49 – De Vlek

 

de vlek

Door Iris Nachtegaal

Sammy had steeds het gevoel van vuil te zijn, te stinken een donkere vlek te zijn voor de anderen.
Moeder en ook vader wezen hem daar regelmatig op.
Ze zegden regelmatig dat hij kwalijk rook – Sammy stonk!
Het klonk bezorgd, werd op een bekommerde toon gegeven, als een raadgeving, iets waar een ouder een kind op diende te wijzen opdat het mer zorg voor zichzelf zou dragen.
Maar eigenlijk was het een verwijt.

Er was een donkere reden waarom Sammy’s moeder dat steeds deed.
Terwijl vader hem ontmoedigde door cynische spot. Die eigenlijk de schijn had van aan te porren: op te roepen tot het beter te doen. mer te presteren.

Maar eigenlijk was het niet dat, het was ontmoedigen zodat Sammy zou opgeven.

Sammy vond dit niet vreemd.
Hij geloofde werkelijk dat ze het goed met hem meenden, en dat hij inderdaad stonk en voor niets deugde en dat zijn ouders het bij het rechte eind hadden – dat hij voor niets deugde en voor alles zijn ouders nodig had.
Die spanden zich immers voortdurend voor hem in, die ondersteunden hem, of beter – zij droegen hem voortdurend als last.

Later nestelden deze stemmen van vader en moeder zich in zijn binnenste.

Hij droeg ze voortdurend met zich mee en ze bleven steeds op die zelfde toon tot hem spreken.

Advertenties

45 – de schrijvers

Sammy

door Iris Nachtegaal & Anker Tong

Ik heb mij door Anker laten overhalen.
Ik zal met dit blog voorlopig blijven verder doen

Maar ik heb ook mijn voorwaarden gesteld!
Ik draag dit niet meer alléén!
Vanaf nu moet Anker Tong actief deelnemen aan de verwerking van deze teksten!
Het volgende is dus door ons samen tot stand gekomen:

Er is nog een lange weg te gaan voordat we Sammy goed zullen kunnen begrijpen – voordat we zijn levensverhaal toegankelijk genoeg hebben gemaakt.

Laten wij even vooruitlopen en enkele teksten tonen die hij later, aan het eind van zijn leven, heeft geschreven.

Heel dat verhaal van zijn jeugd, waarvan ik jullie fragmenten heb gebracht, werd gedistilleerd uit een hele reeks tekstjes, allemaal met de hand geschreven op ruitjespapier uit verschillende scheur-schriftjes .

Sammy zal tot op volwassen leeftijd blijven schrijven, en hier is wat hij daarvan zegt:
(Anker en ik hebben zijn woorden vrij bijgewerkt, en zijn onmogelijke zinsbouw hier en daar wat bijgestuurd.  Wat onleesbaar was, hebben wij in onze eigen woorden aangevuld, wat hier volgt is een vrije bewerking):

“Mijn moeilijkste opgave is tot een leefbare formulering te komen van hoe mijn jeugd geweest is.

Van wat er zich precies heeft afgespeeld en hoe dat het verder verloop van mijn leven kon hebben bepaald.
Er blijven zovele lacunes waar ik nooit enig vat op schijn te kunnen krijgen

Er is nog zo veel dat ik nooit tot een bevattelijk verhaal heb kunnen weven.
Iets in een bevrijdende vorm gieten, dat is wat ik eindelijk zou willen bereiken! Mijn verleden voor mij leefbaar maken door er een sluitend verhaal.
Het te vertalen.
Ten einde vrede te vinden in mezelf en met de anderen.

Ieder verhaal staat tegenover andere verhalen.
Ieder mens wordt kenbaar voor zichzelf door en voor de anderen.
Eenieder is, hoe hij zichzelf beleeft en hoe hij beleefd wordt door de andere.
Hoe de andere zijn bestaan spiegelt.

