72 – Massage

– Iris : massage! “Massage “met woorden, je praat met iemand, en er komt iets los, je bent niet dezelfde persoon alleen, als met twee, of terwijl je deel uitmaakt van een groep, of een familie, of een gemeenschap. Een maatschappij geeft je gestalte, een zelfbeeld – maakt dat er iets in jou in beweging komt, iets van jou dat je anders niet zou kennen, Iemand die steeds alleen is valt stil. Wanneer je geen frequent contact hebt dan “verdroogt dat gebied” in jou doro gebrek aan stimulatie, net als bij massage!

Sommigen mensen kunnen heel goed aanvoelen waar ze anderen zouden kunnen masseren om hen goed te doen, om pijn weg te doen ebben. Dat hebben ze niet geleerd op een speciale cursus. Want het is niet iets dat door een opleiding aangeleerd zou kunnen worden.  Dat ontstaat door gevoel van zuivere invoeling.
Doordat sommigen zich goed in iemand anders kunnen verplaatsen  – tenslotte hebben we allemaal hetzelfde lichaam – misschien wel gelijkaardige genot en pijn punten.  Iedereen wil wat respect, erbij horen en zelfs bij conflicten en bij nederlagen een uitwijkmogelijkheid die open wordt gelaten, een vluchtweg.

Wanneer die mogelijkheid er dan niet is, – of doelbewust door de tegenpartij wordt belet,  ontstaat er wrok.
– Anker :  Door wie of wat?

– Iris : Omgang brengt wrijving mee. Positieve en negatieve krachten komen vrij bij ieder menselijk contact. Dat kan even stimulerend zijn als teleurstellend zijn.

– Anker : En wanneer er helemaal niemand is?

– Iris : Door niemand, door gebrek aan iemand , door te veel alleen te zijn verzuurt iedereen.
– Anker : En waarom kroop Sammy dan in een hoekje, waarom zonderde hij zich af?
– Iris : Wel, we hebben dat al even aangehaald, thuis kent hij geen …heeft hij zijn ouders nooit ervaren als invoelend, medelevend, betrokken, …ik weet niet wat het juiste woord is, hij heeft ze nooit ervaren als ….of misschien wel als klein kind,- maar daarna niet meer, …om verschillende redenen hij had daar zelf ook schuld aan, waarschijnlijk…wanneer je hier schuld zou kunnen inwerpen, – schuld  -in die zin dat hij zich steeds meer wou terugtrekken.
– Anker : Om zich veilig te stellen?
– Iris : Ja, zo zou je het kunnen noemen.  Om zich tegen aanvallen te behoeden. Het ouderlijk huis was wel een toevluchtsoord maar geen plek waar het kind zich als gewaardeerd, geapprecieerd ervoer, waar respectvol met hem werd omgegaan.
– Anker : Hielden zijn ouders dan niet van hun oudste zoon? Meen je dat!?
– Iris : Tja, het …eigenlijk wel, maar niet op een manier waarop het goed was voor het kind. – Ze hielden zeker erg veel van hem, maar gaven hem een verkeerde aandacht.
– Anker : Narcistische bezetting – heb je mij verleden week uitgelegd, heeft het daar mee te maken?
– Iris : Wel ja, daardoor ontstaat er iets dubbel in iedere omgang, die weldadige massage ervaren bij ieder positief contact, die helende kracht die koestert, dat miste hij wel.
– Anker : Maar Iris, ik kan mij dat allemaal toch moeilijk voorstellen, dit lijkt mij allemaal zo onwezenlijk, ook pijnlijk eveneens. Ik moet toegeven dat ik dat allemaal niet echt kan begrijpen of plaatsen.
– Iris : Ja, Anker, in een gezin kunnen de mooiste maar ook de lelijkste dingen gebeuren!
– Anker :Hoe bedoel je?
– Iris : Door dat gezinsleden zo sterk aan elkaar verbonden zijn, doordat ze zoveel samen hebben meegemaakt, zijn ze sterk aan elkaar gehecht. Zelfs zo sterk, dat therapie, of opvang daar nog maar weinig tegen in kan brengen.
– Anker : Niemand kan de pijn er nog uit masseren, eens dat die zich vastgezet heeft?
– Iris : Ja…,(zucht, kijkt op zij, aarzelt) Hoe positief en helend iemand ook opnieuw verwelkomd kan worden – dat ontvangst kan nooit die gezondmakende kracht leveren die nodig is om iemand helemaal van jeugdtrauma’s te bevrijden. Je mag ook niet vergeten dat de persoonlijkheid vorm werd gegeven mede door die trauma’s. Zoals een jonge boom is krom gegroeid – je kan de stam wel wat staken maar je kan er geen rechte boom meer van maken. (…aarzelt, zucht)  Maar …misschien hoeft dat ook niet! – We, we bekijken het nu zeer negatief. Maar trauma’s kunnen ook iemand sterken! Door kwetsuren wordt iemand gevormd, en misvormd misschien ook, gaat lijden, …
– Anker : Er zijn dus twee dingen: – ‘masseren’ hebt genoemd: het stimuleren, verwelkomen zoals je zegt, aanvaarden, respecteren van iemand –  dat het positieve in beweging brengt, en het omgekeerde – traumatiseren? – Hoe zouden we dat het best noemen?
– Iris : Wel, …wat zou het omgekeerde voor masseren kunnen zijn? Is er daar een woord voor? Slaan misschien?…Kwetsen?
– Anker : …Wacht nu even, “masseren” stimuleert de goede dingen: het voedende, dat wat kracht geeft.
kwetsen” doet krimpen.

Roept weerwerk op, stress, angst, onzekerheid. …Maar kan toch ook leren om weerbaar te zijn? Door geschonden te zijn wordt men ook opstandig?
Wanneer iemand nooit buiten  een hechte positieve omgeving treedt – nooit buiten zijn comforzone komt – kan die dan nog de wereld aan? – Deze harde maatschappij, die strijd, die sommige eider dag moeten voeren ook tegen onverschilligheid?

– Iris : Wel, Anker, het is net omgekeerd!
We putten allen onze kracht uit de waardering, steun, liefde, en knuffels die we als kind hebben gekregen. De moedigsten onder ons zijn degenen die het geluk hebben gehad om uit een warm nest te komen!
– Anker : Overdrijf je nu niet? Ik zou mij toch ook kunnen voorstellen dat mensen precies hun krachten puren uit hun ongelukkige jeugd – om dingen te veranderen – om niet op te geven te strijden tegen onrecht, enkele en alleen al omdat ze zelf zoveel onrecht of tekortkomingen hebben ondergaan?
– Iris : Ja dat kan ook – daarin heb je gelijk, iemand kan met zijn trauma’s zodanig omgaan dat die krachten zijn geworden, maar ook hier zie je hoe bepalend die jeugdervaringen kunnen zijn…Iemand die narcistisch bezet is geworden – zoals we verleden keer bespraken – is niet langs dat massagesalon gepasseerd – of heeft zichzelf een hele reeks bruggen dienen te bouwen om dagelijks met zijn gemis te kunnen leven, nog meer om het niet aan anderen over te dragen.

