30 – De Strip

 

 

-Allee, Nokel Fons judast dat wolfbeest nog eens dan kunnen de kadeekes nog eens lachen!
Die onnozele nonkel Fons kotert met zijn wandelstok tussen de tralies en slaat toevallig de sluitpin van het wolvenkot los.

-Hee wacht eens Siske! Waarom gaan die mensen plots lopen?

De wolf wie dat gejudas al lang zijn wolvenbotten uithangt springt belust op wraakt uit zijn hok.

-Rap in de boom Siske! Die wolf is uitgebroken!

Halverwege struikelt Siske over haar eigen voeten en…

-Lopen Limbak met Siske in een boom!

-Vooruit Eusebie, gij ook de boom in! ‘t Ziet er een woest bijtbeest uit!!

-Pfff! Als ge denkt dat ik mij voor zo’n schoothondje derangeer!

-Eusebie als ge het niet voor u zelf doet, doe het dan voor dat beest…’t zal zijn tanden op uw knoken verbrijzelen!

-Er zal hier juist niets te verbrijzelen vallen…Ik steek hem binnen twee minuten terug in zijn kot!

De wolf die van het knokenetende soort is stormt likkebaardend op Tante Eusebie.

-Houd u koest en werp mij liever uw allumeurke eens!

Limbak gehoorzaamt verbaasd en wanneer de razende wolf nog enkele passen van haar verwijderd is. Steekt tante Eusebie kalm haar papaplu in brand.

-’t zal wel rieken want de mot zit erin! Maar dat is zelfs nog beter!

Zoals alle wilde dieren bevreesd voor vuur vlucht de wolf ijlings in zijn hok.

– Oef! Water en bloed heb ik gezweet!
Eusebie waar hebt gij dat geleerd?

Een foto toont de kleine Sammy die schrijlings zit op de armleuning van de clubfauteuil onder een lampadaire terwijl papa hem dit voorleest.

Papa leest uit het rode boekje waar Sammy alleen nog maar de prentjes van kan begrijpen. De geheimzinnige lettertekens worden door papa met stemmetjes tot leven gebracht.

Telkens moest papa deze bladzijde lezen, tot Sammy’s groot jolijt.
Wanneer Sammy het verhaal reeds kende veroorzaakte het voorzien van de afloop ervan dubbel plezier.

 

Advertenties

29 – Vaderloze vaders

Gisteren avond had Iris ons uitgenodigd op spaghetti met een flesje wijn.

We bleven lang napraten – de kinderen waren reeds naar bed.
We zaten met ons drieën aan de ronde tafel in haar eetkamer, waar iedere wand van beneden tot boven is bedekt met boekenrekken en schilderijtjes.

Iris heeft geen internet noch computer- (Ik vraag me soms af of ze wel elektriciteit in huis heeft, want meestal branden er kaarsen- toch wel! – want er was muziek – krassende vinylplaten uit de jaren zestig en zeventig met fel gekleurde hoezen.)

Het was aangenaam – Maria-Letizia geraakte erg geïnteresseerd in haar uiteenzettingen. We hadden het onder andere over Sammy – Iris vertelde honderduit over wat ze gelezen en ontdekt had.
Ze heeft een theorie rond Sammy ontwikkeld.

Ik zal zo goed als mogelijk hier proberen haar standpunt weer te geven.

Volgens Iris moet je de teksten van Sammy tussen de regels lezen.

– Het is dat wat er niet staat waar deze eigenlijk om gaan.

Je dient ze te bekijken als een soort fotografisch negatief – beweert zij – In die zin, dat de eigenlijke inhoud telkens deze is die wordt verzwegen.
Iedere tekst staat eigenlijk voor wat anders, namelijk deze verzwegen context.
Dat wat is weggelaten.
Je moet zijn teksten dus “omkeren” om te beter kunnen begrijpen – zoeken naar de witte plekken – naar dat wat niet gezegd wordt.

Sammy deed dat niet opzettelijk – hij was gewoon zo – door de dingen te benadrukken, door er te willen over schrijven wou hij wel iets kwijt.
Wat hij eigenlijk kwijt wou, dat kon hij niet direct zeggen direct, maar zit aan de achterkant verborgen.