Bestaat ons leven op zichzelf –  als orde van symbolen, weefsel van discours?
Of bestaat er een groot overzichtelijk Plan?
Een goddelijk oog, een kosmisch archief waar alles zijn plaats in krijgt?
Of is de wereld enkel een uitdijen van chaos in tijd?

Doe ik er wel goed aan om dit allemaal om te woelen?
Met al die kwaadheid en twijfel die daarbij opsteekt?
Zal die houdbaar blijven?
Of zal die mij razend maken op mensen die nu te oud en te zwak zijn om nog  confrontatie aan te kunnen?
Of die er nu niet meer zijn…
Of was het toch allemaal mijn eigen domme fout, mijn eigen koppige zin, mijn  kleinmenselijkheid?

Een wederwoord verwacht ik niet.
Maar het kind in mij hoopt nog steeds op een finaal antwoord.

Of misschien een eerlijke schuldbekentenis.
Dat zou voor mij het leven makkelijker maken.
Een bevestiging van wat ik vermeen zou vergiffenis schenken lichter maken.

Vergiffenis schenken is één aspect – mogelijke uitwegen te zien zijn er andere – Zowel voor de toekomst als voor het verleden
Mogelijkheden, die het verschil kunnen maken.

Je zou het ook zo kunnen formuleren:
Wat zou je aan een jongeling behoren te zeggen die vandaag in een gelijkaardige situatie zou opgroeien?
Aan het kind in kindertaal, of aan de ouders, of familie?
Waar langs vindt de jonge mens zijn weg uit dit doolhof?
Van wie kan die bevestiging krijgen van het misbruik?

– Dat werkelijk is en geen hersenspinsels?
En hoe komt dat aan het licht?
“Och, Vergeet het Sammy, laat het allemaal maar rusten, och die mensen, ze hadden ook hun problemen. Je had goede ouders. Je hebt er zoveel aan te danken, wees ze liever wat indachtig en wees vriendelijk en goed voor ze voor zo lang ze er nog zijn.
Lat zien dat je van hen houdt en om hem geeft, daar zal je later nooit spijt over hoeven te hebben – Wanneer je hen pijn hebt gedaan, dan zal dat nog lang aan je blijven knagen.

Dat waren die dingen waar Sammy voortdurend mee worstelde.
Sammy wilde de tijd en ruimte krijgen die nodig was om zich uit te spreken en te vertellen wat in hem allemaal wrong.
Hij wilde dat voor eens en voor altijd gezegd krijgen zonder in rede gevallen te worden door stemmen die hem tegenspraken…
Dat “uitspreken” is schrijven geworden.

Hij dacht:

“Ik blijf deze zoektocht naar mezelf.
Een zoeken dat naar herkenning vraagt, en naar wie ik was, en ben.
een zoeken naar innerlijke vrede.”

 

Hij wilde het schrijven nuttig maken, hem laten dienen.
Maar deed hij dat enkel als therapie of was het ook gericht naar iemand anders?

Hij schreef:

 

“Ik heb angst om dat allemaal alléén te doen.
Iemand zou beter toekijken en luisteren.
Om te zien dat het niet te gevaarlijk wordt.

Dat ik niet verstrikt geraak.

Of terug wegzak in depressie of onbedwingbaar ingekapseld geraak door eenzaamheid en afzondering.
Of dat het geen spel wordt waarbij ik de schuld aan alles en iedereen wil verwijten zonder mezelf in vraag te stellen?
Ik wil een eerlijk proces krijgen!
Ik wil mezelf een eerlijk verdikt kunnen geven!
Een eerlijke verdeling die de lasten legt bij de omgeving maar ook bij mij zelf.

Misschien laat ik dit ooit nog aan mijn beste vrienden lezen  -en ik weet zelfs niet of dat wel goed is…
Waar voor dat dienen zou en wat het bij hen teweeg zou brengen.
Of betekent dit allemaal niets?
Het gevecht van twijfel en spoken.

