47c – Afwezig

Beste volgers,

We moeten onze berichtgeving even onderbreken.

Iris is met vakantie, en de examenperiode voor mijn kinderen is aangebroken.

We hebben het hier even te druk om het verhaal van Sammy uit te spinnen.

Even geduld,

Anker Tong

Advertenties

47b – geen melk vandaag

Beste volgers,

We moeten onze berichtgeving even onderbreken.

Iris is met vakantie, en voor de kinderen is zijn de eindtoetsen zijn begonnen.

We hebben het hier nu even te druk om het verhaal van Sammy uit te spinnen.

Even geduld,

Anker Tong

47 – Omgekeerd Blozen

 

Het Meisje

door Iris Nachtegaal

 

Sammy woonde op loopafstand van de school.
Die lag aan de andere kant van het driehoekige huizenblok.
Links of rechts – wat is de kortste weg?.
Iedere straat was een andere belevenis een ander lot.
Een ander gevoel om mee naar school te stappen.
De officiële heldere weg, langs de straat van de opkomende en ondergaande zon.
De bloeiende Japanse kerselaars in het late septemberlicht.
Of de donkere weg, onder de schaduwen van hoge huizen, langs de achterstraat.
Twee wegen die naar hetzelfde leiden. Naar dezelfde school.

Even een wisselend van het lot.

Op een dag sprong er een meisje recht voor zijn voeten.
Zij had in huis een aanloop genomen en sprong uit de deuropening precies op dat moment waarop Sammy langs kwam.
Ze keek hem aan en bloosde.

Sammy vergat haar nooit.

Telkens wanneer hij haar huis naderde verwachtte hij haar.
Langs haar huis lopen werd een avontuur.
Zou de deur weer opengaan?
Is zij het die ginds ver loopt? Of daar over het plein?
Wanneer hij haar zag dan verkrampte heel zijn lichaam en zijn ademhaling werd kort en snel, en iedere vrije beweging werd hem onmogelijk.

Sammy had angst.
Steeds angst voor alles en iedereen.
Angst voor harde geluiden, angst voor woorden, angst voor anderen.

Hij voelde zich een vlek in het propere rustige huisgezin van zijn oom.
In dat nette nieuwe huis waar stil werd gesproken.
Waar oma op kousevoeten liep om het nieuwe parket.
Waar de kleine meisjes in hun witte kleedjes door de zondag huppelden.

De vlek kwam mee op bezoek.
Zat zich neer.
Zweeg.
Luisterde, nam in zich op.
Keek tv.
Hoorde gesprekken waarvan hij geen woord kon onthouden – die zijn gedachten na enkele seconden reeds deden afdwalen.
Naar waar?
Naar haar?
Naar hun ontmoeting.
Hun echte ontmoeting.

naar hun eerste echte ontmoeting.
Hij zou haar aanspreken.
Ooit zou hij dat doen.
Hij zou dan direct zijn.
Om dat hij niet wist hoe het anders kon.
Zij zou hem vriendelijk toekijken met een glimlach vol mysterie.

Zij zouden samen wandelen, in het gras liggen, in de zon tijdens de vakantie.
Hij zou haar kunnen spreken over al die dingen waarvan hij hield, dingen waarover hij het met niemand kon hebben, die duizenden verhalen die in hem dwarrelden  – en zij zou met glinsterende ogen luisteren.
Over zijn muziek, zou hij haar spreken, en zijn stem zou klinken, met kracht klinken, wanneer zij zijn toehoorster werd.
Wat zou ze zeggen?
Haar opslaande blik, haar diepe donkere rustige ogen.
Haar bleke gelaat.
Haar gebogen rustende houding.
Haar stille zwijgen.
Onder de hitte van de zomerse middag, het felle jonge groen van het gras en het lover en de zinderende ruimte.
De dorst, het flesje vruchtensap dat koel bleef in een waterpunt.
De geluiden van krekels en van vogels die er zou er nooit zouden zijn.
En hij zou naar haar luisteren, haar zacht tegen zich aandrukken.
Haar zoenen, traag maar zonder aarzeling en zonder de storende anderen.

 

Maar die eerste kus kwam er nooit.
Dat verlangde woord kwam nooit – nooit die aanraking.

Het bleef bij enkele ontvluchte blikken.
Het meisje passeerde hem en hij keek haar na.
Bijna dag na dag.

