49 – De Vlek

 

de vlek

Door Iris Nachtegaal

Sammy had steeds het gevoel van vuil te zijn, te stinken een donkere vlek te zijn voor de anderen.
Moeder en ook vader wezen hem daar regelmatig op.
Ze zegden regelmatig dat hij kwalijk rook – Sammy stonk!
Het klonk bezorgd, werd op een bekommerde toon gegeven, als een raadgeving, iets waar een ouder een kind op diende te wijzen opdat het mer zorg voor zichzelf zou dragen.
Maar eigenlijk was het een verwijt.

Er was een donkere reden waarom Sammy’s moeder dat steeds deed.
Terwijl vader hem ontmoedigde door cynische spot. Die eigenlijk de schijn had van aan te porren: op te roepen tot het beter te doen. mer te presteren.

Maar eigenlijk was het niet dat, het was ontmoedigen zodat Sammy zou opgeven.

Sammy vond dit niet vreemd.
Hij geloofde werkelijk dat ze het goed met hem meenden, en dat hij inderdaad stonk en voor niets deugde en dat zijn ouders het bij het rechte eind hadden – dat hij voor niets deugde en voor alles zijn ouders nodig had.
Die spanden zich immers voortdurend voor hem in, die ondersteunden hem, of beter – zij droegen hem voortdurend als last.

Later nestelden deze stemmen van vader en moeder zich in zijn binnenste.

Hij droeg ze voortdurend met zich mee en ze bleven steeds op die zelfde toon tot hem spreken.

Advertenties

47b – geen melk vandaag

Beste volgers,

We moeten onze berichtgeving even onderbreken.

Iris is met vakantie, en voor de kinderen is zijn de eindtoetsen zijn begonnen.

We hebben het hier nu even te druk om het verhaal van Sammy uit te spinnen.

Even geduld,

Anker Tong

0 – Sammy

 

 

Sammy

Ramses Shaffy

Sammy loop niet zo gebogen
denk je dat ze je niet mogen
waarom loop je zo gebogen Sammy
met je ogen Sammy op de vlucht
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
want daar is de blauwe lucht

Sammy loop niet zo verlegen
zo verlegen door de stegen
waarom loop je zo verlegen Sammy
door de regen Sammy van de stad
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
want dan word je lekker nat

Sammy
kromme kromme Sammy
dag Sammy
domme domme Sammy
kijkt niet om zich heen
doet alles alleen
en vind de wereld heel gemeen

Sammy wil bij niemand horen
zich door niets laten verstoren
toch voelt hij zich soms verloren Sammy
hoge toren Sammy kan niet aan
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
want daarboven lacht de maan

Sammy wilt met niemand praten
maar toch voelt hij zich verlaten
waarom voel je je verlaten Sammy
op de straten Sammy van de stad
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
want dan word je lekker nat

Sammy
kromme kromme Sammy
dag Sammy
domme domme Sammy
kijk niet om zich heen
doet alles alleen
en vind de wereld heel gemeen

Sammy wil heus wel veranderen
maar is zo bang voor de anderen
waarom zou je niet veranderen Sammy
want de anderen Sammy zijn niet kwaad
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
anders is het vast te laat
Sammy loopt maar door de nachten
op een wondertje te wachten
wie zou dit voor jouw verzachten Sammy
want jou nachten Sammy zijn zo koud
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
er is één die van je houdt

38 – De Treinreis

Italië

Door Iris Nachtegaal

De chokolade-bruine trein raast door de Po-vlakte.
Rij na rij ruisen de ranken langs het raam – groengroen – groen, groen tot een fijne oker-gele lijn die vanaf de einder slangachtig slingerend een zandweg wordt en afzakt schuin nu recht nu schuin nu meelopend met de trein korter en korter komt tot de ratelende bel van de overweg ze doorbreekt.

Verschroeiend de zuiderse zomerzon.

Todeskaden! -todeskedan! -todeskeden!
schoe-schoe-schoe slaat de wind door de open treinramen
raast stemmen onder boven kraakt scheurt schokt mort
waggelwieggelt wiegt reizigers in slaap

Heen en weer en heen in slaap geschud.

Gebruinde mensen waggelende torsen op glimmend houten banken.
Een mond valt wijd open en toont zijn gouden tanden
de hals kan het hoofd niet meer rechthouden en zwaait het heen en weer
-/lijken / conentratiekamptreinen/ …

È pericoloso sporgersi

Triiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii!
fluit een tunnel in.

Huizen haken waggelend,
telefoondraden tekenen guirlandes door de wolkenloze hemel.