Dit dolen door eindeloze tunnels van grijzer wordend licht.

Maar ik heb ook geleerd dat er momenten kunnen zijn waarop je alles kan afwerpen, waarop iets je kan raken en gelukkig maken, iets dat je innig bij anderen kan betrekken.

Iets waardoor maskers breken.
Iets fijns en kwetsbaars, dat zindert tot in je diepste vezels.
Iets dat je ontwapent en kwetsbaar maakt.

Bestaat leven uit streven naar meer?
Ligt alles in ons aards eindig tijdsverloop vervat?
Wanneer niets nog in eeuwigheid gedacht kan worden?
Moeten we genietend consumeren?

Ons bevrijden uit die smalle pijp van ons dagelijkse zijn?

Willen we altijd meer en beter en bevrijd worden van alle pijn?

Leven is pijn lijden.

Er is geen ander.
Pijn lijden is de kracht om gewaar te worden, te voelen.
De kracht van om te willen te zijn – willen leven en blijven leven.

De kracht om op een wonder te hopen, de -kracht om zelfs te zijn zonder enige hoop.

Zijn en ademhalen.
De kracht om pijn te kunnen lijden.

Verdwijnen zonder maar iets te hebben nagelaten.
gelaten zijn in het besef – Mijn bestaan is onnuttig geweest, voor mezelf en voor de anderen.

44 – Iris’ twijfel

Ik heb jullie verleden week geen post nagelaten omdat ik dit niet meer aan kan. Ik heb niet de moed meer om over Sammy te vertellen.

In deze teksten ontdek ik een kind dat volledig in zichzelf verzonken is – (ik beef terwijl ik dit schrijf.)

Dit kind had nooit de kans, noch de mogelijkheid, om met iemand delen wat er in hem omging.
Iedereen bleef buiten zijn bereik.
Waar waren zijn ouders heel die tijd?
Wie waren zij?
Welke rol speelden zij?
Voor hen was Sammy blijkbaar verder weg dan wanneer hij op het verste eiland van de wereld ware geweest.

Ik begrijp nauwelijks dat niemand dit heeft gezien!
Iedereen die daar bewust van getuigen zou hebben geweest, zou gehuiverd hebben!
Maar niemand schonk aan dat kind blijkbaar de nodige aandacht.
Deze jongen beleefde zijn jeugd als een beeld of een pop, vreemd en stijf.

Ik weet echt niet hoe het hier verder moet!
Ik heb aan Anker gevraagd om deze zaak te laten rusten.
Hij heeft daar wel begrip voor – maar aan de ander kant weet ik dat Anker een man is die niet opgeeft en de kunst kent om mensen te overhalen.
(Indien jullie hem zouden kennen, dan zouden jullie direct begrijpen wat ik hiermee bedoel…)

Ook door jullie talrijke reacties, die Anker hier voor mij heeft uitgetikt, hebben mij zwaar getroffen.

Ik weet echt niet of ik dit nog aankan.
En daarom vraag ik jullie de tijd die mij nodig is om al deze emoties te kunnen verwerken.

veel liefs,
Iris Nachtegaal

42 – De Engel

Sammy

 

Door Iris Nachtegaal

‘s Avonds in bed gelegen, kon Sammy nadenken.
Een belangrijk deel van zijn leven speelde zich in bed af.
Daar werd hij pas zichzelf, daar pas, wanneer de lichten uit waren en hij alleen met zichzelf kon zijn.
Dan kon hij zijn fantasie de vrije loop laten.

Denken en dromen over alles wat hem bezighield zonder dat iemand hem daarbij opmerkingen maakte, zonder dat iemand zei dat hij zijn aandacht niet mocht afdwalen, zonder dat iemand hem verweet: “Je ben aan’t dromen Sammy, let toch op!”.
In bed was er niets dat zijn aandacht kon opeisen dan zijn eigen gedachtengang, zijn eigen angsten en hopen, verlangens, zijn fantasie.