Hij zorgde er voor op een straathoek bij de school te wachten vanwaar hij haar kon zien.
Meestal waren er ook nog enkele jongens die daar bij hem bleven wachten op het moment waarop de schoolpoort zou opengaan.
De prefect stapte langs: “Waarom wachten jullie hier wanneer de schoolpoort daar is!” zei hij, naar het hek wijzend.

Sammy besefte dat voor alles een uitleg diende te worden gegeven aan volwassenen.
Dat er geen vorm van vrijheid bestond, ook niet een subtiele onschuldige.
Je diende steeds in de pas te lopen.

Stijf in het stramien te staan.

Lopen werd een sportprestatie.

Gaan werd marcheren.

Een spel diende volgens de regels te worden gespeeld.

Je aanwezigheid diende verantwoord te worden.

Zij passeerde – hij keek.
Zij keek weg, of keek zij hem even aan?
Zij wist dat zij bekeken werd.

Maar op een keer stak ze de straat over.
Zij passeerde hem vlakbij en keek hem aan.
Bijna uitdagend, of vragend.
Hij wist het zeker dat ze ook van hem hield.
Maar hij keek weg, of grijnsde?
Zij ging voorbij en scheen binnensmonds te zuchten – misschien te vloeken?

Hij kon niet.
Hij kon dat niet wat hij het sterkste verlangde.

Het was Sammy onmogelijk om maar één eenvoudig woord of een vriendelijke groet te richten aan die ene persoon die hij zo graag zag.
Die ene persoon waar al zijn gedachten naar gericht waren van af het moment waarop hij ontwaakte.
want iedere morgen was zij zijn eerste gedachte: zij! zij! zij!

Het moment waarop hij haar verwachtte werd alles boeiend – kreeg de wereld  haar kleuren terug. Werd zijn bestaan opnieuw spannend.
Maar nooit kon hij om de ijzeren macht heen die hem telkens weerhield.

Hij had geen stem, geen woorden.
Er bestonden geen woorden.
Er was niets in hem, dat hem kon doen beseffen, dat hij iemand kon zijn voor iemand anders.

Hij was een omhulsel waarvan hij zelf de inhoud niet kende.
Een inhoud die niemand ooit had gezien, of die verborgen diende te worden.
Die nietig en vuil en onbenullig was.
Een wezen dat het recht niet had om te leven of te ademen.

Hij kon zich voordoen, hij kon zich een schijn geven.
Hij kon even een rol spelen, zoals een acteur dat had gekund.
Zijn gelaat in een grimas vertrekken.

Zoals zijn ouders hem voortdurend bestempelden – een sukkel, iemand waar niemand iets in kon zien – die arm, angstig en zielig was, steeds op mislukkingen afstevende, die steeds laf wegvluchtte,

 

vader en moeder:

“Wat zal je zijn zonder ons?”

“Wat zal je in de wereld gaan doen zonder ons?”

“Wat zal je gaan doen wanneer wij er niet meer zijn?”

 

Het was alsof Sammy zich niet van het vuil kon ontdoen dat zijn poriën doordrong.
Hij voelde zich smerig zweterig en stinkend.
Een schande voor zo’n reus van een vader, en een zorgende moeder.

Het was allemaal zijn schuld!

 

“Neen… deze keer komt zij niet meer naar hem toe.
zij komt naar de deur die vlak bij hem opengaat en ze wil naar binnen, maar even lijkt het of ze wel naar hem komt en of dat…

Hij kijkt nu strak voor zich uit.
Tegelijk zichzelf vervloekend, maar er komt niet één woord.
Zelfs geen vriendelijke blik.
Zijn geest is verlamd.
Hij is de afwezige aanwezige.
Hij is nergens. Hier niet, nergens.

Hij is een wolk,
Een hark,

Een vogelschrik stram in de wind.
Zo iemand wil niemand bij zich.
Zeker geen vrouw niet of een meisje!”

Hij wil enkel nog kijken, niet zijn, niet spreken, dit zwevende wezen…”

Sammy kon haar nooit vergeten.
Tijdens het naar huis lopen kon hij niet anders dan aan haar denken.
En hoe hij uit zijn geslotenheid kon losbreken.
Dat hij weer tegen die muur opbotste die als een lomp obstakel in hem was opgetrokken.
Vastzitten.
Blockage.
Dat zijn stembanden waren uit zijn keel verdwenen.
Dat zijn mimiek was verstard.

