33g – De Directeur

Zesde studiejaar, de schoolmeester zei:

“Vanderstraet, je moet naar de directeur gaan!”

Sammy klom van achter de bank.

Nagekeken door de zwijgende klas deed hij iets wat een kind in nooit alleen deed.

Hij opende hij de deur van het klaslokaal en stapte alleen door de lege glimmende gangen de trappen af naar de verlaten hal, en vandaar door het lang smal gangetje waar aan het eind ervan  het bureau van de directeur zich bevond.

Hij was geheel onbevangen.

Hij kon zich niet voorstellen waarvoor hij bij de directeur geroepen zou worden.

Hij had niet het gevoel iets misdaan te hebben.

Hij kon helemaal niet vermoeden waarover dit zou gaan.

Sammy klopte aan.

Een kale ronde kleine man met een dikke bril met zwart montuur en zwart kostuum zat achter een bureel.

De directeur keek Sammy lang en strak aan zonder een woord te zeggen.

Zijn ogen waren even streng als  uitdrukkingsloos.

Bruine koe-ogen in een bol en toch streng en strak gelaat.

Sammy voelde zich ongemakkelijk in die stilte die alles langdurig overheerste.

“Ge hebt uw kamer niet opgeruimd? Waarom doet ge niet wat uw oma u vraagt?

“Ge zijt ongehoorzaam geweest! ”

Oma had geen klagen bij het schoolhoofd – dat was het!

Wat Sammy tien nog niet begreep was : dat zij niet snapte – dat niet wilde of niet kon – dat zij door dat te doen de toekomst van haar kleinzoon zou fnuiken. Zij had geoordeeld dat gehoorzaamheid aan haar persoon, belangrijker was dan de toekomst van haar kleinzoon op school! Door tussenkomst van de directeur kon zij gedaan krijgen wat zij zelf niet kon: Gehoorzaamheid afdwingen, en daar werd alles aan ondergeschikt.
Kinderen dienen onvoorwaardelijk te gehoorzamen en daartoe konden alle middelen worden ingezet, zo hadden, in haar tijd de nonnen dat haar geleerd.

Druk en dreiging door heimelijke middelen.

Want zelfs zonder te weten wat de inhoud was van het “opvoedend gesprek” dat Sammy vanaf dan haast wekelijks met de directeur diende te hebben – werd hij door deze onderwijzer gezien als “een kind met moeilijkheden” – Sammy schoolresultaten gingen inderdaad naar beneden. Hij durfde ook niet aan zijn ouders zeggend at hij nu regelmatig bij de directeur moest komen.

Hij kropte dat allemaal op, iedereen had het tegen hem gemunt, speelden allemaal onder één hoedje.

Nooit was er een moment waarop kinderen in eer konden worden hersteld.

Er was geen kindertribunaal voor onrechtvaardige ouders, of opvoeders

Ieder kind zat in de tang die “opvoeding” heette. Als gold het een gedragstherapie.

Ook de andere kinderen vroeger zich af wat er gaande was, er was iets mis met Sammy.

Voor Sammy zou je beter oppassen of afstand nemen.

 

 

Advertenties

33f – De Werelreizigster

Op weg naar huis lag het tabakswinkeltje van juffrouw  Mariette
Daar ging Oma sigaren kopen voor Opa.
Het donkere oude winkeltje, een trapje op, gerond glas bij de deurgang, een uitstalraam  met zware bijeengebonden overgordijnen en de kleine toog waar alle typen pijpen uitgestald waren, goud-omlijste kadertjes  een zilverling en keizer Nero, de geur van duizenden tabakssoorten , het achterkamertje met de afgesloten donkere overgordijnen  afgeschermd van de rest van de wereld waar soms de steeds zwart geklede oude moeder met grote donkere bril dreigend verscheen.

Sigarendozen sigarenbandjes lintjes knopen pijpen garen allerlei rookgerij uitgeaafelde oosterse tapijt

de stem van Mariette verstomt wanneer de moeder te voorschijn komt steeds gesteund op haar stok die tikt op de plankenvloer

De moeder donker strak schrikwekkend zwart en stom een geest.

De dochter de eeuwige winkeldochter, voor het leven gebonden, verbonden opgesloten.