Sammy dook dan in verhalen die hij steeds verder uitwerkte en waar vele figuren hun rol bleven spelen;

Iedere mens en iedere situatie met anderen was voor Sammy een vraagstuk.
Iedere omgang met anderen werd een reden om zich vragen te stellen.

Sammy dacht:
– Wie ben ik voor de anderen en wie zijn zij voor mij?
– Hoe gedraag ik mij tegenover de anderen? en waarom en hoe gedragen zij zich tegenover mij? en waarom?
– Hoe krijg ik contact met anderen?
– Wie zijn ze en wie ben ik?
Wie word ik in hun ogen en wie worden zij in de mijne?

De massa die hem omringt en waar hij niet in kan opgaan – die hem observeert – die hij observeert.

De familie rond de tafel.

Vrolijk en onbezonnen kon hij nooit zijn – hij kon zich nooit laten gaan.
Dat kende hij niet.
Voortdurend leefde hij met angst, en de vrees om gecontroleerd te worden.
Bekeken vanuit een controlepost waar steeds iemand hem keurde, iets op hem aan te merken had.

Die stemmen bleven hem achtervolgen.
Stemmen die vragen stellen, ontmoedigen, niet kunnen begrijpen, uitroepen, zuchten…
Steeds die stemmen die het gemeenzame zeggen,
vol van onbegrip zijn
vol van oppervlakte…

Sammy leerde voor engel op aarde.
Het was maar pas later dat hij dat zou ontdekken.

In hem leefde een vreemd, zwijgend, toekijkend wezen.
Die afwezig-aanwezig was.

De blik van een starende vreemde, die
op zichzelf bestond en sterker was dan hij en al het andere.

Sterker dan alles in hem en rond hem heen.

Die kracht nam het van hem over.
Die was het die het hem belette te spreken.

wanneer treinen ’s nachts langs dorpen razen.
verschuilt een wereld zich achter gevels.

0 – Sammy

 

 

Sammy

Ramses Shaffy

Sammy loop niet zo gebogen
denk je dat ze je niet mogen
waarom loop je zo gebogen Sammy
met je ogen Sammy op de vlucht
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
want daar is de blauwe lucht

Sammy loop niet zo verlegen
zo verlegen door de stegen
waarom loop je zo verlegen Sammy
door de regen Sammy van de stad
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
want dan word je lekker nat

Sammy
kromme kromme Sammy
dag Sammy
domme domme Sammy
kijkt niet om zich heen
doet alles alleen
en vind de wereld heel gemeen

Sammy wil bij niemand horen
zich door niets laten verstoren
toch voelt hij zich soms verloren Sammy
hoge toren Sammy kan niet aan
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
want daarboven lacht de maan

Sammy wilt met niemand praten
maar toch voelt hij zich verlaten
waarom voel je je verlaten Sammy
op de straten Sammy van de stad
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
want dan word je lekker nat

Sammy
kromme kromme Sammy
dag Sammy
domme domme Sammy
kijk niet om zich heen
doet alles alleen
en vind de wereld heel gemeen

Sammy wil heus wel veranderen
maar is zo bang voor de anderen
waarom zou je niet veranderen Sammy
want de anderen Sammy zijn niet kwaad
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
anders is het vast te laat
Sammy loopt maar door de nachten
op een wondertje te wachten
wie zou dit voor jouw verzachten Sammy
want jou nachten Sammy zijn zo koud
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
er is één die van je houdt

41 – de Redding

 

 

Duizelen

Iris Nachtegaal

Sammy duizelde.
Had angst om zelfcontrole te verliezen, en te storten.
Dan probeerde hij om alles van op een afstand te bekijken.