Dat hij niet in staat was, en dat niet in staat kon zijn.

Misschien had zij iets willen zeggen of vragen (was dat haast gebeurt?) dan had hij stram, misschien wel kortaf geweest geweest. Kil afstandelijk – Het omgekeerde blozen.
In gebreke blijven, zelfverwijt, onzekerheid, zich slecht wanen,
Zichzelf als fout.
als vlek, iets vettig dat door anderen slechts geduld werd.

Iets dat steeds maar verbeterd diende te worden of opgeruimd!

Wanneer het zweeg en zich gedroeg als een schaduw.
Zijn eigen stroeve schaduw die hij ooit kon ontkomen.

46 – Juichende meisjes

 

Juichende meisjes

door Iris Nachtegaal

Trein met juichende meisjes
Sammy fietst alleen langs de meters hoge spoorberm.
Hij voelt zich stoer want hij heeft zijn zwarte anorak aan.
Boom na boom na boom ritmeert de weg met naakte takken.

De aanhef van een groeiend grommelend geluid wordt een naderende trein hoog boven op de berm naast hem.
Drie meisjes van zijn leeftijd leunen uit het raam, en waaien naar hem slaken kreten en juichten.
Sammy stopt plots, zwaait toch even terug.
Kan niet geloven.

Lacht.

Erkend worden, gezien, geapprecieerd.
Voelt zich even bestaan.
Eén enkel ogenblik.
Hij glimlacht nu, ademt dieper.
De meisjes wuiven tot de trein uit zijn gezicht verdwijnt.

Hij lacht en wuift terug.

45 – de schrijvers

Sammy

door Iris Nachtegaal & Anker Tong

Ik heb mij door Anker laten overhalen.
Ik zal met dit blog voorlopig blijven verder doen

Maar ik heb ook mijn voorwaarden gesteld!
Ik draag dit niet meer alléén!
Vanaf nu moet Anker Tong actief deelnemen aan de verwerking van deze teksten!
Het volgende is dus door ons samen tot stand gekomen:

Er is nog een lange weg te gaan voordat we Sammy goed zullen kunnen begrijpen – voordat we zijn levensverhaal toegankelijk genoeg hebben gemaakt.

Laten wij even vooruitlopen en enkele teksten tonen die hij later, aan het eind van zijn leven, heeft geschreven.

Heel dat verhaal van zijn jeugd, waarvan ik jullie fragmenten heb gebracht, werd gedistilleerd uit een hele reeks tekstjes, allemaal met de hand geschreven op ruitjespapier uit verschillende scheur-schriftjes .

Sammy zal tot op volwassen leeftijd blijven schrijven, en hier is wat hij daarvan zegt:
(Anker en ik hebben zijn woorden vrij bijgewerkt, en zijn onmogelijke zinsbouw hier en daar wat bijgestuurd.  Wat onleesbaar was, hebben wij in onze eigen woorden aangevuld, wat hier volgt is een vrije bewerking):

“Mijn moeilijkste opgave is tot een leefbare formulering te komen van hoe mijn jeugd geweest is.

Van wat er zich precies heeft afgespeeld en hoe dat het verder verloop van mijn leven kon hebben bepaald.
Er blijven zovele lacunes waar ik nooit enig vat op schijn te kunnen krijgen

Er is nog zo veel dat ik nooit tot een bevattelijk verhaal heb kunnen weven.
Iets in een bevrijdende vorm gieten, dat is wat ik eindelijk zou willen bereiken! Mijn verleden voor mij leefbaar maken door er een sluitend verhaal.
Het te vertalen.
Ten einde vrede te vinden in mezelf en met de anderen.

Ieder verhaal staat tegenover andere verhalen.
Ieder mens wordt kenbaar voor zichzelf door en voor de anderen.
Eenieder is, hoe hij zichzelf beleeft en hoe hij beleefd wordt door de andere.
Hoe de andere zijn bestaan spiegelt.

Bestaat ons leven op zichzelf –  als orde van symbolen, weefsel van discours?
Of bestaat er een groot overzichtelijk Plan?
Een goddelijk oog, een kosmisch archief waar alles zijn plaats in krijgt?
Of is de wereld enkel een uitdijen van chaos in tijd?

