Vakantie

Sorry, wij zijn nog steeds met vakantie  –  We zullen terug zijn tegen de start van het schooljaar om jullie verder het verhaal van Sammy te vertellen.

Iris is ondertussen druk aan de gang met haar onderzoek naar Sammy.

Dat heeft ze ons meegedeeld in een handgeschreven brief.  We hebben die net met de post ontvangen – nadat deze drie weken onderweg is geweest!

Ze heeft heel wat verbijsterende ontdekkingen gedaan.  Maar ze laat ons nog wat op onze honger zitten. Ze zegt in de brief niet precies waarover het gaat, maar ze is op documenten gestuit in verband met een assisenzaak…

 

Nog een prettige vakantie gewenst aan iedereen!

Anker Tong

Advertenties

Vakantie

Terug naar het ouderlijk huis, na zo vele jaren.

(We moeten hier drie uur rijden om een internet verbinding.)

Ook voor de post ophalen. (Er was geen brief van Iris bij!)

 

Anker Tong

Vakantie

Sorry, wij zijn met vakantie naar de grootouders (die elk in een ander werelddeel wonen) –  We zullen terug zijn tegen de start van het schooljaar om jullie verder het verhaal van Sammy te vertellen.

 

Een prettige vakantie gewenst aan iedereen!

Anker Tong

Vakantie!

Sorry, wij zijn met vakantie naar de grootouders (die elk in een ander werelddeel wonen) –  We zullen terug zijn tegen de start van het schooljaar om jullie verder het verhaal van Sammy te vertellen.

 

Een prettige vakantie gewenst aan iedereen!

Anker Tong

49 – De Vlek

 

de vlek

Door Iris Nachtegaal

Sammy had steeds het gevoel van vuil te zijn, te stinken een donkere vlek te zijn voor de anderen.
Moeder en ook vader wezen hem daar regelmatig op.
Ze zegden regelmatig dat hij kwalijk rook – Sammy stonk!
Het klonk bezorgd, werd op een bekommerde toon gegeven, als een raadgeving, iets waar een ouder een kind op diende te wijzen opdat het mer zorg voor zichzelf zou dragen.
Maar eigenlijk was het een verwijt.

Er was een donkere reden waarom Sammy’s moeder dat steeds deed.
Terwijl vader hem ontmoedigde door cynische spot. Die eigenlijk de schijn had van aan te porren: op te roepen tot het beter te doen. mer te presteren.

Maar eigenlijk was het niet dat, het was ontmoedigen zodat Sammy zou opgeven.

Sammy vond dit niet vreemd.
Hij geloofde werkelijk dat ze het goed met hem meenden, en dat hij inderdaad stonk en voor niets deugde en dat zijn ouders het bij het rechte eind hadden – dat hij voor niets deugde en voor alles zijn ouders nodig had.
Die spanden zich immers voortdurend voor hem in, die ondersteunden hem, of beter – zij droegen hem voortdurend als last.

Later nestelden deze stemmen van vader en moeder zich in zijn binnenste.

Hij droeg ze voortdurend met zich mee en ze bleven steeds op die zelfde toon tot hem spreken.

48 – De Vlek en het Meisje

De Vlek

Door Iris Nachtegaal

Sammy had angst.
Steeds angst voor alles en iedereen.
Angst voor harde geluiden angst voor woorden angst voor de anderen.
Hij voelde zich een vlek in het propere rustige huisgezin van zijn oom.
In dat nette nieuwe huis waar stil werd gesproken.
Waar oma op kousevoeten liep om het nieuwe parket.
Waar de kleine meisjes in hun witte kleedjes door de zondag huppelden.

De vlek moest mee op bezoek.
Zat zich neer.
Zweeg.
Luisterde, nam in zich op.
Keek naar de beelden op de tv.
Hoorde gesprekken waarvan hij geen woord kon onthouden en die zijn gedachten na enkele minuten lieten afdwalen.
Naar waar?
Naar haar?
Naar hun ontmoeting.
Hun echte ontmoeting.
Hij zou haar aanspreken.
Ooit zou hij dat doen.
Hij zou direct zijn.
Om dat hij niet wist hoe dat anders kon.
Zij zou hem vriendelijk toekijken met een glimlach vol mysterie. Zij zouden samen wandelen, in het gras liggen, in de zon tijdens de vakantie.
Hij zou haar kunnen spreken over al die dingen waarvan hij hield. en zij zou met glinsterende ogen luisteren.
Over zijn muziek, zou hij haar spreken, en zijn stem zou klinken wanneer zij zijn toehoorster werd.
Wat zou ze zeggen?
Haar opslaande blik, de diepe donkere rustige ogen.
Haar bleek gelaat.
Haar gebogen rustende houding.
Haar stille zwijgen.
Onder de hitte van de zomerse middag, het felle jonge groen van gras en het lover en de zinderende ruimte.
De dorst, het flesje dat koelde in de waterpunt.
De geluiden van krekels van vogels die er zou er nooit zouden zijn.
En hij zou naar haar luisteren, haar strek vasthouden.
Haar zoenen, traag maar zonder aarzeling en zonder de storende anderen.

 

47d – De brief van Iris

Beste volgers,

Iris is nog steeds niet terug.

Ze reist door een Oosters land om te mediteren.

Gisteren ontvingen we een lange brief van Iris Nachtegaal  – (Ze weigert nog steeds pertinent om ieder elektronische apparaat te gebruiken – wegens de ongezonde straling – beweert zij)

– Zij schrijft dat het met haar bijzonder goed gaat.