Sammy voelde beklemming in dat huis – een macht sterker dan de dood, dan de angst voor deze oude heks.

Maar op een dag ging de oude moeder dood.

Mariette verkocht het tabakswinkeltje en trok de wijde wereld in.

Tot lang daarna ontvingen oma en opa regelmatig postkaartjes van Mariette,  die steeds van  uit verre landen verzonden waren.

33e – Het Kapblok

Er zijn:
Het kot met de planken en de houten planken kratten en bakken.

Er is:
De schildpad
en er zijn de kippen en de wespen
en de Duchéperen en de stadsperen aan de centrale boom.

Er zijn ook nog:
Het gras en de plisplanten, en

het kerstenkruid en

de ortensia, de plisplanten en

de meiklokjes en

boterbloempjes

 

Sammy tuurt naar de wolken.
Zij varen als karvelen over de daken naar hun onbekende bestemmingen.
Zij voeren de geesten van de overledenen en de dode dieren met zich mee.
Dat kon je goed zien wanneer je er maar lang naar bleef kijken!

Daar een poes, en

daar een hond en

daar een grootvader op zijn sterfbed.
Ook vogels doorkruisen voortdurend de hemel ongrijpbaar als vliegtuigen.
Een Dakota, dan een DC3, dan een flying boxcar nu en constellation.
Hoog in de vrije blauwe hemel

Ver boven alle pijn.

Ongenaakbaar voor wie hen kwaad wil.

Zonder grenzen zonder wetten.

Daar de bliksemafleider op de school.
En hier de begraafplaats van de ratten en de kippen.
Het groene gras met donkere schaduwen.
Machinegeweren in de tent verscholen.

de dode witte naakte man tegen de perenboom plots onzichtbaar.
De hand die uit de muur steekt.

Hou de wacht onder je zware helm
de Duitse stoel, de Amerikaanse pet.
Het Brits vlaggetje.

Tussen de witgekalkte muren en de boom.

Er was ook een hok in de hof.
Het hok in de hof had een onbekende oorsprong.
Men stelde er zich geen vragen over zoals

men deed over dingen waarvan men meende dat

zij er altijd geweest waren.

Opslagplaats voor oude rommel zoals een zolder.
Onderdelen van oude meubels.
Vloerplanken, een Amerikaanse helm en een gasmasker uit de laatste oorlog.
Een zetel zonder poten en een badkuip- ooit gekocht – nooit gebruikt.

Sammy en Ruddy kenden al deze dingen.
Het waren voor hen  onderdelen voor belangrijk speelgoed.

De Houten Bak (die met en die zonder bodem)

de Troon die zetel zetel met blauwe voering zonder poten.

De Brede Plank en

de Lange Plank en

de Smalle Plank,

de Balk

de Bakstenen en

de Tapijten, waaronder

de Grote Tapijt,

de Kleine grijze Tapijt.

Het Kapblok,

de Duitse stoel

de Duitsche schep

de Amerikaanse muts…

Het kot was groen geverfd, misschien was het ooit blauw.
Het bestond uit ronde balken hoog als een grote mens, die stevig in de grond waren geheid en die verbonden waren met kippendraad, en houten planken, als dak lag daarover een zinken plaat.
Het bad werd met planken dichtgemaakt zodat het een geheime gang werd met schuifdeuren.
Op de Grote Zware Bak (die je niet kon optillen) stond de

Troon zonder Poten met

vergulde leuning.
De troon van de koning.
Maar het was ook mogelijk om er een citroen DS van te maken een tank, of een tweedekker-

misschien wel een ruimtetuig.

33d – Tijd

Achter het huis van Oma en Opa – een hoog herenhuis in het midden van de stad – ligt een lange smalle tuin. Met veel gras, een hortensia, kerstenkruid en enkele grote perenbomen.

Grootvader stapt over het tuinpad.
Hij beweegt breed zijn armen bij het stappen.
Zijn wit wijd hemd met open kraag, schittert in de zon.
Even sluit Sammy de ogen –
en opent ze even later
– nu is grootva al veel verder over het tuinpad gevorderd –
dat stukje tijd heeft Sammy nu niet gezien.
Gemist.
Voor altijd.