Doe ik er wel goed aan om dit allemaal om te woelen?
Met al die kwaadheid en twijfel die daarbij opsteekt?
Zal die houdbaar blijven?
Of zal die mij razend maken op mensen die nu te oud en te zwak zijn om nog  confrontatie aan te kunnen?
Of die er nu niet meer zijn…
Of was het toch allemaal mijn eigen domme fout, mijn eigen koppige zin, mijn  kleinmenselijkheid?

Een wederwoord verwacht ik niet.
Maar het kind in mij hoopt nog steeds op een finaal antwoord.

Of misschien een eerlijke schuldbekentenis.
Dat zou voor mij het leven makkelijker maken.
Een bevestiging van wat ik vermeen zou vergiffenis schenken lichter maken.

Vergiffenis schenken is één aspect – mogelijke uitwegen te zien zijn er andere – Zowel voor de toekomst als voor het verleden
Mogelijkheden, die het verschil kunnen maken.

Je zou het ook zo kunnen formuleren:
Wat zou je aan een jongeling behoren te zeggen die vandaag in een gelijkaardige situatie zou opgroeien?
Aan het kind in kindertaal, of aan de ouders, of familie?
Waar langs vindt de jonge mens zijn weg uit dit doolhof?
Van wie kan die bevestiging krijgen van het misbruik?

– Dat werkelijk is en geen hersenspinsels?
En hoe komt dat aan het licht?
“Och, Vergeet het Sammy, laat het allemaal maar rusten, och die mensen, ze hadden ook hun problemen. Je had goede ouders. Je hebt er zoveel aan te danken, wees ze liever wat indachtig en wees vriendelijk en goed voor ze voor zo lang ze er nog zijn.
Lat zien dat je van hen houdt en om hem geeft, daar zal je later nooit spijt over hoeven te hebben – Wanneer je hen pijn hebt gedaan, dan zal dat nog lang aan je blijven knagen.

Dat waren die dingen waar Sammy voortdurend mee worstelde.
Sammy wilde de tijd en ruimte krijgen die nodig was om zich uit te spreken en te vertellen wat in hem allemaal wrong.
Hij wilde dat voor eens en voor altijd gezegd krijgen zonder in rede gevallen te worden door stemmen die hem tegenspraken…
Dat “uitspreken” is schrijven geworden.

Hij dacht:

“Ik blijf deze zoektocht naar mezelf.
Een zoeken dat naar herkenning vraagt, en naar wie ik was, en ben.
een zoeken naar innerlijke vrede.”

 

Hij wilde het schrijven nuttig maken, hem laten dienen.
Maar deed hij dat enkel als therapie of was het ook gericht naar iemand anders?

Hij schreef:

 

“Ik heb angst om dat allemaal alléén te doen.
Iemand zou beter toekijken en luisteren.
Om te zien dat het niet te gevaarlijk wordt.

Dat ik niet verstrikt geraak.

Of terug wegzak in depressie of onbedwingbaar ingekapseld geraak door eenzaamheid en afzondering.
Of dat het geen spel wordt waarbij ik de schuld aan alles en iedereen wil verwijten zonder mezelf in vraag te stellen?
Ik wil een eerlijk proces krijgen!
Ik wil mezelf een eerlijk verdikt kunnen geven!
Een eerlijke verdeling die de lasten legt bij de omgeving maar ook bij mij zelf.

Misschien laat ik dit ooit nog aan mijn beste vrienden lezen  -en ik weet zelfs niet of dat wel goed is…
Waar voor dat dienen zou en wat het bij hen teweeg zou brengen.
Of betekent dit allemaal niets?
Het gevecht van twijfel en spoken.

Dit dolen door eindeloze tunnels van grijzer wordend licht.

Maar ik heb ook geleerd dat er momenten kunnen zijn waarop je alles kan afwerpen, waarop iets je kan raken en gelukkig maken, iets dat je innig bij anderen kan betrekken.

Iets waardoor maskers breken.
Iets fijns en kwetsbaars, dat zindert tot in je diepste vezels.
Iets dat je ontwapent en kwetsbaar maakt.

Bestaat leven uit streven naar meer?
Ligt alles in ons aards eindig tijdsverloop vervat?
Wanneer niets nog in eeuwigheid gedacht kan worden?
Moeten we genietend consumeren?

Ons bevrijden uit die smalle pijp van ons dagelijkse zijn?

