Een postkaartje van Iris

canvas-boeddhistisch-klooster-en-dhaulagiri-piek-nepal

We ontvingen deze week dit kaartje van Iris – zonder veel commentaar,

Anker Tong

Advertenties

47c – Afwezig

Beste volgers,

We moeten onze berichtgeving even onderbreken.

Iris is met vakantie, en de examenperiode voor mijn kinderen is aangebroken.

We hebben het hier even te druk om het verhaal van Sammy uit te spinnen.

Even geduld,

Anker Tong

43 – Afwezig

Iris heeft deze keer geen bericht achtergelaten.
Ik kan jullie dus dit keer niet vertellen over Sammy.

Dank jullie voor de overvloedige reacties!
Ze hebben ons tot nadenken gestemd.
Ik heb ze allemaal uitgeprint en aan Iris bezorgt.
Die ze zal beantwoorden.

Bij de post waren verschillende volgers die je best ervaringsdeskundigen zou kunnen noemen. Die hebben ons hun eigen geschiedenis verteld.
Je bent blijkbaar nooit alleen met je verhaal.
Ieder verhaal wordt in zovele andere weerspiegelt – zei Iris nog laatst.
“Dat is precies wat het tot verhaal maakt – het is uniek en dan toch ook weer niet.”

Alvorens Iris’ reacties op die persoonlijke berichten te publiceren zal ik steeds vooraf om jullie goedkeuring vragen, en nooit echte namen noemen.

Tot volgende week!
Anker Tong

41 – de Redding

 

 

Duizelen

Iris Nachtegaal

Sammy duizelde.
Had angst om zelfcontrole te verliezen, en te storten.
Dan probeerde hij om alles van op een afstand te bekijken.

Niemand hielp hem en iemand zag dat er wat scheelde.
Sammy was stil, zo was hij.
Vreemd zegden de buren.
– Hij is zo – zei zijn moeder.

Zijn ouders keken steeds langs hem heen.
Wanneer zij aan tafel zaten bijvoorbeeld.

Het gezin bestond uit hen, zijn broertje en de hond.
Sammy circuleerde daarbuiten.

Wanneer de druk te veel werd viel Sammy in zwijm.
Bij de dokter bijvoorbeeld, wanneer het onmiskenbaar
werd dat hij bestond, een lichaam had, pijn kon lijden, een
prik kon voelen.

Bloed kon verliezen, een onvermijdelijk lichaam zijn, een fatale lichamelijke aanwezigheid.
Daar zijn.
Hier zijn.
Steeds
en niet daaraan kunnen ontsnappen
gevangen zijn.
Sterfelijk zijn.
Pijn te moeten verdragen.

Hij hoorde duizenden violen, die schirpten als krekels,
ruis stroomden door zijn oren en dan werd alles zwart, dan
was hij weg vanwaar hij niet meer wou terugkeren.

Hij was bewusteloos gevallen.
Hij was uit zijn lichamelijke werkelijkheid weggevlucht.
Hij viel op de betonnen straatstenen en zelfs dat deed hem geen mijn.
Zo’n voorval werd later talloze keren door zijn ouders opgehaald
om hem te bespotten!
Zoals die dag op een kerkhof waar een lijk opgegraven werd.
Sammy liep weg door het glinsterende hek naar buiten.
Jaren later nog werd dat hilarisch opgehaald, vooral door zijn moeder dat hij daar “pijn aan zijn buik had” gekregen.

Ieder teken van emotie bij Sammy werd door zijn ouders bespot, lang onthouden en tot jaren daarna verschillende keren teruggebracht.
Inleving kenden zij niet.
Zij schenen niet te kunnen verstaan wat er in hem omging.

Sammy wilde hen buiten houden, wilde iedereen buiten houden.
Hij wilde een stenen beeld worden,
geen gelaatsuitdrukkingen meer hebben die hem kwetsbaar maakten.
Vleeshaken in zijn aangezicht die het in de gepaste uitdrukkingen konden trekken.

Niets meer meedelen.
Zwijgen, afzijdig blijven, leven binnen zijn eigen wereld.

Door zich terug te trekken, door niet mee te doen, zou hij zich kunnen handhaven.
Invloeden uitschakelen, vlug naar huis lopen na de schooltijd, zodat hij dan enkele uren voor zichzelf kon maken alvorens zijn ouders er aan kwamen.
Rudy was dan nog bij de grootouders, en de ouders kwamen aan precies om twintig voor zes toe want dan kwam hun trein.
Ondertussen kon Sammy naar muziek luisteren en denken.
Hij rende naar huis.
En sloot zo vlug mogelijk de beste deur van de wereld achter zich.

Alleen zijn wou voor hem zeggen:
Geen commentaar meer te hoeven ondergaan van vader of moeder of de anderen.
Geen opmerkingen meer op de minste zucht of beweging die hij maakte.
Geen spot, geen kwetsende anekdotes van jaren geleden, geen bitsige opmerkingen, Geen klappen of stompen te krijgen wanneer vader ongeduldig werd en Sammy in zijn vizier verscheen.

