Hoe “voorbij” kan iets ooit worden?

59 – Over zwijgen wil niemand spreken

Ben je gedetermineerd door je verleden?

Door de genetische informatie die werd doorgegeven? Door familiegeschiedenissen?

Sammy blijft zich vragen stellen over zichzelf, hij blijft erg in zichzelf gekeerd – zoekt naar verklaringen, maar krijgt nergens de juiste responsen – Die antwoorden die hem wat verder uit zijn isolement zouden kunnen halen.

Het is ons tot nu toe, niet duidelijk wat de oorzaak zou kunnen zijn waarom iemand – een kind – jongeling – volwassene – zo geïsoleerd kan raken.

Kiest hij daarvoor? Is hij het slachtoffer van iets dat zich buiten zijn wil voltrekt?

En waarom staan hier de mensen zo weigerachtig tegenover al deze vragen?

Alsof je iets zou kunnen raken wat hun eigen bestaan betreft – hun persoonlijk leven?

Over zwijgen wil niemand spreken.

De studiekeuze voor psychologie – de vragen en schuldgevoelens waarmee hij zichzelf steeds geselt – waar komen die vandaan? Hoe kan hij daarmee in de maatschappij leven?

Soms lees ik dat ook bij jullie schrijvers uit de vorige eeuw.

Die voortdurende nood aan zelfbevraging

alsof er geen plezier mag zijn – geen genot

Op ieder genot moet een straf kunnen volgen – zo zijn jullie!- dat blijkt  zelfs hier jullie kern te zijn!

Bezoek hier een museum of een kerk – overal zie je martelingen uitgebeeld!

Iedere heilige zijn marteltuig;

Maar wat bracht Sammy ertoe om zichzelf zo te kastijden?

Hoe ging zijn omgeving daarmee om?

  • Jaak Timpermans, onze buurman die Sammy in zijn late jaren heeft gekend – kon geen contact met hem krijgen, noemt hem:  nukkig, gesloten, “bon-vivant”, profiteur, “luxe mannetje”, je kan hier de meest tegenstrijdige beschrijvingen van hem de ronde horen gaan.

Wat houdt ons tegen?

Waarom is het zo moeilijk om van Sammy hoogte te krijgen?

 

58 – Halve Prijs

Schuchtere jongen,

verlegen jongen,

– of –

“teruggetrokken, erg in zichzelf gesloten jonge man leert goedlachts rondborstig blozend meisje kennen.”

Dat zou de titel kunnen zijn, klinkt aanlokkelijk, een vrolijke zwenk in dit verhaal van Sammy, het laat begin van een liefdes leven.

Sammy is 19.

Hij loopt universiteit en studeert psychologie. Zij vader houdt voor hem -met een veel betekenende gelaatsuitdrukking- de waaier van bankbriefjes uitgespreid. Het bedrag voor de inschrijving aan de universiteit! – een geschenk aan iemand die dat niet verdient – die dat niet waard kan zijn.

Dat jaar ging er voor Sammy  een wereld open.

Hij liep universiteit in de hoofdstad – kreeg hoofdpijn van de drukte in de straten

Voelde zich vreemd – zat vol met twijfels – onverwoordbare twijfels

Zijn ziel zwalpte als een bootje over een onstuimige zee.

Student worden – vele nieuwe gezichten zien, gebouwen met eindeloze  gangen  – trappen, liften, aula’s, ad valvas –  lijsten, ellenlange trein en busritten  die hem ter bestemming brachten en weer terug voerden.

Sammy had nooit leren studeren – jaren lang had hij gedaan alsof hij luisterde – opende de dag voor het examen de studieboeken – en bracht het er van af met “voldoendes”

De colleges aan de universiteit overstelpten hem – Nu volgde hij wel aandachtig – lieten soms licht schijnen op dingen waar hij zelf mee zat.

“Het is 26 maart, het mooi weer vandaag, warm voor de tijd van het jaar, ik ben deze middag voor het eerst klaar geraakt, maar ik heb angst dat ik mij egoïstisch gedragen heb. Ik heb haar gevraagd of ze de pil zou willen nemen – we zouden dan beiden bevredigt kunnen worden zonder inconveniënties – ik hoop dat ik het om vijf uur zal kunnen goedmaken, het is spijtig dat ik zo veel bots en telkens moet wachten tot de volgende keer om het weer goed te maken . Het is alsof mijn gevoelens voor haar gesplitst zijn. Enerzijds voel ik mij tot haar seksueel aangetrokken, anderzijds ben ik in zekere mate psychisch koel tegenover het seksuele – het moet het gevolg zijn van de dingen die ik de laatste jaren heb meegemaakt. Maar ik vrees dat ik door mijn onhandigheid haar zal krenken. Zij aan haar kant heeft blijkbaar gevoelens die voortspruiten uit de ontvankelijkheid en eerbied die ze van mij ondervindt – en die ze niet kreeg bij de jongens die haar stuk voor stuk hebben teleurgesteld. Bertien laat haar vooral leiden door haar gevoel, met rede kan ik haar veel minder bereiken dan met daden – dat is op zich bij haar een positief punt maar soms spreken haar opvattingen haar gevoelens tegen”

Dat schrijft Sammy in zijn dagboek –

Hoe begon op een late lentedag. Okere zonneschijn spiedde door de groene persiennes van het auditorium. Een kale dikbuikige professor – die gemakkelijk gecast had kunnen worden voor  Romeinse keizer – het college gaat over…maar Sammy is vervuld van het “reisgevoel” een gevoel dat hij kent als de aankondiging voor iets dat op til is, dat in de lucht zit – dat spoedig zal gaan gebeuren!