Willen we altijd meer en beter en bevrijd worden van alle pijn?

Leven is pijn lijden.

Er is geen ander.
Pijn lijden is de kracht om gewaar te worden, te voelen.
De kracht van om te willen te zijn – willen leven en blijven leven.

De kracht om op een wonder te hopen, de -kracht om zelfs te zijn zonder enige hoop.

Zijn en ademhalen.
De kracht om pijn te kunnen lijden.

Verdwijnen zonder maar iets te hebben nagelaten.
gelaten zijn in het besef – Mijn bestaan is onnuttig geweest, voor mezelf en voor de anderen.

44 – Iris’ twijfel

Ik heb jullie verleden week geen post nagelaten omdat ik dit niet meer aan kan. Ik heb niet de moed meer om over Sammy te vertellen.

In deze teksten ontdek ik een kind dat volledig in zichzelf verzonken is – (ik beef terwijl ik dit schrijf.)

Dit kind had nooit de kans, noch de mogelijkheid, om met iemand delen wat er in hem omging.
Iedereen bleef buiten zijn bereik.
Waar waren zijn ouders heel die tijd?
Wie waren zij?
Welke rol speelden zij?
Voor hen was Sammy blijkbaar verder weg dan wanneer hij op het verste eiland van de wereld ware geweest.

Ik begrijp nauwelijks dat niemand dit heeft gezien!
Iedereen die daar bewust van getuigen zou hebben geweest, zou gehuiverd hebben!
Maar niemand schonk aan dat kind blijkbaar de nodige aandacht.
Deze jongen beleefde zijn jeugd als een beeld of een pop, vreemd en stijf.

Ik weet echt niet hoe het hier verder moet!
Ik heb aan Anker gevraagd om deze zaak te laten rusten.
Hij heeft daar wel begrip voor – maar aan de ander kant weet ik dat Anker een man is die niet opgeeft en de kunst kent om mensen te overhalen.
(Indien jullie hem zouden kennen, dan zouden jullie direct begrijpen wat ik hiermee bedoel…)

Ook door jullie talrijke reacties, die Anker hier voor mij heeft uitgetikt, hebben mij zwaar getroffen.

Ik weet echt niet of ik dit nog aankan.
En daarom vraag ik jullie de tijd die mij nodig is om al deze emoties te kunnen verwerken.

veel liefs,
Iris Nachtegaal

43 – Afwezig

Iris heeft deze keer geen bericht achtergelaten.
Ik kan jullie dus dit keer niet vertellen over Sammy.

Dank jullie voor de overvloedige reacties!
Ze hebben ons tot nadenken gestemd.
Ik heb ze allemaal uitgeprint en aan Iris bezorgt.
Die ze zal beantwoorden.

Bij de post waren verschillende volgers die je best ervaringsdeskundigen zou kunnen noemen. Die hebben ons hun eigen geschiedenis verteld.
Je bent blijkbaar nooit alleen met je verhaal.
Ieder verhaal wordt in zovele andere weerspiegelt – zei Iris nog laatst.
“Dat is precies wat het tot verhaal maakt – het is uniek en dan toch ook weer niet.”

Alvorens Iris’ reacties op die persoonlijke berichten te publiceren zal ik steeds vooraf om jullie goedkeuring vragen, en nooit echte namen noemen.

Tot volgende week!
Anker Tong

42 – De Engel

Sammy

 

Door Iris Nachtegaal

‘s Avonds in bed gelegen, kon Sammy nadenken.
Een belangrijk deel van zijn leven speelde zich in bed af.
Daar werd hij pas zichzelf, daar pas, wanneer de lichten uit waren en hij alleen met zichzelf kon zijn.
Dan kon hij zijn fantasie de vrije loop laten.

Denken en dromen over alles wat hem bezighield zonder dat iemand hem daarbij opmerkingen maakte, zonder dat iemand zei dat hij zijn aandacht niet mocht afdwalen, zonder dat iemand hem verweet: “Je ben aan’t dromen Sammy, let toch op!”.
In bed was er niets dat zijn aandacht kon opeisen dan zijn eigen gedachtengang, zijn eigen angsten en hopen, verlangens, zijn fantasie.

Sammy dook dan in verhalen die hij steeds verder uitwerkte en waar vele figuren hun rol bleven spelen;

Iedere mens en iedere situatie met anderen was voor Sammy een vraagstuk.
Iedere omgang met anderen werd een reden om zich vragen te stellen.