 

69 – onder zwijgen

Rec. Start

 

– Iris : Niemand kon Sammy plaatsen, hij hoorde nergens bij stond overal buiten.

– Anker : Huh?

– Iris : We hebben ondertussen wel verschillende verwensingen aan zijn adres gehoord, Anker, en vele mensen die een heleboel positieve dingen over hem zegden, maar niemand kon eigenlijk zeggen dat hij het gevoel had of die Sammy eigenlijk wel kende.

– Anker : Ja wanneer je je afsluit, wanneer je zelf met niemand contact wil…

– Iris : Ja da is ook zo… maar … er moet een welbepaalde reden geweest zijn waarom

– Anker : Tja… daar zoeken we nu al een hele tijd naar.. we vallen in herhaling! -is het niet eenvoudiger om zeggen dat Sammy gewoon alleen wou zijn, dat hij zo één van die mensen was die het liefst op zijn eentje leefde, niet iedereen is een sociaal wezen, niet iedereen wil overal steeds bijhoren. Denk maar aan kluizenaars bijvoorbeeld.
Rust vind je niet tussen de massa.
Wanneer jij aan meditatie doet dan sluit je je toch ook af? Dan wens je toch ook niet gestoord te worden – waarschijnlijk hoeven we niet verder te zoeken.
Iemand kan gewoonweg zo geaard zijn dat hij niet erg op gezelschap gesteld is.

– Iris : Ja, wellicht, …zo zal het zeker voor een stukje zijn, dat is duidelijk, hij heeft het ook haast heel zijn leven alleen uitgehouden, en ook de hobbies die hij had betrokken hem niet bij de anderen, hij maakte schilderijen, bracht veel tijd alleen door op zijn atelier hier.

– Anker : Hm, …maar soms vind ik hem zielig. Sammy roept soms medelijden op. En aan de andere kant ook wrevel, die wrevel die een narcistisch iemand kan oproepen – ik stel mij hem soms voor als iemand die steeds het gelijk wilde halen, die nukkig was, die zich boven de anderen verheven waande.

– Iris : Ja, dat heb ik nog gehoord, maar mensen die hem beter hebben gekend zeggen dan weer precies het tegenovergestelde: “dat hij veel te goed was voor deze wereld” en zelfs: dat hij mensen bijstond die door iedereen waren verlaten, dat hij steeds bereid was te luisteren naar iemand met problemen.
– Anker : Een vat vol tegenstellingen…

 

(stilte)

 

 

– Iris : In zijn jonge jaren heeft hij wel heel wat weg afgelegd, …zich bijna toegelegd op de omgang met anderen – hij bewonderde toen enorm eender die daar sterk in was, die vlot was in de omgang, dat was hij helemaal niet…

– Anker : …Zoals iemand in een rolstoel een danser kan bewonderen?

– Iris : …vlot in de omgang was hij in geen geval. Niet iemand die roddelde of plezier had in een babbeltje
– Anker : Ieder gesprek was voor hem een opgave …”alsof het op mijn kosten werd gevoerd” schrijft hij ergens – “alsof zijn taximeter draait bij ieder contact” maar dat de rekening steeds voor hem is.

– Iris : Tja, niet eenvoudig, (…) Wat denk je? …er even mee stoppen? de boeken sluiten?

– Anker : Zijn we eigenlijk wel ooit naar iets op zoek geweest?

– Iris : Anker, wat mij wel bezig houdt …is het feit dat… hoe zou ik het kunnen noemen… dat iedereen de dingen zo vaak en zo gemakkelijk klasseert!

– Anker : Hoe bedoel je?

– Iris : Bijvoorbeeld psychoanalyse.

– Anker : Psychoanalyse!? Wat wil je daar mee zeggen?

– Iris : Ken je Sigmund Freud?

– Anker : Ooit wel van gehoord, soms grappig gevonden, maar nooit echt goed begrepen.

– Iris : Freud gaat onder andere grappen en humor analyseren, en die duizende kleinen dingen van iedere dag, waar we geen aandacht aan besteden. – Het verspreken en vergissingen, het vergeten van dingen, en waarom we om iets moeten lachen…

– Anker : Ja?

– Iris : Wel, Anker, door onze aandacht – door onze “andere aandacht” aan dingen te geven kunnen we even onder de uiterlijke schijn ervan kijken.
Daarom was Freud ook zo erg in de droom geïnteresseerd. Iets van de slaap – waar toen niemand aandacht voor had. Door aan die kleine menselijke dingen studie te besteden kon hij verborgen inhouden over onze cultuur onze maatschappij ontdekken, en ook wat daar ziekmakend in kon zijn, het “onbehagen” noemde hij dat.

– Anker : Bedoel je dat we de richting van een psychoanalyse uit moeten gaan?

– Iris : Ik denk wel dat dat zou helpen, dat we hem daardoor beter zouden kunnen begrijpen…

– Anker : Hmm,- wel, kan jij psychoanalyse toepassen?

– Iris : Neen, natuurlijk niet, ik heb er enkel veel over gelezen, en eigenlijk moet je daarvoor iemand aan de praat kunnen krijgen
en dat kan duidelijk niet, want Sammy is niet meer.

– Anker : Aan de praat krijgen?
– Iris : Ja, hij moet praten, vrij associëren.

– Anker : En wat dan?

– Iris : Dan moet de analist de precieze vragen stellen, of Hmm zeggen – meer niet.

– Anker : Kunnen mompelen en zuchten is dus genoeg om psychoanalyst te spelen? Lijkt mij geen moeilijk beroep. Ik zou dat in verschillende vormen en toonaarden kunnen – ik zou bijvoorbeeld (in verschillende toonthoogten en stemetjes)mmmm!”  of “hmmm” of “ha zo!” kunnen zeggen – of “wel, wel, wel” – lijkt mij helemaal niet moeilijk om analyst te kunnen worden! (grinnikt)

– Iris : Ja! lach jij maar!