Enkele weken geleden had een jonge met heel lang haar en een sikje hem gevraagd “hoe het met hem ging” – zomaar, direct, vanzelf, alsof hij Sammy al jaren kende. Het was de eerste student die ooit daar tegen hem had gesproken en Sammy had zelfs wat teruggestameld.

Frank Van Wezel was zijn naam, en hij had Sammy ook gevraagd om het jeugdhuis te komen bezoeken dat hij mee had opgericht.

Sammy had dat aanbod voortdurend van zich af gehouden, maar op een vrijdagavond was hij er toch daar naar toe gegestapt.

Hij had nieuwe kleren aangetrokken waar hij zich ongemakkelijk in voelde – hij droeg steeds kleren uit koopjes – “halve prijs” was het enige stijlkenmerk dat aan Sammy’s kleding toegedacht kon worden. Omdat vader dat zo wilde. Ook zijn haar was kortgeknipt omdat vader dat zo wilde.

Hij voelde zich stram in dat ongemakkelijke omhulsel toen hij door een lange gang door het jeugdhuis  naar het lokaal zijn weg zocht. Sammy  trad binnen in een donker hol. Rond een tafel waren enkele jongeren in de weer met het versnijden van gekleurd papier.

Sammy vatte post aan een toog.  – als een hark, een vogelschrik, een bezemsteel.

Hij zweette, wist zich geen houding te geven, wist niet at of hoe er van hem werd verwacht.

– Waar was Frank?-

Hij durfde het aan niemand te vragen.

-Carnaval – versieringen?

De “Grote zaal” waar Frank het over had bleek niet veel meer dan een overdekte tuin te zijn.

Sammy bestelde een biertje – hij moest iets doen –  zoete smaak, de gekleurde lampen werden roder en zijn blik glaziger – Zal Sammy’s weg naar verlichting langs alcohol voeren?

Dan wil hij zo vlug mogelijk weg – krijgt het gevoel te worden aangestaard. Een indringer. Zweet, krijgt koude rillingen.

Opgetrokken schouders, handen in de zakken, een blik die zoekt maar zich nergens aan kan hechten, Frank is er niet. Wat doe ik?

Langer kan hij het niet meer harder.

Hij vlucht weg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

57 – Schijn-luisteren

Sammy werd zo’ één van die kinderen waarvan men zegt zei dat ze veel aan hun ouders te danken hebben.
Jongeren die schuw zijn, gebogen lopen, met handen in de zakken, die niet of nauwelijks opkijken, niet antwoorden, iets te beleefd zijn, onzeker zijn en vooral stotteren wanneer ze proberen een woord uit te brengen, die weinig of geen vrienden hebben, niet bijster zijn op school, bij niets betrokken zijn, geen jeugdbeweging, geen sport,
Die thuis zitten, voor tv, of lezen, of zich lang eenzaam afzonderen op hun kamertje en door het raam turen –
Sammy had minder en minder vrienden en op de duur helemaal geen meer.
zijn studies verliepen slecht, hij moest overzitten en het ging alsmaar slechter.
Hij sprak nog enkele woorden wanneer hem iets werd gevraagd en op de duur zei hij helemaal niets meer
Hij alleen aan de bank in de onpare klas
Hij kreeg het moeilijk met ongeveer alles.
Leed regelmatig aan migraine, keelontstekingen
voelde zich suf van de hooikoorts
wist niet meer wat levenslust was
Het dagelijks bestaan stond voor hem als een opgave.
Zijn toekomst, een zwaar blok dat hij ternauwernood in beweging zou kunnen brengen
Zijn lijf voelde loom. Dat zelfs iedere vertering als een belastende taak volbracht.
Anderen betekenden voor Sammy storingen in verschillende vormen.
Anderen waren pijn in wijzigende gestalten. Nooit brachten zij rust of vriendschap, steeds op de hoede zijn…
Hij zag geen toekomst, tenzij die van een grijze bediende, een dwalende schaduw in een suf kantoor.
en hij zat nog op de schoolbanken…
De lessen konden zijn aandacht hooguit enkele minuten vast houden, alvorens ze eindeloos afdreven.

Sammy was expert geworden in schijn-luisteren. Zijn ogen volgden de leraar maar zijn gedachten wandelden hun eigen wegen.
Ouders hadden hem in de economieklas gedumpt
Omdat ze aanvoelden dat hij dat het meeste haatte en nooit zijn weg tussen cijfers en handel in goederen vinden zou?

Was dat zo? Aan hem kon je dat niet vragen.
Hij wist nooit wat hij wou, welk beroep hij zou kiezen…
en de leerkrachten zagen ook niets in hem –
of beter gezegd niemand vond het zijn taak of zijn functie om enige moeite te ondernemen om Sammy te begrijpen.
de tijd verstreek, hij groeide op, werd een jongeling
hij leed
en dat was alles