En dat precies, wil Iris ontrafelen – daarom herschrijft zij zijn teksten vanuit haar invalshoek.
Die benadering is intuïtief – Ik volgt wat ik hier sterk aanvoel– zegt ze.

volgens Iris kan het vraagstuk te ontrafeld worden door aan te vatten bij de ouders van Sammy.
– wie waren zij?
– wat was hun verleden?
– hoe gingen zij met hem om?

In de geromantiseerde vorm die ze van zijn teksten brengt, laat zij zich soms inspireren door litteratuur.
Er is heel wat geschreven hier in het Westen, over enkelingen – die door hun existentie dolen.
Ze heeft gisteren ook enkele schrijvers opgenoemd waarop zij zich inspireert, maar ik ben hun namen vergeten.

Maar laat mij beginnen met haar uiteenzetting:

Sammy’s ouders groeiden op tijdens de oorlogsjaren.
Volgens haar kan Sammy geen alleenstaand geval zijn, maar het teken van het opgroeien van een hele naoorlogse generatie.

Volgens haar zou dit vooral kenmerkend zijn geweest voor jongeren uit gezinnen van zelfstandigen en hun kinderen die deel uitmaken van de generatie die tijdens de oorlog is opgegroeid.

Hun vaders waren afwezig in die moeilijke tijden, of toonden zich onder de beringen die iedere oorlog en bezetting met zich meebrengen, als zwakke figuren. De last en de verantwoordelijkheid om de zorg voor het gezin kwam daardoor op de schouders van de jongeren terecht kwam.

Dit zou zich vooral hebben voorgedaan in Duitsland na de oorlog.
Een groot gedeelte van die generatie jongeren bestond uit kinderen van gesneuvelde vaders.
Vooral de oudste zonen uit die gezinnen werden getroffen door het ontbreken van een vaderfiguur.
Daardoor werden zij belast met de verantwoordelijkheid voor het gezin.

Iris noemt deze kinderen “geparentificeerd”.
Dat wil zeggen dat ze in plaats van de noodzakelijke zorg voor een kind te ontvangen – zelf met de verantwoordelijkheid voor de ouders werden beladen.
De rollen waren dus omgekeerd.
Ze werden te vroeg, en met te veel verantwoordelijkheid opgezadeld waardoor hun jeugd hun werd ontstolen.
Soms gaan ze later lijden aan psychosomatische aandoeningen zoals migraine of anorexie omdat hun lichaam daardoor de zorg symbolisch kan opeisen waaraan ze tekort hebben geleden.

Maar aan de andere kant verschaft deze verantwoordelijke positie de opkomende jonge mens een groot voordeel:
Hij krijgt macht over het gezin.
In plaats van een kind te zijn dat moet gehoorzamen, wordt het gezin van hem afhankelijk. Hij wordt degene die lakens uitdeelt.

Deze jongeren verwerven een machtspositie.
In Duitsland kon je dat kort na de oorlog goed zien in het straatbeeld: opgeschoten pubers die rookten, een pak aan hadden en zich gedroegen als kleine volwassenen. Die bazig deden en zich thuis konden ontpoppen tot kleine dictators.

Maar de probleem komen vooral daarna – die worden overgedragen op de volgende generatie – 
Wanneer de vaderloze vaders zelf kinderen zullen krijgen!

Deze vaderloze vaders kunnen hun eigen rol moeilijk inschatten. Overdrijven met gehoorzaamheid en discipline te eisen en ervaren hun zoon als bedreigend.

Met een dochter ligt dat nog wat anders.
Het probleem duikt dan vooral op wanneer de meisjes pubers worden.
Wanneer er jongens aan huis komen.
Deze vaders werpen zich op als concurrent voor de man van hun dochter. Meer dan gewone vaders dat wel eens zouden kunnen voelen.
Als opponent – omdat de vaderlijke positie van zorgverlener in gedrang komt en doordat deze vaders geleerd hebben dat dat hun eigenlijke rol binnen het gezin is.
De vaders hebben te kort gekomen aan zorg en affectiviteit en hebben hun plaats opgeëist door hun nuttigheidswaarde zou je kunnen zeggen.
De dochters voelen deze woordenloze spanning onbewust aan, en gaan zich tegen hun geslachtelijke groei verzetten.