– Anker : Mijn grootvader ging wel bij de sjamaan van ons dorp – hoe heette hij ook al weer?  Ik herinner mij een oude grote magere man, steeds in traditionele kleding, alsof hij zijn taak nooit van zich aflag – Toen grootvader regelmatig hoofdpijn had, vroeg hij de sjamaan om hulp – en dat hielp wel, ik weet niet hoe die sjamaan dat aanpakte, misschien neuriede hij ook wel “hmm” of and “aum” (lacht) Maar grootvader was daarna verlost van hoofdpijn …

– Iris : Anker, wanneer je niet ernstig kan zijn dan houden we er voor vandaag mee op. Ik geloof in natuurlijke genezingswijzen. – Of Freud het bij het rechte eind had, dat laat ik in het midden, de tijden zijn ondertussen erg veranderd, en de zeden eveneens! Volgens Freud kwam alle kwaad van de libido wanneer die geen rechte weg naar bevrediging kon vinden en daartoe andere, complexe wegen zocht om zich te bevredigen, die als een soort obstructie de psyche bedwongen…

– Anker : “obstructie” daar zeg je me wat, – zwijgen als een vorm van obstructie.- Maar welke seksuele betekenis zou je die dan brengen?

– Iris : Dat weet ik niet zo direct. Je zou kunnen zeggen dat Sammy bijvoorbeeld homoseksuele gevoelens koesterde, daar werd in die tijd moeilijk meer omgegaan. Dat hij daardoor zijn gevoelswereld niet kon delen. Ook niet met zijn ouders. Maar andere feiten spreken dat dan weer tegen. – Hij kende wel wat succes bij vrouwen toen hij een jonge man was! Hij is verschillende keren erg verliefd geweest en had in die tijd ook een erg actief seksueel leven (wend blik af, wordt stil, bloost bijna zichtbaar)

– Anker : Psychoanalyse? (…) bof! – Wat ik nu plots heel erg vreemd vind is dat hij zoveel schreef, -zweeg maar schreef – blijven zwijgen maar blijven schijven- wat zegt dat dan over hem?
Iemand weigert te spreken, sluit zich af voor contact, maar heeft tegelijk toch behoefte tot schrijven en schilderen, hoe rijm je dat aan elkaar?

-…

 

rec. stop

66 – Het Fragment

8’45”

(…)

– Iris : Je oude dag wordt wat je heel je leven hebt bijeengegaard, – en wat je hebt verloren, en hoe je omgaat met dat verlies.
Mensen zoals Sammy hebben veel mensen van zich afgestoten die het goed met hen meenden, of ze hebben de verkeerde partner gekozen en de juiste laten varen precies omdat ze met zichzelf niet klaar waren, die “handrem” waar we het over hadden, weet je nog, ?
Eén na één beginnen zijn enkele vrienden hem te verlaten – of beter – ze zoeken regelmatig wel contact met hem maar hij stoot dat af, of hij reageert niet meer, en tenslotte geven zij het op.
– Anker : Waarom?
– Iris : Omdat ze hem blijkbaar op de één of andere manier gekwetst zullen hebben, maar hoe en waarom is dikwijls moeilijker te achterhalen – Zijn kwetsbare plekken liggen daar waar hij met zichzelf in de knoop ligt.
– Anker : Mag je daaruit besluiten dat het anders met Sammy had afgelopen indien hij “zijn knoop” tijdig had kunnen ontwarren, en zo anderen in zijn leven had kunnen toelaten?
– Iris : Liefde is delen, is iemand in vertrouwen nemen, steunen, met telkens het risico dat je moet aanvaarden dat het slecht kan aflopen. Dat was iets dat hij niet aankon. Hij wantrouwde de andere bij ieder teken dat hij bedreigend vond.
– Anker : Maar al onze contacten zijn toch niet noodzakelijk intiem, de meeste omgang met onze omgeving is niet meer dan triviaal, gaat van een gewoon gesprek over algemene zaken of over het werk met collega’s, …
– Iris : Ja, maar daar had hij het ook moeilijk mee… Hij sloot zich zo veel mogelijk op, vervreemde. Op de duur zag de buurt dat ook aan zijn gedrag.  Aan zijn onverzorgde kleding. Het mompelen in zichzelf, zijn afgewende blik,…De omgeving werd zeker niet aangezet om contact met hem op te nemen, mag ik veronderstellen? Weet je het nog dat zijn dood ontdekt werd door Jaak Timpermans, onze buur, omdat die zijn tennisveld wou omheinen, en daar Sammy’s toestemming voor nodig had. Dat het antwoord op zich liet wachten werd niet eens als vreemd bevonden. Dat was eerder wat Jaak wel had verwacht, omdat iedereen hier wist hoe moeilijk je tot hem kon doordringen.
– Anker : Heeft hij dat nooit iemand gevonden die bij hem paste?
– Iris : Ja, er was voor hem een zeer grote liefde, die wederkerig was. Iemand waarmee hij zeker gelukkig had kunnen worden – maar dat ging dan weer na jaren fout omdat… (aarzelt, zucht)
– Anker : Wat was er dan?
– Iris : Eigenlijk zouden we dan weer heel die situatie moeten bespreken en daar is het nu geen tijd voor – zeg maar dat hij genoodzaakt was om een onomkeerbare situatie aan te nemen waar hij geen uitweg in zag, zijn beroep zijn plaats in de maatschappij, en …

 

(…)

0’00” Stop

67 – De Pen

 10’45”

 

(…)

– Iris : Iemand die “Leeft met de handrem op” zo zou ik Sammy nog het best kunnen omschrijven. Hij wilde veel, had vele ideeën, vele streefdoelen die hij nooit zou bereiken omdat hij het grootste deel van zijn energie steeds tegen zichzelf keerde.
Voor alles wat hij deed, diende hij zichzelf te overtuigen, en kreeg hij zichzelf voor hardnekkigste tegenstander.
– Anker : Had hij dan geen medestanders?
– Iris : Ja, eigenlijk wel, maar door dat hij zo stram in elkaar zat – zal ik maar zeggen- keerde hij die tenslotte ook tegen zich. Hij heeft veel kansen gekregen die ieder “normaal” mens met de twee handen had gegrepen, maar wegens zijn “talent om zich in moeilijkheden te brengen” (de psycholoog)  of een leven dat een “aan elkaar rijgen is van stommiteiten” een schooldirecteur na een voorval in één van zijn laatste schooljaren.
– Anker : Wat gebeurde er toen?
– Iris : Sammy was 17 en moest schriftelijk examen afleggen. De leerlingen zaten kort naast elkaar aan de bank, en het waren blijkbaar geen knappe leerlingen – zo bleek. Op een ongepast moment fluistert Balcon,  de jongen die naast  Sammy zit of hij het antwoord kent op de vierde vraag. Sammy knikt simpelweg “neen” en de leraar merkt dat op: – Welk teken geeft gij daar door Sammy? – Een jonge leraar die zelf net is afgestudeerd  – Een nul voor deze vraag!