Zijn vader herinnerde graag en veel:
“wat zal jij doen als wij er niet meer zijn!?” – dat werd voortdurend herhaald.
“Wat ben jij zonder ons? Wat zou je zonder mij zijn?”

Het kind is afhankelijk en moet alles verdragen en kan nergens anders naar toe.
Voor Sammy was er geen uitweg, niet binnen familieleden, niet in de buurt, niet op de school, de vrienden of de jeugdbeweging de…er was geen uitweg.

Onrecht bracht hem tot zwijgen en dat zwijgen werd voor hem de enige mogelijke weg om dat onrecht uit te drukken.
Zijn zwijgen schonk hem ruimte in zijn hoofd, plaats voor hemzelf.
De enige plek die niet kon worden betreden.
De enige plek waar zij geen toegang toe hadden, de wereld van zijn gedachten en zijn gevoelens. Zijn dromen en fantasieën.

Vluchten
Afsluiten
Weggaan
zich opsluiten, afzonderen en verdwijnen voor het zicht van de andere,
Niet mededelen
geen dingen zeggen die later tegen hem konden worden gebruikt.

Soms werd het zwijgen krampachtig werd, alsof hij zou barsten.
Soms kookte hij vanbinnen van woede – maar door niets aan hem was dat te zien.
Maar wie goed observeerde kon merken dat hij dan zijn handen in elkaar wrong of voortdurend met opgetrokken schouders liep.
Zijn blik strak naar de grond gericht.

Met gesluierd verstand rondlopen
Donker zijn
schijnbaar onkwetsbaar
Weg van iedereen

In hem leefde een vreemd, een zwijgend toekijkend wezen.
Dat afwezig aanwezig was.
Een zwijgende, starende, vreemde in huis die autonoom bestond en sterker was dan hij en al het andere.

Sterker dan alles in hem en rond hem en voor hem.

40 – De Fiets

FIETS

Door Iris Nachtegaal

Fietsen is een feest!
Het feest van de vrijheid.

Hier nikkelblinkend in de zon!
Rood-wit het frame met daarop
“Flandria” in sprookjesschrift,
oranje de dikke banden en
bruin uitnodigend een driehoekig zadeltje.
En een bel met zilveren gerinkel.
Eindelijk weg het driewielertje.
Trappers die Torpedotrappelen,
gewonnen-verloren gewonnen-verloren
een feest van lichten, spaken met vele schichten

bolebolebole bolebolebolebolebolebolebolebolebole

Deze fiets zou de wereld voor Sammy openen.
Met deze fiets zal hij de ruimte in snelheid doorklieven, met onmetelijke verkenningsmogelijkheden

Snelheid snelheid, de wereld raast voorbij, sneller dan lopen, losmaken van de aarde, vooruitschieten, nu ben ik hier, nu ben ik daar, niet hier niet daar, ik ben vooruit, en ben
tegen, tegen de wind, tegen de zwaartekracht.
Tegen alles was vasthoudt en gevangen houdt – dit is is vrij zijn!

Laat ze nu maar rennen!
Grootmoeder en grootvader kunnen mij nu niet meer aan, niemand kan mij inhalen als ik dat niet wil!
Ik ben nu hier ik ben nu daar en straks ginder.

De wind is wind is snelheid streelt langs de wangen in het gezicht speelt en fluit en schreeuwt;

Vluchten van het licht in de schaduw van de bomen in het park in het flitsend licht tussen de bladeren steeds rond en rond het vijvertje en vooruit en weg weg!
Het piepend melodietje van wielen en ketting.

Bollebollebolle!

Rik Van Looy! – Rik Van Looy!! – Rik Van Looy!!!

39 – de stemmen

 

 

Stemmen

door Iris Nachtegaal

Voor Sammy betekende iedere ontmoeting een definitie, een rol in een spel, een toegewezen taak, een stolp over zijn denkvermogen, een stem die krijste zodat hij niet meer denken kon, enkel nog dat stemgeluid kon horen.

De wereld is een gevangenis.
Iedereen is de gevangene van iedereen.
Door de kijkende, loerende, glurende, bezwerende, foeterende anderen
– de autoritaire anderen – de anderen die niet begrepen, niet voelden, bevelen schreeuwden, oordeelden, die rechter waren van uit hun zetel, en alles van boven af aan volgden.
Die eisen stelden, zegden hoe het zijn moest, wanneer het moest, en wanneer het diende te stoppen.

Het onder de aandacht te zijn, beheerst overheerst te worden.

Het liefst had Sammy gehad dat ze allemaal oplosten.

Sammy had dat tv-spel gezien over een bankbediende die zich in de kluis tijdens de middagpauze had teruggetrokken om ongestoord te kunnen lezen terwijl buiten alles door een ramp vergaat.
Hij weet niet wat de wereld is overkomen.
Enkel dat hij nu de enige overlevende is.
Hij beschikt over alle goederen en er zijn bibliotheken met duizenden boeken die hij nu ongestoord kon lezen.
Want er is nu niemand meer die hem zal kunnen storen of afleiden.

Er was steeds iets dat Sammy terugtrok.
Iets dat hem verhinderde om alleen en rustig te zijn.
Een orde, een bevel, een oproep een plicht.

Een andere stem die aan hem knaagde.