Vaders die uit hun zorgende rol dreigen te vallen, vrezen met hun plaats in het gezin te verliezen.
De vader dreigt zijn identiteit te verliezen – of door de man van zijn dochter.
En dat maakt dat hij zich verzet tegen iedere stap van zijn zoon of dochter naar onafhankelijkheid.
Zulke vaders zijn in zekere zin autoritair zonder streng te zijn.
Zulke vaders willen afhankelijke gezinsleden – waarover ze zuchtend zullen zeggen: “waar zouden jullie staan wanneer wij er niet waren voor jou?”
– “Wat zouden jullie zijn zonder mij?”

Dochters kunnen gaan lijden aan anorexia nervosa, indien zij niet lesbisch geaard zijn- want het naar huis brengen van een meisje in plaats van een jongen kan evenzeer optreden als een vorm van gehoorzaamheid aan het vaderlijk verbod. Ze worden nooit echt zeker van hun sexuele voorkeur. En kunnen het geluk niet vinden die andere meisjes in lesbische relaties wel aantreffen.

Sammy moet de zoon van zo’n vader geweest zijn – hij gehoorzaamt in ieder doen aan het vaderlijk verbod om NIET te zijn. Om te zwijgen, niet deel te nemen, afhankelijk te blijven.

Hij wil niet zijn, niet spreken, zijn aanwezigheid niet tonen. Letterlijk soms af-wezig zijn, “zich uitwissen”, als het ware,  om de vader in zijn centrale glorificerende rol te blijven eren.
In zijn zwijgen toont hij zijn trouw aan de familie.

Er is bij zo’n vader eigenlijk geen plaats voor een oudste zoon – omdat zij vanaf de geboorte zullen vrezen dat deze zoon hun plaats zal willen innemen. Op dezelfde manier als zijzelf hebben gedaan tegenover hun (afwezige) vader.

Ze beleven het Oedipus verhaal in omgekeerde zin – in plaats dat de zoon die de vader ervaart als weerstand en voorbeeld, is het de vader die in zijn zoon een obstakel ziet.

Het wordt nog veel ingewikkelder doordat alle normale fazen van het groeiproces hier zich anders zullen voordoen dan in een normaal gezin-

Alles wordt problematisch – iedere stap om groter te worden wordt tot een probleem gemaakt.
Alles wordt geproblematiseerd – steeds meer krijgt de zoon eigenaardige trekken, vertoont onaangepast gedrag, reageert overgevoelig, is lui op school, nukkig, onstabiel,… 
Parentificatie kan zich in vele vormen uiten.
Maar de vader verschijnt voor de openbaarheid als voorbeeld van zorg en verantwoordelijkheid, als goede bezorgde huisvader –
Over de zoon zegt de omgeving:

– “Wat zou hij geworden zijn zonder zijn vader!”

– “Hij heeft alles aan zijn ouders te danken!”

– “Waar had hij zonder zijn ouders gestaan?”

Tot zover de nota’s van onze avond bij Iris.

Mijn vrouw en ik bleven lang stil toen we naar huis terugkeerden.
Het was een heldere nacht – de hemel was bezaaid met ontelbare sterren.

 

28 – De Turnles

De turnles

Ik ben wat geschrokken toen ik deze tekst van Iris vond!
Hoe zij Sammy in de turnzaal beschrijft.

Sport en wiskunde zijn zowat de dingen die mijn aandacht nooit doen verslappen. Enkele uurtjes de benen strekken, “afzien”, je grenzen wat verder proberen te verleggen en dan lekker onder de douche – om daarna van één van de weldaden van dit land te kunnen genieten: Een héérlijk pakje friet met mayonaise en een fijn, koel, helder pintje bier erbij! – zalig!

Maar aan de hand van Sammy’s aantekeningen heeft Iris een heel ander beeld van turnen en sporten geschetst. Een zienswijze die blijkbaar een kenmerkend portret van Sammy toont.
Zijn ervaringen dateren ook nog uit een tijd toen dat hier “lichamelijke opvoeding” heette.
Lichaamsoefening voor jongens die een haast militair karakter vertoonden.

Hier volgt het:

 

 

Turnen

Door Iris Nachtegaal

De schoollokalen galmden.
Glanzende stenen in ondefinieerbare kleuren.
Gladde naakte groenblauwe muren.

In het schoolgebouw werd iedere kleur een zonde.
Een ongewenst teken van frivoliteit en lichtzinnigheid.
Blijheid diende verbannen te blijven tot buiten deze ruimten.
De gangen van de schoolgebouwen waren met een ondefinieerbare grijsachtig coloriet bekleed dat, dan aan groen, en dan weer eerder aan blauw deed denken.
Met overal gespikkelde tegels die iedere fantasie de kop indrukten.
Aan de wanden waren vergrijsde reproducties van oude kunstwerken uit kerken en musea te zien.