Niemand hielp hem en iemand zag dat er wat scheelde.
Sammy was stil, zo was hij.
Vreemd zegden de buren.
– Hij is zo – zei zijn moeder.

Zijn ouders keken steeds langs hem heen.
Wanneer zij aan tafel zaten bijvoorbeeld.

Het gezin bestond uit hen, zijn broertje en de hond.
Sammy circuleerde daarbuiten.

Wanneer de druk te veel werd viel Sammy in zwijm.
Bij de dokter bijvoorbeeld, wanneer het onmiskenbaar
werd dat hij bestond, een lichaam had, pijn kon lijden, een
prik kon voelen.

Bloed kon verliezen, een onvermijdelijk lichaam zijn, een fatale lichamelijke aanwezigheid.
Daar zijn.
Hier zijn.
Steeds
en niet daaraan kunnen ontsnappen
gevangen zijn.
Sterfelijk zijn.
Pijn te moeten verdragen.

Hij hoorde duizenden violen, die schirpten als krekels,
ruis stroomden door zijn oren en dan werd alles zwart, dan
was hij weg vanwaar hij niet meer wou terugkeren.

Hij was bewusteloos gevallen.
Hij was uit zijn lichamelijke werkelijkheid weggevlucht.
Hij viel op de betonnen straatstenen en zelfs dat deed hem geen mijn.
Zo’n voorval werd later talloze keren door zijn ouders opgehaald
om hem te bespotten!
Zoals die dag op een kerkhof waar een lijk opgegraven werd.
Sammy liep weg door het glinsterende hek naar buiten.
Jaren later nog werd dat hilarisch opgehaald, vooral door zijn moeder dat hij daar “pijn aan zijn buik had” gekregen.

Ieder teken van emotie bij Sammy werd door zijn ouders bespot, lang onthouden en tot jaren daarna verschillende keren teruggebracht.
Inleving kenden zij niet.
Zij schenen niet te kunnen verstaan wat er in hem omging.

Sammy wilde hen buiten houden, wilde iedereen buiten houden.
Hij wilde een stenen beeld worden,
geen gelaatsuitdrukkingen meer hebben die hem kwetsbaar maakten.
Vleeshaken in zijn aangezicht die het in de gepaste uitdrukkingen konden trekken.

Niets meer meedelen.
Zwijgen, afzijdig blijven, leven binnen zijn eigen wereld.

Door zich terug te trekken, door niet mee te doen, zou hij zich kunnen handhaven.
Invloeden uitschakelen, vlug naar huis lopen na de schooltijd, zodat hij dan enkele uren voor zichzelf kon maken alvorens zijn ouders er aan kwamen.
Rudy was dan nog bij de grootouders, en de ouders kwamen aan precies om twintig voor zes toe want dan kwam hun trein.
Ondertussen kon Sammy naar muziek luisteren en denken.
Hij rende naar huis.
En sloot zo vlug mogelijk de beste deur van de wereld achter zich.

Alleen zijn wou voor hem zeggen:
Geen commentaar meer te hoeven ondergaan van vader of moeder of de anderen.
Geen opmerkingen meer op de minste zucht of beweging die hij maakte.
Geen spot, geen kwetsende anekdotes van jaren geleden, geen bitsige opmerkingen, Geen klappen of stompen te krijgen wanneer vader ongeduldig werd en Sammy in zijn vizier verscheen.

Zijn vader herinnerde graag en veel:
“wat zal jij doen als wij er niet meer zijn!?” – dat werd voortdurend herhaald.
“Wat ben jij zonder ons? Wat zou je zonder mij zijn?”

Het kind is afhankelijk en moet alles verdragen en kan nergens anders naar toe.
Voor Sammy was er geen uitweg, niet binnen familieleden, niet in de buurt, niet op de school, de vrienden of de jeugdbeweging de…er was geen uitweg.