Groen – geel – geel – oranje – oker
velden bomen boom bomen struik struiken
wijnranken ranken aan ranken ranken marcheren in snelpas
staken verlaten

hok verlaten in de vlakte
Wie huist daar?

Schelle bel overweg op en neer gaat de toon zo:
rrrrrrrrriiiiiiiiiiieeeeeeeeeeeeeeeeelllllllllllllllllllrrrrrrrrrrr

Sammy hangt uit het treinraam.
De hete wind stroomt over zijn gelaat,
De Belofte, het verre land dichtbij.
Onbekend.
Bestemming de verwachting
bestemming de hoop
Het schone vrije einddoel.
het andere.

Deze morgen in de nachttrein had moeder hem en zijn broertje gewekt om de Zwitserland te laten zien.
Sammy zag voor het eerst bergen met sneeuwtoppen.
Rotsen bossen bruggetjes met bruisende watervalletjes
chaletjes en chocolade koeien.

Hoe ging het er aan toe het in Italië?
Brommers?
Vader wordt uitgevraagd over het vreemde land.
Nachttrein: slapen in een rijdende trein.
Woorden als “Couchette” duiken op.

Het lage station van Rimini centrale.
Oleanders uit een technicolor kleurenfilm.
met een Fiat-Taxi razend door het verkeer
azuurblauwe zee
cobaltblauwe hemel
riante bouwsels luifels blank, lila, oranje, gestreept rood geel parasolletjes
scooters drukte gebruinde mensen

AGIP VESPA OLIVETTI MARTINI

de stad is een bakhoven, af en toe de zee te zien tussen groen tussen witte blokken met grote terrassen stenen poorten
zo langs de kust tot aan het hotel
die avond leerde Sammy spaghetti opdraaien met vork en lepel.

37 – De Coiffeur

De kapper

Door Iris Nachtegaal

 

– Kort knippen op zijn Amerikaans. Zei vader tegen de kapper die grijnzend Sammy een wit plastiek schort voorhield.
Sammy ging niet graag naar de kapper.
En later koesterde hij steeds een zekere weerzin tegenover kappers.
Vader zei dat hij zijn haar liet groeien om niet naar een kapper te hoeven.
Deze Coiffeur was de voordeligste, en Sammy’s ouders ouders kenden hem een beetje. Soms bleven zij nog napraten wanneer de laatste klant al verdwenen was, terwijl ze plaatsnamen in de kapperszetels.

De kappersstoel die eruitzag alsof hij uit een jachtvliegtuig of een ruimtetuig kwam.
Het glimmende metaal en de rode sky.
Het duurde even voor de kapper de stoel op Sammy’s hoogte kon draaien. Het leek wel of hij er die extra hoog wide hebben.
Hij deed dat met een grijns en zijn sigaret in de dunne lippen. Hij draaide de stoel hoger en hoger totdat de blote knie van Sammy tegen zijn geslacht aandrukte.
Tijdens het kappen duwde de kapper steeds meer zijn scrotum tegen Sammy’s knie.
Sammy voelde de ballen van de kapper op zijn knie leunen, dat was vreemd maar ook gewoon.
Dat kon toch dat hij …Was dat zo?
Terug duwde de kapper Sammy’s knietje tussen zijn benen. En weer en weer terwijl de coiffeur steeds maar korter ging ademen terwijl hij knipte. Hij rookte keffend, blies en zuchtte terwijl de haarsnippers langs Sammy’s gezicht heen vielen en de knipperende schaar die soms in vrije beweging door de lucht knipte.
Hij deed dat snel, en hij rookte tot de as van zijn sigaret viel. De schaar klapperde als een vogel rond Sammy’s hoofd.
Die niet begreep wat er gebeurde, zoals hij volwassenen nooit goed kon begrijpen. Nooit wist wat ze willen of in petto hadden.
Hij had ook een balzakje, en had bij iemand anders nooit gezien dat die stijf werd. Zou dat wel gewoon zijn? Mama vroeg steeds of hij niet moest plassen wanneer ze zag dat die in zijn slipje omhoog stond.
Sammy wilde niet meer naar de kapper, maar vader dong hem.
Hij herhaalde dat en herhaalde dat op zijn snerpende toon dat zijn haar te lang tot Sammy daardoor gedwongen toch bij die kapper moest.
Toen hij ouder werd liet hij steeds zijn haren lang en bleef een hekel aan kappers voelen – Zonder dat hij zelf nog wist waarom.

Sammy voelde zich vernederd, telkens wanneer hij terugkwam van de kapper.

Zijn haar kort en borstelig.
Hij zag zijn onnozel gezicht in de spiegeling van de uitstalramen van de hoofdstraat passeren.