Sammy had wel beschouwd eigenlijk niets verkeerds gedaan, hij had enkel, neen geknikt, Slechts iemand als Sammy, met de onschuld of onnozelheid die hem eigen was, had zo zichtbaar geknikt in deze situatie – Maar de leraar nam dat niet en had ook gedreigd om klacht neer te leggen bij de directeur  – Dat zou na dat examen moeten gebeuren.

Sammy wachtte op de gang tot wanneer de laatste jongen zijn werk had ingediend op de leraar. Maar er gebeurde helemaal niets. De leraar had waarschijnlijk wel ingezien dat zijn reactie fel overdreven was geweest, knikte even naar Sammy en  liep langs hem weg. Maar een leerling voor wie alles letterlijk was in deze wereld kon dit niet aanvoelen en vroeg: “Mijnheer, moeten we niet naar de directeur?” De vijf of zes jaar oudere leraar werd woedend en sleurde Sammy mee naar het bureel. Daar werd heel de zaak uitgelegd op een manier waarop je dat kan verwachten in tijden waar strakke autoriteit  heerste in de scholen.
Onder druk van dit alles – die zonderlinge publieke belangstelling temidden van een kring zelfzekere volwassenen met luide stemmen, die strenge blikken. Deze verplichting om op vragen te moeten antwoorden,  deze verplichting om te moeten spreken, deze brullende stemmen en vooral deze dwang tot woorden – Onder al die voor hem ongewone beroering – Stokte hij plots!

En toen gebeurde iets heel erg vreemds, iets dat hij niet of nauwelijks nog kende, of zeker toch lang vergeten was, iets van toe hij nog een klein kind was – zijn onderlip begon krampachtig samen te trekken, opslag had hij zijn gelaatsuitdrukking niet meer onder controle. Dat masker dat steeds strak aanspande en nimmer een emotie vertoonde kreeg onverwacht stuiptrekkingen!

Hij voelde dat zijn aangezicht iets werd wat hij niet meer herkende. Alle pogingen om dit te bedwingen waren tevergeefs.  Hij kon dit niet doen ophouden. Heel zijn aangezicht trok in stuip, hij voelde de ogen onbeheersbaar waterig worden. En toen dikke tranen  over zijn wangen stroomden werd Sammy met een schok gewaar dat hij aan het wenen was! Hij weende en was beschaamd dat hij weende. Beschaamd voor zijn onmacht, beschaamd om  zijn blote emoties die hij niet niet meer bij machte was te verbergen, verloren omdat hij niet meer kon beheersen nu op zijn gezicht te lezen was – zijn onmacht!

Het overgeleverd worden aan macht en onrecht, onmacht tegenover de instelling, tegenover de klasgenoten die nimmer te vertrouwen waren, tegenover de leraars die deze onbuigbare macht vertolkten, de strakheid van de directeur, zijn ouders, heel de wereld, dat hij door iedereen in de steek was gelaten. En daarin raakte hem de pijnlijke kern van zijn bestaan.
– Anker : Ja dat moet hard voor hem geweest zijn, maar wat vooral opvalt is hoe ongelukkig hij de situatie kan inschat, een ander kind was fijn naar huis gestapt na dat examen en niemand had ooit nog op dit voorval teruggekomen. Het zou te luttel geweest zijn om aan te denken.
– Iris : Ja, zo vreemd is dat! Je kan zijn verhaal eigenlijk niet door dagelijkse dingen vertellen – (…) of toch eigenlijk wel!  Maar kleine dingen krijgen een afloop buiten verhouding.. Zo is heel Sammy’s verhaal te vertellen, hij blijft aan geringe dingen kleven Zaken waar iedereen met gemak over zou kunnen springen. Maar bij hem valt dat anders uit…
– Anker : Hij weet eigenlijk niet hoe je met mensen kan omgaan, hij is een tenslotte lomp zonder dat hij dat zelf ziet – Kleine dingen lopen fout buiten zijn wil.
– Iris : Ja,  (…) maar aan de andere kant heeft hij sommige situaties veel meer door dan de anderen. Hij ziet wel heel veel maar hij weet niet hoe er mee om te gaan.

Welbeschouwd is hij iemand die nooit mee is met de massa, die niet lacht samen met de andere, niet zelden in zelfde richting kijkt, die haast nooit in de pas loopt  – maar anderzijds  slaagt hij er ook in om dingen te zien die anderen nog niet hem niet zagen.
– Anker : Zou zijn gedrag autistisch  genoemd kunnen worden?
– Iris : …Dat weet ik niet zo goed, Anker…autisme, … ja dat kan wel, …iets in die aard,… ik weet niet of we verder kunnen geraken met diagnosen (…) maar wat wel zo is: wanneer Sammy iets ontdekt heeft dat anderen nog niet hebben gezien, dan zal hij dat moeilijk zelf kunnen beheren, dat is een patroon dat ik zie terugkomen,  wat hij ontdekte heeft zullen anderen hem steeds weer afhandig maken, zonder dat hij weet of hoe zich te verweren.
– Anker : En dan komen er zo’n uitbarstingen zoals je hier beschrijft!
– Iris : Ja, zo is het, maar eveneens ook… wel, het omgekeerde kan ook:  Hij kan ook zeer woedend worden en dan gaat het ook zo in zijn werk : Sammy als kind – of een jongeling kan zich op die momenten niet beheersen. Ik geloof wel dat sommigen hem wel eens dan als gevaarlijk moeten ervaren hebben. Ja, iemand die onbeheersbaar kwaad kan worden – maar dat gebeurde blijkbaar in zeer uitzonderlijke situaties. Hij herkende zichzelf niet op die momenten. Ik geloof niet dat hij ooit aan iemand kwaad heeft berokkend. Fysisch bedoel ik.
– Anker : En dat verhaal met Ruddy? Doel je daarop?
– Iris : Wel, dat is misschien gemakkelijker om je voor te stellen…Ruddy, Sammy’s jongere boertje werd bestolen.
– Anker : Hoe ging dat ook weer?
– Iris : Wel, Ruddy kwam bij Sammy op de speelplaats klagen dat een jongen zijn pen had gestolen. Sammy en Ruddy verschillen enkele jaren, op het ogenblik van de pauze ontmoeten zich alle leeftijdsgroepen tezamen op het speelplein. Sammy is dus flink wat groter – tien jaar? Dan was Ruddy er zeven. Ruddy riep dus de hulp van zijn oudere broer in. Verwachtte zijn hulp en bescherming, of toch minstens om een rechtvaardige handeling van zijn grotere broer.
– Anker : Dat was precies wat Sammy nooit had gedaan. Hij had nooit voor zichzelf kunnen opkomen, liet alles van hem afpakken.
– Iris : Juist! Maar nu is de situatie net omgekeerd!