Alleen zijn op de wereld.
De wereld van de dingen voor hem alleen.
De wereld zonder wezens die hem verplichten, die hem opeisen, kwellen, vernederden, uitlachen.

Het geliefde maanlandschap.
Verlaten tot ver achter de horizon.
Ongestoord slapen, en dromen.
Ongestoord ontwaken.
Ongestoord kijken en luisteren.
Ongestoord zijn.

Zich tot zijn eigen waarde verheffen, en alleen daar zijn om dat te doen.
Zich daarop te kunnen concentreren op hij zijn aandacht wilde richten.
Zonder lawaai om hem heen, zonder storing.
Zonder geblaat, gezwets, gehuil of geroep van een stem.
Geen stem dan die in zijn binnenste, zijn innerlijke gesprekspartner zijn eeuwige kameraad.

Wie was die?
Van waar kwam die stem?
– dat oor aan de innerlijke telefoon die steeds naar hem luisterde.
Die hem steeds verstond.

34 – De Stap

De Stap

Door Iris Nachtegaal

Sammy had een beste vriend, dat was Pieter.
Zijn vriend geleek op hem een beetje.
Samen brouwden ze fantastische verhalen, en lachten om dezelfde dingen.
Ze wilden met zo’n zwart-witte auto’s rijden als de Highway Patrole, met loeiende sirenes en walky-talkies hebben, waarmee ze altijd met elkaar in verbinding zouden kunnen staan.
Ze kenden elkaar sinds de kleuterjaren.
Waarover hadden zij het?
waarover spreken kleuters met elkaar?
De wereld was een avontuur.
Beiden keken een beetje neer op de andere klasgenootjes die ze voor dom hielden. In het eerste studiejaar behoorden ze beiden ook tot de besten van de klas.

Sammy werd trouwens erg geboeid door alles wat er te leren was – eindelijk kon hij leren lezen en begrijpen wat die tekens waren op de keukenklok.

Maar in het tweede studiejaar ging het allemaal mis.

We gaan “Pieters pluimpjes plukken!” Riepen de kinderen.
Zo klonk het al enkele dagen.
Pieter was het mikpunt van spot en pesterijen geworden.
Dat gebeurde vooral tijdens de speeltijd.
De jongens gingen in een halve kring om hem staan en plaagden hem.
Pieter ging ruggelings kort bij de toiletten staan, zodat ze hem niet overhoed langs achter konden aanvallen.
Sammy stond naast hem maar zei geen woord.
Het was vooral Pieters grootsprakige en luidkeelse reactie die de jongens daartoe aanzette. Hij hield zich fier rechtop de armen gekruist en diende ze roepend van antwoord.

Die dag gebeurde het weer en nu ook stond Sammy naast hem keek meer en meer bevreesd want het ging er heftiger en heftiger aan toe.
Het dreigde tot een gevecht te komen.
Eigenlijk was het vooral spektakel maken voor de jongens – maar zo zag Sammy dat niet.
Hij werd angstiger naast zijn beste vriend die hij steeds meer aanmaande van zich gedeisd te houden, – dan zouden ze vanzelf wel weggaan – het is omdat je zo fel doet dat ze telkens terugkomen! —had hij gezegd.

De jongens vormden weer een have kring en het alles herbegon; maar nu heftiger dan anders, en op een zeker moment deed Sammy iets dat de rest van zijn leven zou bepalen – iets dat hij altijd heeft onthouden of verdrongen.
Hij deed iets zeer eenvoudig, maar iets dat hij zich zijn leven lang zal beklagen, dat invloed zal hebben op de rest van zijn bestaan, iets dat hij nooit of nimmer nog kon goedmaken;

Sammy zette een stap opzij.

De belangrijkst stap van heel zijn leven.
Hij zette een stap opzij, weg van Pieter.
Als teken dat hij zich hier niet meer met Pieter wilde associëren.
Hij wilde hetzelfde lot als zijn beste vriend niet ondergaan.
Hij had angst gekregen.
Angst voor slaag en pijn en vernedering.

Hij was de laffe verrader van zijn beste vriend geworden – zo had iedereen het nu gezien.

Was het de zoon van een ambtenaar tegenover de zoon van een zelfstandige?
Hadden ze elk andere thuisinstructie meegekregen?
Andere gedragscodes?
De zoon van de handelaar: leer je mannetje staan, want je staat er in het leven alleen voor!
De zoon van de ambtenaar: hou je gedeisd en er zal jou niets overkomen – maak dat je niet opvalt!

Vanaf deze stap zal zijn leven een andere weg opgaan.
Hier kan hij nooit meer op terugkomen.
Vanaf hier had hij besloten voor een schutkleur te kiezen.
Samen een nummer met de anderen te zijn in plaats van uit te schieten en tegenwind te trotseren.
En daarbij hoorde een diepe eenzaamheid.
Want met die anderen zou hij nooit meer kunnen aansluiten als bij Pieter.
Die zouden nooit zijn vriend kunnen worden. Hij werd een ander tussen de anderen.

Met Pieter maakte hij zich los van zijn beste vriend en van vele open wegen in zijn leven.
Hier besloot hij te worden zoals zijn ouders, onopvallend en teruggetrokken in de massa.