Sammy dacht:
– Wie ben ik voor de anderen en wie zijn zij voor mij?
– Hoe gedraag ik mij tegenover de anderen? en waarom en hoe gedragen zij zich tegenover mij? en waarom?
– Hoe krijg ik contact met anderen?
– Wie zijn ze en wie ben ik?
Wie word ik in hun ogen en wie worden zij in de mijne?

De massa die hem omringt en waar hij niet in kan opgaan – die hem observeert – die hij observeert.

De familie rond de tafel.

Vrolijk en onbezonnen kon hij nooit zijn – hij kon zich nooit laten gaan.
Dat kende hij niet.
Voortdurend leefde hij met angst, en de vrees om gecontroleerd te worden.
Bekeken vanuit een controlepost waar steeds iemand hem keurde, iets op hem aan te merken had.

Die stemmen bleven hem achtervolgen.
Stemmen die vragen stellen, ontmoedigen, niet kunnen begrijpen, uitroepen, zuchten…
Steeds die stemmen die het gemeenzame zeggen,
vol van onbegrip zijn
vol van oppervlakte…

Sammy leerde voor engel op aarde.
Het was maar pas later dat hij dat zou ontdekken.

In hem leefde een vreemd, zwijgend, toekijkend wezen.
Die afwezig-aanwezig was.

De blik van een starende vreemde, die
op zichzelf bestond en sterker was dan hij en al het andere.

Sterker dan alles in hem en rond hem heen.

Die kracht nam het van hem over.
Die was het die het hem belette te spreken.

wanneer treinen ’s nachts langs dorpen razen.
verschuilt een wereld zich achter gevels.

0 – Sammy

 

 

Sammy

Ramses Shaffy

Sammy loop niet zo gebogen
denk je dat ze je niet mogen
waarom loop je zo gebogen Sammy
met je ogen Sammy op de vlucht
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
want daar is de blauwe lucht

Sammy loop niet zo verlegen
zo verlegen door de stegen
waarom loop je zo verlegen Sammy
door de regen Sammy van de stad
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
want dan word je lekker nat

Sammy
kromme kromme Sammy
dag Sammy
domme domme Sammy
kijkt niet om zich heen
doet alles alleen
en vind de wereld heel gemeen

Sammy wil bij niemand horen
zich door niets laten verstoren
toch voelt hij zich soms verloren Sammy
hoge toren Sammy kan niet aan
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
want daarboven lacht de maan

Sammy wilt met niemand praten
maar toch voelt hij zich verlaten
waarom voel je je verlaten Sammy
op de straten Sammy van de stad
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
want dan word je lekker nat

Sammy
kromme kromme Sammy
dag Sammy
domme domme Sammy
kijk niet om zich heen
doet alles alleen
en vind de wereld heel gemeen

Sammy wil heus wel veranderen
maar is zo bang voor de anderen
waarom zou je niet veranderen Sammy
want de anderen Sammy zijn niet kwaad
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
anders is het vast te laat
Sammy loopt maar door de nachten
op een wondertje te wachten
wie zou dit voor jouw verzachten Sammy
want jou nachten Sammy zijn zo koud
hoog Sammy
kijk omhoog Sammy
er is één die van je houdt

41 – de Redding

 

 

Duizelen

Iris Nachtegaal

Sammy duizelde.
Had angst om zelfcontrole te verliezen, en te storten.
Dan probeerde hij om alles van op een afstand te bekijken.

Niemand hielp hem en iemand zag dat er wat scheelde.
Sammy was stil, zo was hij.
Vreemd zegden de buren.
– Hij is zo – zei zijn moeder.

Zijn ouders keken steeds langs hem heen.
Wanneer zij aan tafel zaten bijvoorbeeld.

Het gezin bestond uit hen, zijn broertje en de hond.
Sammy circuleerde daarbuiten.

Wanneer de druk te veel werd viel Sammy in zwijm.
Bij de dokter bijvoorbeeld, wanneer het onmiskenbaar
werd dat hij bestond, een lichaam had, pijn kon lijden, een
prik kon voelen.

Bloed kon verliezen, een onvermijdelijk lichaam zijn, een fatale lichamelijke aanwezigheid.
Daar zijn.
Hier zijn.
Steeds
en niet daaraan kunnen ontsnappen
gevangen zijn.
Sterfelijk zijn.
Pijn te moeten verdragen.