Nu moet Sammy niet voor zichzelf opkomen maar voor zijn kleinere broertje!
– Anker : Ja en…?
– Iris : Dat maakt voor hem een enorm verschil! Zichzelf verdedigen kan hij niet maar nu wordt hij even in de  zorgende positie gesteld, zoals die  van zijn ouders.
“Hoe zouden pa en ma die zo goed ons zijn, nu hebben gehandeld?” -“Wat moet ik nu doen – Ik kan mijn broer hier niet in de steek laten!” zo iets zou hij gedacht kunnen hebben.
Hij was enkele keren over het speelplein naar de jongen toegeweest en had hem gevraagd om de pen terug te geven – die zei dan natuurlijk dat hij van niets wist! – maar ineens – in een ooghoek – ziet hij de jongen een vlugge armbeweging maken – en iets schiet over het speelplein.

De pen! Hij heeft de pen weggegooid! Hij had ze wel de hele tijd!Misschien wel is die dure pen nu wel stuk!De kinderen schreven toen met vulpennen en die hadden dikwijls een gouden kroon – inderdaad wel duur.

Sammy kan zich niet meer beheersen, iets krijgt nu macht over zijn lichaam, iets waar hij zich met geen middel tegen kan verzetten stuurt hem in de richting van de jongen, hij rent nu naar hem toe, de andere holt weg, Sammy haalt hem in, rukt hem de boekentas uit de handen, en te midden van verbaast toekijkende jongeren  keilt Sammy midden op de speelplein de volledige inhoud van de die zijn boekentas over zijn hoofd! Daarbij schreeuwend “Laat mijn broer gerust of ik sla je dood!”.
– Anker : Ja, wel…verbazend…
– Iris : Eigenlijk is Sammy niet moedig of sterk op zo’n momenten – hij kan zichzelf nauwelijks beheersen. Zijn aders zitten tjokvol adrenaline – voelt geen fysieke gewaarwordingen meer – stort zich blind in de aanval! Hij die steeds zo’n angst heeft voor iedere fysieke pijn, die schuchter is in ieder contact – nooit voor zichzelf weet op te komen. Doet dat nu met een kracht die vriend en vijand verbaast.
– Anker : Ja – een vat vol tegenstellingen – moeilijk thuis te brengen…
– Iris : Niet alleen voor de anderen, ook voor zichzelf  – hij “kent” zichzelf niet in die momenten.

Hij blijft zo zijn latere leven steeds op zoek naar zichzelf.

Zijn omgeving begrijpt hem niet, ook niet deze die van hem houden, dat zullen we later ook nog zien.
– Anker : Je zou dan toch gelijk kunnen hebben dat zijn zwijgen door iets gelijkaardigs werd beheerst, er zijn blijken verschillende overeenkomsten te zijn…een gedrag dat hij niet beheerst, waar hij onder lijdt..
– Iris : (lacht) Is het je daarnet niet opgevallen dat we nu over hem in de tegenwoordige tijd spreken?
– Anker : We geraken blijkbaar steeds meer bij hem betrokken. Het begint er op te lijken dat wij hem kennen.
– Iris : Indien dat waar zou zijn, Anker dan zijn we één van de weinigen geweest…

 

(…)

– hm (kucht, zucht)

 

0’00” Stop

65 – Wolken Vormgeven

 10’11”

 