De bel ging.
De jongens sloten aan.
De rij stapte met de meester mee naar het klaslokaal.
Pas toen pas viel het Sammy te binnen wat de gevolgen waren van wat hij gedaan had.
Want zijn plaats in de klas was naast Pieter.
Dat was al zo vanaf de grote school, en ook wel daarvoor in de kindertuin zaten ze dikwijls te samen.

Pieter had geen woord meer tegen Sammy gesproken.
Hij keek strak voor zich uit, het hoofd rechtop en gunde Sammy geen blik.
Wanneer het moment gekomen was dat de jongens plaatsnamen achter hun bank.
Bleef Pieter rechtstaan en stak zijn vinger op.

– Ja, Wat is er Pieter? vroeg de leraar.
– Ik wil niet meer naast Vanderstraet zitten!
– Wel, wat nu? Hebben jullie ruzie gemaakt? De beste vrienden?
– Ik wil niet meer naast hem zitten!
– Wel goed dan zullen we jullie verplaatsen,
Vanderstraet ga naast Andriesen zitten en jij Pieter naast Van Hemelrijk.

Zo verhuisde Sammy naar de tweede van de middenste rij.
Andriessen en Vanderstraet konden het met elkaar niet vinden.
Ze maakten nooit ruzie maar ze hadden niets gemeen.
Anriessen had een bleke haast huidskleur. Ros krullend haar, bruine donkere ogen met een strakke uitdrukking. Hij lachte nooit. Zijn grote blanke tanden verschenen enkel wanneer hij ze in een vraagstuk van wiskunde zat, dat hij altijd moeilijk en belangrijk scheen te vinden. Bij het lezen volgde hij de lettertekens met een wijsvinger die naar buiten kon klikken. Omdat er iets met zijn gewrichten was. Hij was niet onvriendelijk maar lachte nooit naar Sammy.
De jongens spraken alleen met elkaar wanneer het over een opdracht ging.

Sammy had zijn beste vriend verloren en zou er nooit nog één hebben. Hij zou nooit van Pieter leren hoe van zich af te bijten. Hoe indruk te maken door komedie te spelen en luider te roepen dan zijn tegenstander. Hij zou inderdaad nooit leren zijn rug recht te houden want vanaf dan zat Sammy steeds meer gebogen en in zijn handjes te wriemelen.
Kon hij van zichzelf aannemen dat hij een laf was?
Dat hij zou wijken wanneer het moeilijk werd met anderen. Wanneer er slagen dreigden. Slagen zoals hij er van zijn vader veel kreeg. En die hij zonder verweer diende te ondergaan – want indien hij zich zou durven verzetten tegen zijn vader, indien hij zou durven terugslaan dan ging vader hem doodslaan! – zo had hij ooit gezegd.
Of zoals zijn moeder zei – Je ziet er uit zag als iemand die zijn toer afwacht maar dat er nooit iets zou gebeuren. Als ge schrik hebt zijt ge weg.

Vanaf dan werd naar school gaan moeilijk voor Sammy.
Hij voelde zich alleen, bedreigd en angstig.
De klas werd kil en grijze ruimte waar hij zijn tijd diende uit te zitten.
Het lachen was verdwenen.

Sommige jongens gingen tijdens de speeltijd met de rug tegen de muur staan terwijl anderen liepen riepen en vechten.
Soms was nu Sammy één van hen.
Hij werd nooit één van de andere.
Het galmende speelplein werd een slagveld.
Een pijnlijke open plek.
Een harde plaats waar stenen scherpe kreten weerkaatsen.

De stap zijwaarts had zich afgespeeld op die grijze stenen, de groene saloon-deurtjes van de toiletten op een zonnige, koude lentedag

Later zou Sammy zou zich nooit meer kunnen associëren met iemand.
Er zou altijd iets blijven tussen hem en de anderen.

Een afstand die hij nooit zal kunnen overbruggen.

 

Dit veranderde Sammy’s leven voor altijd, al besefte hij dat maar vele jaren later.
Hij verdrong alles van dit gebeuren.
Hij had een andere weg ingeslagen.
Daar was een jongen waarmee hij zich verstond, die fantasie had zoals hij, die niet verstofte in zakelijkheid en ijver. Maar die ondernemende Pieter kwam uit een andere cultuur – een zoon van zelfstandige die diende te leren strijden voor zijn bestaan en Sammy was de zoon van een beambte die diende te kunnen plooien om te overleven.

Nooit zal hij nog zo’n vriend hebben.
Hij zal steeds wantrouwig blijven tegenover anderen en zich meer en meer afsluiten.
Soms kiezend voor grijs en ongeïnspireerd gezelschap in plaats van de mensen waar hij echt bij thuishoorde.

het truukje van de weerbare retoriek zou hij nooit van Pieter leren.
Want je diende goed te weten hoe dat moest – wat je in zo’n situatie diende te zeggen en te roepen en wat niet mocht, en hoe je lichamelijke houding, je lichaamstaal daarbij diende te zijn.