Onrecht bracht hem tot zwijgen en dat zwijgen werd voor hem de enige mogelijke weg om dat onrecht uit te drukken.
Zijn zwijgen schonk hem ruimte in zijn hoofd, plaats voor hemzelf.
De enige plek die niet kon worden betreden.
De enige plek waar zij geen toegang toe hadden, de wereld van zijn gedachten en zijn gevoelens. Zijn dromen en fantasieën.

Vluchten
Afsluiten
Weggaan
zich opsluiten, afzonderen en verdwijnen voor het zicht van de andere,
Niet mededelen
geen dingen zeggen die later tegen hem konden worden gebruikt.

Soms werd het zwijgen krampachtig werd, alsof hij zou barsten.
Soms kookte hij vanbinnen van woede – maar door niets aan hem was dat te zien.
Maar wie goed observeerde kon merken dat hij dan zijn handen in elkaar wrong of voortdurend met opgetrokken schouders liep.
Zijn blik strak naar de grond gericht.

Met gesluierd verstand rondlopen
Donker zijn
schijnbaar onkwetsbaar
Weg van iedereen

In hem leefde een vreemd, een zwijgend toekijkend wezen.
Dat afwezig aanwezig was.
Een zwijgende, starende, vreemde in huis die autonoom bestond en sterker was dan hij en al het andere.

Sterker dan alles in hem en rond hem en voor hem.

39 – de stemmen

 

 

Stemmen

door Iris Nachtegaal

Voor Sammy betekende iedere ontmoeting een definitie, een rol in een spel, een toegewezen taak, een stolp over zijn denkvermogen, een stem die krijste zodat hij niet meer denken kon, enkel nog dat stemgeluid kon horen.

De wereld is een gevangenis.
Iedereen is de gevangene van iedereen.
Door de kijkende, loerende, glurende, bezwerende, foeterende anderen
– de autoritaire anderen – de anderen die niet begrepen, niet voelden, bevelen schreeuwden, oordeelden, die rechter waren van uit hun zetel, en alles van boven af aan volgden.
Die eisen stelden, zegden hoe het zijn moest, wanneer het moest, en wanneer het diende te stoppen.

Het onder de aandacht te zijn, beheerst overheerst te worden.

Het liefst had Sammy gehad dat ze allemaal oplosten.

Sammy had dat tv-spel gezien over een bankbediende die zich in de kluis tijdens de middagpauze had teruggetrokken om ongestoord te kunnen lezen terwijl buiten alles door een ramp vergaat.
Hij weet niet wat de wereld is overkomen.
Enkel dat hij nu de enige overlevende is.
Hij beschikt over alle goederen en er zijn bibliotheken met duizenden boeken die hij nu ongestoord kon lezen.
Want er is nu niemand meer die hem zal kunnen storen of afleiden.

Er was steeds iets dat Sammy terugtrok.
Iets dat hem verhinderde om alleen en rustig te zijn.
Een orde, een bevel, een oproep een plicht.

Een andere stem die aan hem knaagde.

Alleen zijn op de wereld.
De wereld van de dingen voor hem alleen.
De wereld zonder wezens die hem verplichten, die hem opeisen, kwellen, vernederden, uitlachen.

Het geliefde maanlandschap.
Verlaten tot ver achter de horizon.
Ongestoord slapen, en dromen.
Ongestoord ontwaken.
Ongestoord kijken en luisteren.
Ongestoord zijn.

Zich tot zijn eigen waarde verheffen, en alleen daar zijn om dat te doen.
Zich daarop te kunnen concentreren op hij zijn aandacht wilde richten.
Zonder lawaai om hem heen, zonder storing.
Zonder geblaat, gezwets, gehuil of geroep van een stem.
Geen stem dan die in zijn binnenste, zijn innerlijke gesprekspartner zijn eeuwige kameraad.

Wie was die?
Van waar kwam die stem?
– dat oor aan de innerlijke telefoon die steeds naar hem luisterde.
Die hem steeds verstond.