– Iris : Ja wie is hij, Sammy, dat weet hij zelf niet. Daar blijkt hij heel zijn leven naar op zoek te zijn geweest.
– Anker : Het is zo iets als (zoekt zijn woorden) “een wolk vormgeven”, Iets is duidelijk aanwezig  – maar je weet nooit tot waar het zich precies uitstrekt of wanneer het van vorm zal gaan veranderen…
– Iris : (…) Ja, zo lijkt het me wel. (…) Doordat zijn jeugd zo contact arm was is dat wel goed te begrijpen. (…) Je weet maar pas wie je bent door contact met de anderen.
– Anker : Hadden we dit gesprek eerder al niet gehad? (…)  Ja, we komen steeds op dezelfde onderwerpen terug: “het zwijgen en haar gevolgen” zeg maar…
– Iris : (…) En toch blijf ik vermoeden dat het zwijgen van Sammy er was om iets te verbergen – te ver-zwijgen. Zwijgen is verzwijgen, is iets niet kunnen- of niet willen zeggen, de onwil tot spreken de onwil tot communiceren.
– Anker : En, die onwil bestaat omdat er iets “verzwegen” dient te worden?
Wanneer ik je goed begrijp zie jij het zo: De natuur van eenieder bestaat er in om mee te delen, te spreken, spontaan contact te zoeken. Anders is er wat mis. Dan zit iemand met iets?
– Iris : Wel,… Ja en neen, …we praten toch ook om de gezelligheid, om tijd te vullen, de gewone shit-chat, over onderwerpen die algemeen zijn.
– Anker : Zou dat misschien ook een vorm van verzwijgen kunnen zijn? Over een ander onderwerp gaan spreken? De aandacht naar iets afleiden?
Hoe gericht is onze communicatie? – en wanneer ze gericht is – vertrouwen we dan nog op haar intimiteit?
– Iris : Ja, dan wil je wel iets van iemand – het zakelijk gesprek is zo – een handelsovereenkomst, maar ook het leergesprek, de school, de instructie, of het vraaggesprek…
– Anker : Inderdaad ze zou op vele manieren kunnen spreken zonder ooit iets te hebben gezegd! (grinnikt)
– Iris : Zo is dat! (lacht)
– Anker : Maar zo verging het niet met Sammy – zijn zwijgen werd een soort kramp.
– Iris : Ja, dat zeker, iets dat hij zelf nooit onder controle heeft kunnen houden. Een blokkering ? Hoe zou je het kunnen noemen?
– Anker : Wanneer je in je omgeving weinig mensen kent die je aanspreken, die respectvol met je omgaan, je een zekere achting of vriendschap bejegenen, je in vertrouwen nemen, je groeten, of je even toelachen.
– Iris : Ja, een mens stelt zich maar open en kwetsbaar op in een omgeving die te vertrouwen is.
– Anker : En dat was rond Sammy nooit voldoende aanwezig?
– Iris : De vraag is : Waar begin je? –  Hij kende dat eigenlijk niet –  zeker niet in het ouderlijk milieu. Maar Sammy heeft toch verschillende keren erg moedige pogingen ondernomen om die grenzen te doorbreken. Hij heeft dingen gedaan waar je hem niet zo direct mogelijk toe zou achten. Wanneer je zijn verhaal nagaat. En aan de andere kant is het dan ook weer zo vreemd dat hij steeds  weer terugvalt. Dat hij relaties zal afbreken die hem toch wel veel vertrouwen schonken. (…) Kijk Anker, na al wat ik tot nu toe van hem gelezen heb, blijft dit mij nog erg onduidelijk – waarom hervalt hij steeds !? Waarom slaagt hij er nooit in om definitief loskomen? Waarom slaagt hij er niet in om uit die cocon uit te breken. – Slechts eventjes maar gelukt het hem telkens. Bij bijzondere personen, of tijdens therapiesessies…
– Anker : Ja, therapie, je had het over die diagnose en die psycholoog?
– Iris : Ja! Psychologie heeft een grote rol in zijn leven gespeeld – maar… (zucht, wend de blik af)
– Anker : …omdat het een hefboom is?
– Iris : Hoe bedoel je, Anker?
– Anker : Wel een psycholoog zoek je op wanneer er iets niet goed met je gaat. Wanneer je een met probleem worstelt.  Sammy ging ook psychologie studeren. Zocht hij niet naar een hefboom om daar zichzelf mee op te tillen ?- een hefboom die hem helpen kon om daar te geraken waar de natuurlijke weg van zijn leven hem niet zou hebben kunnen  leiden? Zocht hij naar een techniek? – zocht hij niet naar een technische oplossing tot communicatie herstel?
– Iris : In zijn jonge jaren moet hij zich bewust geworden zijn van een “probleem” – dat hij niet zo vlot was als de anderen. Dat hij niet veel meemaakte,  dat hij geen of weinig vrienden had…Jonge mensen vergelijken zich voortdurend met hun leeftijdsgenoten, zoeken hun maatschappelijke plaats, wedijveren kiezen voor sport, inderdaad…een hefboom, tja.. (aarzelt, kijkt neer, perst zoekend de lippen op elkaar  …) maar er is nog wat anders… Door naar het gewone samenzijn te gaan kijken van uit psychologische hoek zocht hij een zekere aftands op – een zekere…
– Anker : Een diagnose?
– Iris : Ja, (aarzelt, weer de blik even in gedachten afgewend, zoekend-) ja, zo zou je het kunnen noemen. Hij zocht naar een diagnose voor zichzelf, een zekere objectiviteit…hij zocht zichzelf te benoemen  te ontdekken zoal je …je een diagnose, hij wilde een soort zelf-diagnose stellen


– Anker : …Vreemd…

 

  (stilte)

– Iris : Vreemd ja…

(stilte)

 

 

Stop Video

 

60 – Onder de Feesttent

Iris kan zich nu even niet met Sammy bezighouden – al haar energie gaat naar haar zieke moeder die nu bij haar inwoont. Onze buurvrouw ziet er niet zo best uit, haar blik eerder naar de grond gekeerd – ze klaagt over duizeligheid en paniekaanvallen. Wij weten niet goed wat we best doen…

Kunnen we haar opvangen? Mijn vrouw onderhoudt lange gesprekken met haar.

En eerlijk gezegd, het wordt mij soms te zwaar, die teksten van Sammy.

Ik zie het voor het ogenblik ook niet meer zitten om ze verder te lezen.

Iets houdt mij tegen, ik heb mijn sympathie voor hem verloren.

Hoe kan dat nu – hoe kan iemand zo met anderen omgaan! Hoe kan iemand zo egoïstisch zijn!

Zijn teksten missen ongeveer alles wat men van een leesbare tekst zou kunnen verwachten. Waarom maakte hij al deze nota’s? Waarom schreef hij al deze bond gekleurde schoolschriftjes vol ?

Ik zal jullie niet verbergen dat ik soms van hem walg. Dat hij mij misselijk maakt en dat ik goed kan begrijpen waarom uiteindelijk iedereen hem verliet.

Jullie christendom – dat ik iedere dag met de grootste verwondering aanschouw – heeft het over “naastenliefde en vergevingsgezindheid” – wil dat ook zeggen dat je een zelfzuchtige brompot die alleen in zijn hol wil kruipen ook leuk moet vinden?

Tijdens zijn leven heeft niemand dat blijkbaar gedaan, waarom zou ik het dan nu voor een mopperende geest moeten opnemen?

Een zeurkous van een spook?

Is onze interesse voor hem niet een beetje ongezond – zoals Maria-Letizia daarnet fijntjes opgemerkte – wel, rechtuit – we hebben het een beetje gehad met Sammy!

Nemen we een pauze? Of trekken we definitief de stekker uit?

Sammy schreef uit narcisme. Uit drang naar zelfbespiegeling.

Hij vond het interessant om met zichzelf bezig te zijn.

Spon een web rond zich van eigenliefde waarin hij zichzelf opvoerde slachtoffer. – Slachtoffer van wie? Waarom? Week zelfbeklag?

Het lijkt mij plots allemaal onbeduidend wat wij hier aan het doen zijn.

Sammy leefde onder de indruk dat iedereen om hem heen het eigen bestaan goed bij elkaar had. Hij was steeds de uitzondering, de enige die uit die dagelijkse stoelendans viel – Anderen wisten wel hoe hun houding te bepalen,  -hun toon, – hun stem, – hun uitdrukkingen te bemeesteren, en hij kon dat niet.

Hij stond onhandig, als op hoge poten te midden van soortgenoten die door het leven dansten (“onhandigheid”  was één van de meest gehoorde verwijten die zijn vader hem regelmatig toesmeet) Sammy wist nooit hoe zich te gedragen – vond zijn plaats niet-  kende geen woorden of begrippen waarin hij zich in herkende, struikelde door het leven.

Dacht zich doorzichtig, zonder verweer.