 

21 – De Gevels

 

 

gevels zonder iets daarachter

door Iris Nachtegaal

 

1,
Sammy’s stem zat klein en diep in zijn keel verscholen.
Een stem die niet van hem was.
Die hij niet kon gebruiken.
Soms sprak hij dagen na elkaar geen enkel woord.
Het leek dan wel alsof zijn stembanden verschrompeld waren.
Alsof ze niet meer in zijn keel aanwezig waren.

Spreken,
zich tonen,
en tegenwoordig zijn,
iemand van wederwoord kunnen dienen,
zijn rol spelen was Sammy te zwaar.

Hij wilde helemaal niet spreken.
Hij wilde niemand meer zijn.
Hij kon niet begrijpen wat de anderen van hem wilden.
Zij wilden iemand anders, niet degene die hij was.
Maar het bleef hem een raadsel wie wilde zij dan wel wilden onder zijn gedaante?
Welke rol diende hij te vervullen?

Iedere woord dat hij uitbracht leek ongepast, en de woorden van anderen ontsprongen voor hem uit een niet te peilen bron.

Hij deed verwoede pogingen om, zoals een acteur, om niet uit de rol te vallen.
Een rol die hem de anderen hadden toebedeeld.

Een acteur zou even zijn bestaan van hem kunnen overnemen.
Deze zwaarte van hem afnemen.
Die zou dan zijn rol dienen te spelen tegenover de ouders.
Een acteur om alles op te vangen wat hij telkens diende te incasseren, en die daarvoor vergoed zou kunnen worden.

Of een advocaat – een tussenpersoon die hem zou verdedigen – iemand die de ouders zelf ook zouden respecteren.
Iemand die het voor hem zou kunnen opnemen, en naar wie wel zou geluisterd worden.
Die alle dingen in hun juiste verhoudingen zou kunnen herstellen.

Maar zo iemand was er niet.
Nergens, ook niet in de familie.

Zijn rol was uniek, enkel voor hem weggelegd en voor niemand anders.
Niemand kon, of mocht hem vervangen- of het voor hem opnemen.
Hij droeg het lot van de Eerstgeborene, aan wie het toekomst alleen zijn kruis moet dragen.

De anderen waren vreemden.
Alle anderen – ook zijn ouders.
Ze zijn – Gevels zonder iets daarachter- dacht hij.

2,

Niet spreken, was voor Sammy vanzelfsprekend.

Hij verkrampte in iedere situatie waar gesproken zou moeten worden.
Op school, wanneer het in de klas zijn beurt was om voor te lezen.
Aan het bord komen, te antwoorden, dan waren dat momenten van erge spanning.

Door te zwijgen kon hij voor zichzelf een levensruimte creëren die hem elders werd ontzegd.

Door te zwijgen kon zijn binnenruimte groeien naarmate ruimte rond hem verschrompelde.

Naarmate zijn vrijheid werd ingeperkt.

Blijkbaar hadden sommige klasgenoten daar eveneens moeilijkheden mee – Zij begonnen eveens te stotteren wanneer ze vooraan werden geroepen.
Voor één van hen – een meisje – was het dan zelfs onmogelijk om dan nog een woord uit te brengen… Toen de lerares haar had verplicht om toch een spreekbeurt te houden zoals de anderen, bleef het meisje weg van school.

Wanneer de schoolbel was afgegaan holde Sammy naar huis.
Er was dan niemand thuis – hij kon dan enkele uurtjes ongestoord doen wat hij wou.
Kon hij denken en dromen terwijl hij naar muziek luisterde in het huis met de gesloten blinden.

 

3,

Hij was op zijn kamer.
De gesloten overgordijnen lieten een grauwblauw licht binnen.
Hij lag op bed om te liggen en te denken.
Het huis was beladen met spanning – ieder samenzijn met de anderen is spanning. Vrij zijn is vrij zijn van de spanningen van de andere?
Afhankelijk, het droeve lot van de gesloten ouders en de diklippige broer.
Daarbuiten danste de wereld de zestiger jaren door.
The summer of Love.
Sammy hoorde iedereen buiten kermis vieren opgesloten in een kil en donker huis.

 

Wanneer de spanning te groot werd Sammy duizeling.
Het gebeurde ook dat hij flauwviel bij de dokter.
Wanneer het lichaam als onafwendbaar werd ervaren, als object, als kwetsbaar vlees dat hem gevangen hield dan ging het bezwijmen, ontsnappen, wilde zich uitwissen.

Sammy haatte het een lijf te moeten zijn, steeds ergens te moeten zijn, iemand te moeten zijn, gekwetst te kunnen worden, pijn te lijden, aanspreekbaar te worden, bepaald te zijn, bepaald te zijn door zijn lijfelijke aanwezigheid.
Het onvermijdelijke zijn tussen de onvermijdelijke anderen.

Het liefst had hij zich van zijn lichaam ontdaan.
Ontsnappen aan het lichamelijk omhulsel en de pijn die het kon meebrengen.
Zuiver licht zijn, dat wilde hij.
De wereld van uit het perspectief van een engel te kunnen bekijken.
Niet meer verplicht te kunnen worden om mee te doen.
Om voortdurend te moeten omgaan met anderen.