Ze is in de leer is bij een Meester. Het zou eerder een “goeroe” – een geestelijke leermeester- zijn.

Tijdens één van haar meditatie oefeningen verscheen plots het beeld van Sammy aan haar.
Hier is wat zij daarover schreef:

 

Ik probeerde mij te concentreren op al wat ik hoorde, tijdens die meditatie.

Mijn aandacht ging naar de stemmen in de tuin, het gefluit van de vogels, het ruisen van de wind.

Plotseling verscheen het beeld van Sammy aan mij. Ik stelde mij voor dat hij het was die luisterde, en die zich dieper en dieper probeerde te concentreren.

Dan verscheen het beeld van Victor, zijn vader. Sammy zag het beeld van zijn vader scherper dan zijneigen afbeelding, die vaag bleef als een reflectie over het water.
Dan hoorde ik het ruisen van een snelle stroom die hoog vanuit de bergen door het dal kliefde, en krachtig langs rotsen schuurde.

De beelden van Sammy en zijn vader vloeiden toen in elkaar, en alles werd rivier, en alles werd streven en stromen en vloeien.

Alles stroomde samen naar één doel, naar één verlangen, één lijden, en alles werd één rivier.
Ik hoorde een stem die vol van verlangen klonk, vol brandende pijn, vol van onlesbaar streven. Ik zag Sammy langs oever van de stroom rennen, immer haastiger volgde hij het klaterende water.
Deze rivier bestond uit hem en de zijnen en uit alle mensen die hij ooit had gekend, zoals de spoedende golven van het water haastten Sammy zich, lijdend, turend naar de verte, naar daar waar de stroom zou uitmonden – een waterval, een meer, de zeeën, en alle einddoelen die hij wou bereiken, zouden daar in vervulling gaan, als hij maar steeds deze zelfde rivier bleef volgen, deze stroom die steeds meer zwol door andere rivieren die zich in haar stortten.
Damp en mist stegen uit het water, oprijzend als stoom uit een geiser en hoog in de lucht, werd regen en dwarrelde uit de hemel neer, werd lente, werd weer stroom, kliefde weer door de rotsen, meanderde door vlakten, stroomde uit in zee, werd regen, werd weer rivier, streefde opnieuw, stroomde opnieuw.
Maar de stem die ik steeds hoorde begon te veranderen.
Ze klonk nog, maar klagend, zoekend, … Steeds meer andere stemmen voegden zich bij haar – stemmen van vreugde en verdriet – goede en slechte stemmen, lachende en rouwende – honderd stemmen, duizend stemmen.

Sammy luisterde.

Hij bleef staan en hield de adem in, sloot de ogen en luisterde scherp.
Verdiept, volledig leeg, volledig opgenomen, voelde hij dat hij NU was en STILTE.
Het was de rivier die nu sprak – het geklater werd het geroezemoes van duizenden en nog duizenden stemmen die in hem huisden.
Maar nu, voor de eerste maal in zijn leven, zag hij alles helder en nieuw.
Hij begon de vele stemmen van elkaar te kunnen onderscheiden – de gelukkigen van de huilenden, de kinderen van de volwassen, de mannen van de vrouwen. Allemaal hoorden ze bij elkaar, de klaagzang van verlangen en het gelach, de schreeuw van woede en het gekreun van de stervenden, alles was één, allen werden met elkander verbonden, verweven en duizendvoudig verstrengeld.
En daar te midden hoorde hij thans zijn eigen stem, die hij nu duidelijk kon onderscheiden van die van zijn vader.

Even zag hij zich als kind aan de hand van zijn vader een groot helder gebouw binnen stappen, een tempel waar het licht als uit de muren straalde, onder de koepel van een blauwe klare hemel.
Daar hoog op die lichtende berg konden zij samen deze rivier overzien, met alle stemmen, alle doelen die mensen zich stellen, alle verlangens, alle lijden, alle deugt, alle goed en kwaad, dat alles samen was de wereld die ze aanschouwden.
Zo bruiste de stroom van gebeurtenissen, de muziek van het leven.

Vader glimlachte naar hem. Liet langzaam Sammy’s hand los, en wandelde dan de heuvel af, steeds verder naar de rivier toe – waar hij werd opgenomen in een witte mist.
Sammy bleef aandachtig luisteren – nu hoorde hij duizenden liedjes uit het geruis opstijgen.
Zijn ziel hoefde zich niet meer te binden aan de stem van zijn vader of aan andere stemmen.
Hij was nu helemaal ondergedompeld in zijn zelf – Hij ervoer zich gelijk één met het geheel, een stem tussen alle stemmen van alle mensen die er ooit waren geweest – het lied groeide aan en aan, groeide uit tot een polyfonie van duizenden liederen, in duizend talen, groeide nu grommend uit tot het geweldige lied van de duizend stemmen dat een enkel woord werd en uit het ruisen van de stroom steeg nu één klank, één zindering – “AUM” : de voltooiing.

 

Tot volgende week!

 

Anker Tong

47c – Afwezig

Beste volgers,

We moeten onze berichtgeving even onderbreken.

Iris is met vakantie, en de examenperiode voor mijn kinderen is aangebroken.

We hebben het hier even te druk om het verhaal van Sammy uit te spinnen.

Even geduld,

Anker Tong

47b – geen melk vandaag

Beste volgers,

We moeten onze berichtgeving even onderbreken.

Iris is met vakantie, en voor de kinderen is zijn de eindtoetsen zijn begonnen.

We hebben het hier nu even te druk om het verhaal van Sammy uit te spinnen.

Even geduld,

Anker Tong