Kon nergens zijn authentieke zelf zijn, zijn eigen stem horen tussen het koor van al degenen die zo goed wisten wie ze waren en waar ze stonden –  Die iemand in de wereld waren of iemand binnen een vriendenkring, iemand waar naar werd geluisterd – die gerespecteerd werd, gevierd werd, voor zichzelf durft opkomen, succes kent. – (Succes bij de meisjes?)
Dat eigen “ik” blijkt Sammy nooit te hebben gevonden (ik loop hier vooruit, ik weet het, ik weet meer dan jullie, omdat ik er nog niet toe gekomen ben dat allemaal hier neer te schrijven wat ik gelezen heb! )

Sammy worstelde met denkbeelden als “determinisme” – een begrip uit de lessen filosofie aan de universiteit. “Ik leef onder de dwang van het fatum” – zo schrijft hij het ergens – pathetisch! –

Alles stond vast. Het universum verloopt bepaald. Aan je lot kon je onmogelijk ontsnappen, hoe hard je ook je best deed, want zelfs deze gedachten, dit vermoeden van de bepaaldheid der dingen, was reeds gedetermineerd, lag reeds vast van in het prille begin der tijden, in onverbreekbare ketens van oorzaak en gevolg. Sammy was slechts een schakel op een ongelukkige plaats. Hoe kon hij dan verantwoording afleggen voor zijn falen! Hij was niets. Niemand! Een schakel die slaaf was van een bestemming die voor hem onzichtbaar bleef.

Sammy’s vader zetelt als op een troon daar boven hem en oordeelt. Of  zijn ouders zitten op gerieflijke kussens in de loge aan een enorme arena, een koningspaar dat toeziet hoe hij het er in het leven van af brengt, hoe hij strijdt, en iedere keer weer faalt, of het laf op een lopen zet.
Sammy struikelde van de ene situatie in de andere, geraakte verzeild op plaatsen waar hij nooit had willen zijn. Was stuurloos temidden van alle menselijke bewegingen om hem heen.

Sammy was op vlucht.

Hij was voortdurend op de vlucht.

Het schrijven treedt op in een poging om al die zwalpende bewegingen onder controle te kunnen krijgen, een poging tot een overzichtelijker beeld waar hij steeds weer in mislukt. Gedoemd is te mislukken – niet wil lukken of niet kan lukken? Waarom?

Steeds weer wentelt hij die steen naar boven die daarna onherroepelijk terug naar beneden rolt.

-Liefst had hij alles willen herdoen, de schooltijd, heel zijn leven, zijn hele bestaan.

Hij dagdroomde over hoe het zou zijn om plots wakker te worden op een dag in het verleden – op een moment waar het geheugen de toekomst zou zijn, zodat hij telkens zou weten wat kiezen, weten wat te zeggen, – hoe zich te gedragen.
Want hij wist niet wie hij was , waar hij stond of waar hij naartoe wou, – welk beroep hij zou kiezen, welke rol hij zou spelen in een maatschappij waartegen hij zich wilde verzetten. Die hem schijnheilig en corrupt voorkwam, die beheerst werd door een oppermachtige oude generatie. Die een meute conformisten en ja-knikkers achter zich aan sleepte.

Maar er was wel een nieuwe generatie op komst.
Jongeren die een nieuwe wereld wilden van liefde en diepe betrokkenheid met de natuur. Die naar andere muziek luisterden, lange haren en loshangende kleren droegen, gitaar speelden en avontuurlijk leefden.

Jongeren die zich wilden bevrijden.

Maar ook daar kon Sammy niet bij horen. Hij kon hun uitbundigheid niet aan, hij kon zich nooit laten gaan, een hark die niet dansen kon, een geharnaste die niet knuffelen of zoenen kon.  Het was alsof zijn vader keek steeds scherp toekeek en streng deze “nieuwe generatie” veroordeelde   – Sammy moest naar de kapper. Zijn haar kort moest Amerikaans of er zwaaide wat! – Mocht niet naar popmuziek luisteren, en wist tenslotte zelf niet meer of hij er wel van hield of niet.
Hij voelde zich als geketend in een kerker onder een markt waar iedereen feest vierde – Een gigantisch bontgekleurd feest  hij zich dat enkel kon voorstellen bij het horen van die stortvloed van lachende kreten en heftige muziek aan de overzijde.

 

 

 

57 – Schijn-luisteren

Sammy werd zo’ één van die kinderen waarvan men zegt zei dat ze veel aan hun ouders te danken hebben.
Jongeren die schuw zijn, gebogen lopen, met handen in de zakken, die niet of nauwelijks opkijken, niet antwoorden, iets te beleefd zijn, onzeker zijn en vooral stotteren wanneer ze proberen een woord uit te brengen, die weinig of geen vrienden hebben, niet bijster zijn op school, bij niets betrokken zijn, geen jeugdbeweging, geen sport,
Die thuis zitten, voor tv, of lezen, of zich lang eenzaam afzonderen op hun kamertje en door het raam turen –
Sammy had minder en minder vrienden en op de duur helemaal geen meer.
zijn studies verliepen slecht, hij moest overzitten en het ging alsmaar slechter.
Hij sprak nog enkele woorden wanneer hem iets werd gevraagd en op de duur zei hij helemaal niets meer
Hij alleen aan de bank in de onpare klas
Hij kreeg het moeilijk met ongeveer alles.
Leed regelmatig aan migraine, keelontstekingen
voelde zich suf van de hooikoorts
wist niet meer wat levenslust was
Het dagelijks bestaan stond voor hem als een opgave.
Zijn toekomst, een zwaar blok dat hij ternauwernood in beweging zou kunnen brengen
Zijn lijf voelde loom. Dat zelfs iedere vertering als een belastende taak volbracht.
Anderen betekenden voor Sammy storingen in verschillende vormen.
Anderen waren pijn in wijzigende gestalten. Nooit brachten zij rust of vriendschap, steeds op de hoede zijn…
Hij zag geen toekomst, tenzij die van een grijze bediende, een dwalende schaduw in een suf kantoor.
en hij zat nog op de schoolbanken…
De lessen konden zijn aandacht hooguit enkele minuten vast houden, alvorens ze eindeloos afdreven.

Sammy was expert geworden in schijn-luisteren. Zijn ogen volgden de leraar maar zijn gedachten wandelden hun eigen wegen.
Ouders hadden hem in de economieklas gedumpt
Omdat ze aanvoelden dat hij dat het meeste haatte en nooit zijn weg tussen cijfers en handel in goederen vinden zou?

Was dat zo? Aan hem kon je dat niet vragen.
Hij wist nooit wat hij wou, welk beroep hij zou kiezen…
en de leerkrachten zagen ook niets in hem –
of beter gezegd niemand vond het zijn taak of zijn functie om enige moeite te ondernemen om Sammy te begrijpen.
de tijd verstreek, hij groeide op, werd een jongeling
hij leed
en dat was alles

even geduld

We vragen je nog een weekje geduld lieve lezer!