Gezien te worden.
Een identiteit te moeten hebben.
Te moeten strijden.
Voortdurend zijn emoties te moeten beheersen.
Zijn zwakten te verbergen voor anderen voor wie hij doorzichtig scheen.
Niet te wenen, niet angstig te kijken, niet te stotteren.
vlot te kunnen spreken wanneer hij dat moest.
(die woorden, waar haalde al die mensen hun woorden? Die ze zo vloeiend uit hun mond stroomden, alsof het hen geen enkele moeite koste –

Voor Sammy woog ieder woord zwaar als lood.

3.

Voor hem lag een foto van het oppervlak van de planeet Mars die door een ruimtesonde was genomen.
Een woestijn, een vlakte bezaaid met stenen tot aan de horizon.
Daar hoorde hij thuis, dacht hij.
Daar dwalen en nooit een mens moeten ontmoeten.
– Daar alleen zijn met mijn gedachten, dacht hij – omgeven door een eeuwige mist die de grond scheen uit te ademen.
Geen fysieke pijn meer, noch de angst ervoor.
De prik afwachten van de injectienaald – de onderwerping aan het geneeskundig onderzoek, de dwingelandij van de lessen lichamelijke opvoeding, de overheerisng van sport…

Het liefst wilde hij niet zijn, of niet meer zijn.
Niet meer voelen.

Hij viel in zwijm in het ziekenhuis, en zo wilde hij blijven.
Verdwijnen in duizelig suizen, niet meer bijkomen, niet meer wakker worden, aan geen verlangens meer te hoeven voldoen, niet meer te moeten voor anderen.
Hij wilde in dromen blijven vrij van iedereen en alle pijn.

In de school zonderde hij zich meer en meer af.
In de onpare klas was hij de enige die alleen aan de bank zat.

Sammy droeg steeds meer zwart of donkerblauwe kleren met rolkraag.
Zijn vet zwart haar, waarvoor hij zich schaamde, vormde plakkerige schilfertjes. En het begon en meer en meer uit te vallen.
Toen een kale plek aan de zijkant van het voorhoofd zichtbaar werd kamde hij zijn haar daarover.

Sammy had geen vrienden meer.
Moeizaam maakte hij contact met één of twee jongens uit zijn klas die even onhandig en harkerig waren als hijzelf.

 
De strijd om zelfvertrouwen verlegde zich van huis tot huis van plaats tot plaats-

De fladderende mot, de wachter, de cherub met vlammend zwaard.

Hij wist nooit hoe hij zich tegenover ouders of familie diende te gedragen.
Voelde zich steeds ongemakkelijk in hun aanwezigheid.
Hij haperde in een rol gedrukt – waarvan hij de tekst niet goed kende – dat onvermijdelijke stotteren wanneer iemand hem iets vroeg – en die onbeheerbare gelaatsuitdrukkingen, die spanning in die opgetrokken schouders.
Een onbestemde rol.

Tijdens familiebezoek veranderde hij een soort pop.
Een houterig marionet.
Die geen blijf wist met zijn ledematen en die de handen voortdurend in elkaar wrong.

Hij bewoog zich stram.
Hij zat ongemakkelijk en kon geen woord uitbrengen.
Hij had moeite met het luisteren naar wat de volwassenen rond hem zeiden – zijn gedacht dreef voortdurend af

Hij voelde zich een ledenpop die de ouders met zich hadden meegenomen om aan de familie te tonen.
En die nu hier proper en wel gekleed aan tafel zat.
Wanneer hij dan toch probeerde om een woord te zeggen werd dat onthaald spottende blikken. Of vroeg moeder in het midden van zijn zin of hij nog koffie wilde.

Aanzoeken – ongestelde vragen – eisen – vergen – verzoeken
zo klinken de stemmen die willen dat hij plooit.

Hij voelde zich een vlek.
Stemmen die niet willen
die verzoeken,
ondervragen
verstard temidden van de gezelligheid en de beweging buiten zijn stolp

Stemmen die hem gevangen houden.
Die willen dat hij achtergrond blijft, geruis, schaduw.

Slechts in muziek kon hij de enige stem horen die hij kon herkennen. De loeiende gitaar van Jimi Hendrix.
Pijn explosie – verdrongenheid uitschreeuwt.
Harde zuivere aanwezigheid van geluid – een hamer op een klok zinderende ratel. Een vlammende vlag strijkend over die de bonte massa.

Muziek werd zijn medium.
Het zoog hem diep op.
Het maakte hem onmetelijk.
Kon doordringen tot daar door waar woorden nooit konden komen.
Geluiden besnaarden hem.
Klank openbaarde.

Daarin woonde zijn innerlijke stem die nu waarachtig werd en alle sarrende geesten kon verjagen.

Beethoven in zijn strijd en zijn hart voor het volk,
En sombere elektronische muziek bracht hem in een objectwereld die verlost was van mensheid.

17 – De Buurvrouw

Iris Nachtegaal is onze buurvrouw.

Ze houdt van poezen, en van alles wat groen is.
Ze draagt steeds rode of oranje lange fladderende jurken.
Ze zegt dat ze rond de vijftig is – maar ik vermoed dat ze reeds een eind over de zestig zou kunnen zijn.

