die hij plots ontdekte door te kijken naar een geel plastieken soldaatje met een geweer
Hoe hij dat geweer naar hem keerde
weg voor altijd?
de anderen waren
angstaanjagend of vervelend
bezig met schijn en schroom
gevangen in gelijkvormigheid en regels

grootmoeder veranderde de kleur van de voordeur wanneer de buren dat ook hadden gedaan.
zich nooit onderscheiden
“Je moet in de pas lopen!” riep een politieman

de kou de sneeuw en in de pas lopen
en baantje glijden
en vallen en pijn voelen
alles was bedreiging door pijn
alles was pijn angst en dreigen met pijn
slechts alleen was Sammy rustig
alleen in zijn kamer
alleen met zijn speelgoed
Het speelgoed de wereld in miniatuur  die hij kon beheersen.
Soldaatjes autootjes een treintjes
De beheersbare miniwereld van een kind waar alles kon gaan zoals het zelf het wou.
Daar waar hij almachtig was
de meester  – de heerser – de generaal
het leger
de oorlog

Ten Oorlog!

33e – Het Kapblok

Er zijn:
Het kot met de planken en de houten planken kratten en bakken.

Er is:
De schildpad
en er zijn de kippen en de wespen
en de Duchéperen en de stadsperen aan de centrale boom.

Er zijn ook nog:
Het gras en de plisplanten, en

het kerstenkruid en

de ortensia, de plisplanten en

de meiklokjes en

boterbloempjes

 

Sammy tuurt naar de wolken.
Zij varen als karvelen over de daken naar hun onbekende bestemmingen.
Zij voeren de geesten van de overledenen en de dode dieren met zich mee.
Dat kon je goed zien wanneer je er maar lang naar bleef kijken!

Daar een poes, en

daar een hond en

daar een grootvader op zijn sterfbed.
Ook vogels doorkruisen voortdurend de hemel ongrijpbaar als vliegtuigen.
Een Dakota, dan een DC3, dan een flying boxcar nu en constellation.
Hoog in de vrije blauwe hemel

Ver boven alle pijn.

Ongenaakbaar voor wie hen kwaad wil.

Zonder grenzen zonder wetten.

Daar de bliksemafleider op de school.
En hier de begraafplaats van de ratten en de kippen.
Het groene gras met donkere schaduwen.
Machinegeweren in de tent verscholen.

de dode witte naakte man tegen de perenboom plots onzichtbaar.
De hand die uit de muur steekt.

Hou de wacht onder je zware helm
de Duitse stoel, de Amerikaanse pet.
Het Brits vlaggetje.

Tussen de witgekalkte muren en de boom.

Er was ook een hok in de hof.
Het hok in de hof had een onbekende oorsprong.
Men stelde er zich geen vragen over zoals

men deed over dingen waarvan men meende dat

zij er altijd geweest waren.

Opslagplaats voor oude rommel zoals een zolder.
Onderdelen van oude meubels.
Vloerplanken, een Amerikaanse helm en een gasmasker uit de laatste oorlog.
Een zetel zonder poten en een badkuip- ooit gekocht – nooit gebruikt.

Sammy en Ruddy kenden al deze dingen.
Het waren voor hen  onderdelen voor belangrijk speelgoed.

De Houten Bak (die met en die zonder bodem)

de Troon die zetel zetel met blauwe voering zonder poten.

De Brede Plank en

de Lange Plank en

de Smalle Plank,

de Balk

de Bakstenen en

de Tapijten, waaronder

de Grote Tapijt,

de Kleine grijze Tapijt.

Het Kapblok,

de Duitse stoel

de Duitsche schep

de Amerikaanse muts…

Het kot was groen geverfd, misschien was het ooit blauw.
Het bestond uit ronde balken hoog als een grote mens, die stevig in de grond waren geheid en die verbonden waren met kippendraad, en houten planken, als dak lag daarover een zinken plaat.
Het bad werd met planken dichtgemaakt zodat het een geheime gang werd met schuifdeuren.
Op de Grote Zware Bak (die je niet kon optillen) stond de

Troon zonder Poten met

vergulde leuning.
De troon van de koning.
Maar het was ook mogelijk om er een citroen DS van te maken een tank, of een tweedekker-

misschien wel een ruimtetuig.