Iris heeft mij een bundeltje papier gegeven die ik tegen de volgende week zal publiceren.

Je kan zien dat ze onder zorgen voor haar moeder gebukt gaat, maar ze heeft toch tijd gevonden om te schrijven.

En wat er klaar heeft gemaakt dat lezen jullie volgende week

Anker Tong

53 – Jaak Timpermans

Deze week heeft Iris geen tekst voor jullie gemaakt. Ze is nochtans lang met jullie talrijke vragen bezig geweest.

Iris werd de laatste maanden volledig opgenomen door de zorg  voor haar moeder. Ze was voortdurend onrustig omdat ze de aanpak hier in het ziekenhuis te Grauwegomme niet langer vertrouwde. – Haar moeder is hoog bejaard en op die leeftijd kan alles onomkeerbaar worden – zei ze. Het was ook erg moeilijk om een dokter te kunnen spreken en bovendien merkte zij dat moeder voortdurend onder verdoving gehouden werd.

Nu heeft zij de knoop doorgehakt. Iris is op eigen initiatief met een ambulance en twee ambulanciers naar het ziekenhuis gereden om haar moeder daar weg te halen.  En ze draagt nu zelf zorg voor haar.

Vandaar dat ze nu even afwezig zal blijven.

 

Over jullie vragen: Een aantal hiervan gaan over de ouders van Sammy.

Wie waren zij en hoe gingen zij met hem om?

Ze komen hier haast niet in beeld, noch zijn vrienden of de omgeving.

We hebben ons best gedaan om hierover meer informatie te achterhalen.

Eén van de bronnen was Jaak Timpermans. Die Sammy persoonlijk heeft gekend. Al waren ze blijkbaar niet de beste vrienden.

Volgens Jaak Timpermans stonden zijn ouders in de buurt bekend als beiden vriendelijke bescheiden, hulpvaardige  en hardwerkende mensen.

Het was heel wat moeilijker om mensen uit de buurt te vinden die ons iets over Sammy zelf  konden vertellen. De meesten liep hij zonder omzien voorbij.

 

Jaak is onze naaste buur. Mijn vrouw en ik beperken ons tot een beleefdheidsgesprek. Ik ga jullie eerlijk bekennen dat wij niet zoveel van Jaak houden. Hij baat het tennisveld uit dat pal achter ons huis gelegen is. Sport is het enige onderwerp waarmee ik met hem regelmatig in gesprek ga.  Wanneer het over zijn vroegere buur ging wordt hij telkens erg  negatief.  Zijn stem doet mij aan iets of iemand denken maar ik kan ze niet thuisbrengen.Waar zou ik ze nog hebben kunnen horen…een snerpende nasale stem, die stoot vanonder een dun donker snorretje dat net de lengte van zijn dunne lippen volgt onder een scherpe neus en ogen waarvan de leden zich nooit lijken te sluiten. Alsof hij steeds op zijn hoede is, steeds wantrouwig.

Hij heeft tot nu toe niet één positief woord over Sammy tegen ons uitgesproken.

Wat we vernamen is dat Sammy’s ouders beiden een administratief werk deden. Voor zover ik heb kunnen opmaken hadden ze een betrekking bij de overheid  maar het is  niet erg duidelijk wat ze precies deden. Waarschijnlijk had hun werk iets van doen met het leger of de ordediensten.

Victor Van der Straet en Jaak Timpermans verstonden elkaar blijkbaar goed.

 

 

 

 

 

33 x – Grijs en Geel

Sammy’s ouders waren ongewenste kinderen.
Allebei.
Sammy zijn uniek leven, zijn unieke ouders zijn unieke sectoren in een universum.

Zijn leven waarin alles hem voorkam als uit het leven van iemand anders.

Wie?

Om het even wie, maar toch anders.
Daaraan kon hij alles in zijn bestaan herkennen.
Hij had een vader en een moeder zoals andere kinderen.
Een huis waarin hij opgroeide.
Voor ieder kind is de geboorteplaats de gewoonste plaats van de wereld.

Voor de ene is dat een paleis voor de andere een concentratiekamp.
Sammy groeide op en werd zich bewust van wie hij was en wat hem omgaf.

De wereld kreeg vorm van uit een huis langs een spoorwegberm
nabij een kleine industriestad.

Geluk is alleen zijn
Sammy kende geluk enkel als alleen zijn.
Geluk kon voor het kind nooit met iemand te samen.
Iedereen verwekte onrust, geluid, geroep lawaai, verstoring.

De ouders schenen steeds met iets bezig te zijn dat zich binnen in hen bevond.
Zij keken recht voor hen uit.

Zelden in het gelaat van het jongetje die naast hen stond en waarvan ze toch het handje vasthielden

de wereld was heel groot
– maar hij was hier, gevangen
de wereld was avontuurlijk
– maar hij zat hier, vastgehouden
en dat hij ook een leven had zoals alle anderen
– maar die anderen hadden een leven.

Sammy bestond, slechts, kreeg niet het gevoel van te…

de wereld was bedreigend beangstigend en veel te groot.
Sammy ervoer zichzelf als een personage – een bewegend punt in het bestaan

de anderen waren machten die een wereld beheersten die de zijne niet was.
Hij, zat gevangen onder een grijze stolp van regels waarin hij ronddraaide, draaide als een vlieg.
Regels en angst – grijs en geel.
Regels voor het doen, die opgevolgd dienden te worden zonder om redenen te vragen.
Een wereld van verplichtingen.

De school was zo een regel.
Het werk van de ouders. Waar de treinen hen iedere koude ochtend naartoe voerden.
De grijze speelplaats tussen de regels van angst.
En daarboven de blauwe lucht met vrij vliegende tuigen en vogels.

In de blauwe hemel lacht de natuur.
Een open ruimte met mogelijkheden.
De aarde lag daaronder, grijs en winters
en wanneer het wolkendek zich sloot
Scheen de macht van de regels over alles te heersen.
Als om de mens nog meer te straffen met het gesloten bestaan
Alle uitzicht op hoop te ontnemen.

Aan de wereld diende je te voldoen.
Tijd tikte je zwijgende aanwezigheid weg.
Tijdsdruk om gehoorzaamheid.

Spelen was enkel mogelijk wanneer de aandacht van de anderen naar iets anders gericht was.
Wanneer de volwassenen met iets onbegrijpelijks bezig waren, dan pas werd het goed. dan kreeg het kind een moment van eenzame vrijheid terug.
dan kon zijn verhaal losbarsten.
Zijn eigen wereld los van alles.