Zij en mijn vrouw hebben elkaar leren kennen tijdens het tuinieren.
Tuinieren is het voorrecht van mijn vrouw.
Ik heb helemaal geen groene vingers – ik geniet van de tuin – spelend met de kinderen, zittend of lezend of geuren opsnuivend, uitgestrekt in mijn ligstoel in de lommer onder de populieren.

Mijn vrouw was in de weer met de haag toen aan de andere kant de buurvrouw kwam opduiken
(In plaats van haar hier steeds “mijn vrouw” te noemen zou ik voor haar een naam willen verzinnen – haar echte kan ik hier niet gebruiken. Ze wil namelijk niet op dit blog verschijnen – wat denken jullie van “Maria-Letizia”? – klinkt goed! – dus:

“Maria-Letizia was in de weer met de haag toen daarachter de buurvrouw plots opdook.”

De tuin van Iris is – hoe zou ik die kunnen beschrijven – enigszins verwilderd
– Vol met bloemen en planten – maar niet op die manier waarop je zou kunnen denken dat ze ooit werden aangeplant.
Alles groeit daar boven en door elkaar – een klimop klimt tot ruim over de helft van haar huis.

Onze tuin is bijna het tegenovergestelde.
Het huis is nu omgeven door een net afgereden gazon.
(Mijn vrouw zou graag een kunstwerk aankopen om daarin te plaatsen – maar dat zou ik zo lang mogelijk willen uitstellen – ik zie dat niet zo zitten…)

Sedert dat moment van het gat in de haag zijn zij bevriend geworden.
Iris komt hier regelmatig op de koffie – of Maria-Letiza is bij haar te gast.
Ze zit daar dan tussen kant en batik in hoge rieten zetels kruidenthee te slurpen omgeven door talloze poezen.

Gezien hun leeftijdsverschil zou je kunnen denken dat ze moeder en dochter zijn. (Mijn vrouw heeft nog niet de helft van haar leeftijd).

Het huis van Iris hangt vol met kleurrijke schilderijtjes –
Ik ben blij dat ik deze keer toch niet met mijn mond vol tanden sta .
Eindelijk kan ook ik iets kan zeggen over kunst!
– ik kan namelijk zien dat het landschapjes zijn.
En ik kan heel wat herkennen: onze tuin met ons huis op de achtergrond. Vooral het tennisveld komt regelmatig voor. Soms zie je enkel een detail van de zijlijnen op een groen veld .
Voor het overige verkies ik hier geen commentaar op te geven – zo loop ik niet de kans een mal figuur te slaan – Want ik klink niet overtuigend in beleefdheidsformules.

Geregeld geeft Iris thuis meditatieavonden en yoga sessies.
En ze helpt ook mensen met psychische problemen.
Onze buurvrouw is een soort “psychologe” – Ze heeft dat niet aan een universiteit gestudeerd maar ze heeft heel wat boeken over New Age, astrologie en esoterie – Ook “dieptepsychologie” zoals zij dat noemt houdt haar erg bezig.

Mijn vrouw zegt dat ze belangeloos mensen helpt.
Ze luistert dan diepgaand en geeft hen advies, levenslessen.
Maria-Letizia heeft veel bewondering voor mensen die zich sociaal inzetten.

Soms heb ik de indruk dat Iris een beetje zweverig is – maar zij en mijn vrouw verstaan elkaar uitstekend.
Iedereen vindt Iris Nachtegaal sympathiek – ook de kinderen.
Er speelt steeds een lieve glimlach in die heldere blauwe ogen die je rustig en aandachtig opnemen.

Tijdens één van hun kransjes kwam Sammy ter sprake.
( De vroegere bewoner van dit huis – haar vorige buurman).

Mijn vrouw vertelde over mijn vreemde “nieuwe hobby” – namelijk het doorpluizen van Sammy’s geschreven nalatenschap – Maar Iris vond dat helemaal niet vreemd – integendeel zelfs – het intrigeerde haar en ze wou er onmiddellijk meer over weten.

Maria-Letizia toonde haar het achterhuis (ik was toen op het werk) en Iris werd geïnteresseerd in alles wat ze daar zag. Ze was beginnen lezen in de notities die Sammy had achtergelaten.

Iris en Sammy liepen samen avondschool hier te Grauwegomme.
Het is eigenlijk een kunstacademie waar geschilderd wordt en gebeeldhouwd en nog vele andere dingen worden aangeleerd – zelfs fotografie.
We bezochten een tentoonstelling aan het einde van het vorige schooljaar – vooral omdat mijn vrouw een kunstzinnige activiteit voor onze bengels zocht.
Ik houd op die momenten zoveel mogelijk mijn kop.
Ik had mijn jasje reeds per vergissing aan een kunstwerk gehangen, denkende dat het een kapstok was – en bijna op een ander gaan zitten – had ik niet de vlammende blik van mijn Maria-Letizia opgemerkt met het opgehaalde-wenkbrauw-signaal.