Hij hoorde duizenden violen, die schirpten als krekels,
ruis stroomden door zijn oren en dan werd alles zwart, dan
was hij weg vanwaar hij niet meer wou terugkeren.

Hij was bewusteloos gevallen.
Hij was uit zijn lichamelijke werkelijkheid weggevlucht.
Hij viel op de betonnen straatstenen en zelfs dat deed hem geen mijn.
Zo’n voorval werd later talloze keren door zijn ouders opgehaald
om hem te bespotten!
Zoals die dag op een kerkhof waar een lijk opgegraven werd.
Sammy liep weg door het glinsterende hek naar buiten.
Jaren later nog werd dat hilarisch opgehaald, vooral door zijn moeder dat hij daar “pijn aan zijn buik had” gekregen.

Ieder teken van emotie bij Sammy werd door zijn ouders bespot, lang onthouden en tot jaren daarna verschillende keren teruggebracht.
Inleving kenden zij niet.
Zij schenen niet te kunnen verstaan wat er in hem omging.

Sammy wilde hen buiten houden, wilde iedereen buiten houden.
Hij wilde een stenen beeld worden,
geen gelaatsuitdrukkingen meer hebben die hem kwetsbaar maakten.
Vleeshaken in zijn aangezicht die het in de gepaste uitdrukkingen konden trekken.

Niets meer meedelen.
Zwijgen, afzijdig blijven, leven binnen zijn eigen wereld.

Door zich terug te trekken, door niet mee te doen, zou hij zich kunnen handhaven.
Invloeden uitschakelen, vlug naar huis lopen na de schooltijd, zodat hij dan enkele uren voor zichzelf kon maken alvorens zijn ouders er aan kwamen.
Rudy was dan nog bij de grootouders, en de ouders kwamen aan precies om twintig voor zes toe want dan kwam hun trein.
Ondertussen kon Sammy naar muziek luisteren en denken.
Hij rende naar huis.
En sloot zo vlug mogelijk de beste deur van de wereld achter zich.

Alleen zijn wou voor hem zeggen:
Geen commentaar meer te hoeven ondergaan van vader of moeder of de anderen.
Geen opmerkingen meer op de minste zucht of beweging die hij maakte.
Geen spot, geen kwetsende anekdotes van jaren geleden, geen bitsige opmerkingen, Geen klappen of stompen te krijgen wanneer vader ongeduldig werd en Sammy in zijn vizier verscheen.

Zijn vader herinnerde graag en veel:
“wat zal jij doen als wij er niet meer zijn!?” – dat werd voortdurend herhaald.
“Wat ben jij zonder ons? Wat zou je zonder mij zijn?”

Het kind is afhankelijk en moet alles verdragen en kan nergens anders naar toe.
Voor Sammy was er geen uitweg, niet binnen familieleden, niet in de buurt, niet op de school, de vrienden of de jeugdbeweging de…er was geen uitweg.

Onrecht bracht hem tot zwijgen en dat zwijgen werd voor hem de enige mogelijke weg om dat onrecht uit te drukken.
Zijn zwijgen schonk hem ruimte in zijn hoofd, plaats voor hemzelf.
De enige plek die niet kon worden betreden.
De enige plek waar zij geen toegang toe hadden, de wereld van zijn gedachten en zijn gevoelens. Zijn dromen en fantasieën.

Vluchten
Afsluiten
Weggaan
zich opsluiten, afzonderen en verdwijnen voor het zicht van de andere,
Niet mededelen
geen dingen zeggen die later tegen hem konden worden gebruikt.

Soms werd het zwijgen krampachtig werd, alsof hij zou barsten.
Soms kookte hij vanbinnen van woede – maar door niets aan hem was dat te zien.
Maar wie goed observeerde kon merken dat hij dan zijn handen in elkaar wrong of voortdurend met opgetrokken schouders liep.
Zijn blik strak naar de grond gericht.

Met gesluierd verstand rondlopen
Donker zijn
schijnbaar onkwetsbaar
Weg van iedereen

In hem leefde een vreemd, een zwijgend toekijkend wezen.
Dat afwezig aanwezig was.
Een zwijgende, starende, vreemde in huis die autonoom bestond en sterker was dan hij en al het andere.

Sterker dan alles in hem en rond hem en voor hem.