Dat alles heeft gemaakt dat Iris nu mee wil werken aan dit blog – zij zal samen met mij de teksten van Sammy lezen en becommentariëren.
Ik ben daar bijzonder blij mee – het lijkt mij gezonder van dat met tweeën te doen – dat is kijken vanuit verschillende standpunten.

Het schrijven zelf zal ik blijven doen. (Iris houdt haat alles wat met computers of internet te maken heeft.)

Verwacht dus af en toe ook de commentaar van Iris bij de post –
Goed!
Dat geeft mij weer nieuwe moed om er tegenaan te gaan – Want de teksten die ik hier laatst vond waren alles behalve opbeurend…

Maria-Letizia glimlacht fijntjes en kijkt goedkeurend toe.

16 – De Tape

In een metalen doos heb ik een reeks oude cassette tapes gevonden
en een apparaatje om ze af te spelen.

De meesten bevatten een vreemdsoortige muziek – maar op enkele ervan zijn ook stemmen te horen
– Het is moeilijk uit te maken of de opnames werden gemaakt tijdens telefoongesprekken of wat hun eigenlijke oorsprong zou kunnen zijn.

Deze bandjes zijn in slechte staat.
Ze houden niet de juiste snelheid – of zou ook kunnen zijn dat het aan het toestel ligt?

Op deze hier zijn twee stemmen te horen
– de heldere melodieuze stem van een jonge vrouw en de diepere, iets nasale stem van een oudere man. Deze mannenstem komt mij om de een of andere reden toch bekend voor maar toch kan ik haar niet thuisbrengen – Toeval?

-Zij: Ben je bij hem al thuis geweest? Hij woont in een groot herenhuis met antieke meubels. Dat was het huis van zijn grootouders geloof ik…

-Hij (met stemverheffing): Och, hij is een profiteur! Hij heeft alles te danken aan zijn ouders. Hij heeft wel drie keren geprobeerd om iets te studeren en altijd maar mislukt en vader maar betalen! Hij heeft het zeer gemakkelijk gehad. Hij heeft nooit geweten wat hij wil altijd profiteren en nu werkt hij niet.
Eerst het ene dan het andere. En nu staat hij aan de dop!

-Zij (zachte stem verder van de microfoon): neen zeg, hij werkt nu bij de (onverstaanbaar)

-Hij: Bij de (onverstaanbaar) wel! Hij heeft drie jaar zijn kloten geschuurd als hij nu zijn stiel nu zou kennen!

-Zij: (onverstaanbaar gekras) -Ja zijn vader heeft daarvoor gezorgd.(onverstaanbaar)

-Hij: ja vader heeft weer alles in zijn plaats gedaan! Hij heeft het weer in de hand genomen, wanneer het van hem had afgehangen liep hij nog steeds over straat, werkloos of had hij weer wat aangevangen, zeg van hem zou ik iets krijgen, ik kan geen luieriken of profiteurs uitstaan! Als ik zie wat ik allemaal heb moeten doen om aan werk te geraken.
En hoeveel ik moet betalen voor die doppers!

-Zij: (onverstaanbaar, een krassend geluid, een geruis op de achtergrond)
Hij is een kunstenaar, hij maakt schilderijen..

-Hij: Hij Kunstenaar! Een artiest van mijn voeten ja! Wie zegt dat dat iets betekend wat hij daar doet? Heb je dat geklieder al eens gezien?
Dat kan iedereen! Ja ik weet dat hij schildert, en wie daarvoor weer zorgt. Eén en al politieke spelletjes, weer relaties! Weer eens mensen waarvan hij kan profiteren, die hij in de luren legt. Het is omdat die (onverstaanbaar) hem wil helpen, dat hij tentoonstellingen krijgt. Niet anders! Politiek. Zo een beetje met verf kletsen zoals die doet dat kan iedereen. (onverstaanbaar)
Hij doet maar op zonder te weten waar hij mee bezig is.
Hij rotzooit zo maar wat aan.

-Zij: (onverstaanbaar) Er wordt wel over gesproken in de school.

-Hij: Ja, dat zijn daar nogal artiesten! Vrouwen van dokters en notarissen en zo’n profiteurs die niet moeten gaan werken en hun man maar geld binnen brengen en zij zijn zoals hij die denken dat ze “artiest” zijn – ’t is allemaal van willen maar niet kunnen. Lui die niets anders kunnen dan profiteren! Zijn vader had gelijk, die zei dat hij beter bij de (onverstaanbaar) diende te gaan omdat daar iedereen bij gaat die lui is of niets kan. De halve dag op een plein staan rondkijken. En nu bij (onverstaanbaar), echt iets voor hem, luieriken!

– Zij: (heldere lach) haha! Maar de vrouwtjes zien hem wel graag.

– Hij: (onverstaanbaar) smalend: Ja, Hij heeft vooral succes bij oudere vrouwen

– Zij: Hij gaat veel weg met (onverstaanbaar, een naam met een a aan het eind Ina? Rita? Tina?).
– Jij, je bent jaloers!

-Hij: ik jaloers, dat zal wel! (onverstaanbaar) Ik heb tenminste gewerkt voor wat ik heb – De nietsnut! De profiteur met zijn luxeleventje, hij zou eens wat moeten meemaken (onverstaanbaar tot op het einde van de tape)