De turnzaal had nog meer leegte dan de andere lokalen en galmde dan ook nog harder.
De klaslokalen roken muf naar oud papier en stofferige rommel.
De turnzaal stonk naar zweet in turnpantoffels.

Een smal horizontaal raam, net onder het plafond maakte dat er een kenmerkend grijs licht naar binnen kon schijnen.
Het kaatsen van de bal had er een zinderend galmen tot gevolg.
De bevelen bulderden door de turnzaal.
Onderwerping, pressie juk.

De jongens hingen naast elkaar aan de sportramen.
Sammy zag hun ribbenkasten op en neer gaan en hun gespannen gezichten in de moeite die ze hen kostten om hun greep niet te lossen.

Sammy herkende de hangende gemartelde lichamen uit de foto’s van concentratiekampen.

Bruutheid hardheid tucht en discipline.

Galmende overstaanbare kreten.
Het knallen van de lederen bal op de betonnen vloer.
Out! He! How!
Klap gestamp van turnpantoffels.

daveren
galmen
denderen, donderen, dreunen,
bulderen
brullen, denderen, donderen, fluiten, gieren, razen, rommelen, stormen,
tekeergaan, tieren
bulderen, daveren, uitvaren
dreunen
bulderen, daveren, denderen, donderen, knallen, kraken, rommelen, trillen
denderen, donderen, dreunen
buitelen, donderen, duikelen, duvelen, flikkeren, glippen, instorten, kieperen, kletteren, kwakken,
omvallen, onderuit gaan, ploffen, plonzen, rollen, smakken, storten, struikelen, tuimelen, uitglijden
smijten (ww) :
, gooien, kegelen, keilen, kieperen, kletsen, knallen, kogelen, kwakken, lazeren, mieteren, patsen, plenzen, slaan, slingeren, smakken, sodemieteren, werpen
gooien (ww) :
kegelen, keilen, kieperen, kwakken, lazeren, mieteren, mikken, slingeren, smakken, smijten, sodemieteren, storten, werpen

 

Sammy walgde van de turnlessen.
Hij gruwde met heel zijn wezen om de lichamelijke dwang en de bevelen te moeten ondergaan.
De verplichte bewegingen.
Allemaal gelijk!

De zinloosheid.
Het beestachtige in de mens dat onmiskenbaar bovenkomt.
de africhting.
De haat in de ogen van de tegenstander.
De onmogelijkheid tot het maken van één vrije beweging, tot één gedachtengang.

Verstarring van de fysieke dwang.

Turnlessen waren onderricht in onderwerping, vernedering en gehoorzaamheid.

Het gedwongen inpassen.

 

Het begon reeds bij de dwang van het uitkleden in dat muffig hok.
De weë geuren.
Het lokaaltje met dat ééne kleine raam en die dikke muren met een deurloze opening dat als een hol toegang gaf tot de turnzaal,  en waar het altijd lijfelijk stonk.
Vale blauwgeelgroene linolium vloer.
Het grote klimrek dat beangstigend tot tegen het hoge plafond reikte.

 

de toegeblafte bevelen.
de onmogelijkheid tot keuze.
dat alles boezemde Sammy angst in

Die botte trekken van de turnleraar, een hersenloze centurion.
die graag seksuele zinspelingen maakte.
De niet aflatende druk om onder dwang handelingen te moeten uitvoeren.
De bevelen op te volgen. Bevelen steeds bevelen, steeds heersen.

De botte zelfingenomenheid en afgestomping die iedere turnleraar kenmerkte.

 

Het was Sammy nooit om mogelijk zijn aandacht bij turnoefeningen te houden.
Hooguit sloeg hij er in zich tien minuten op sport te concentreren.
Daarna gleden zijn gedachten noodwendig af.

In turnlessen kon hij enkel zinloosheid en beestachtigheid zien.

Zo worden honden afgericht.

Het scherp kirrend gefluit weerkaatste door de zaal en de bal botste en sloeg, belachelijk nutteloos, zinloos, beestachtig.

Maar nu komt de bal op Sammy af, en hij weet niet wat hij moet doen…

Het ergerde hem dat de klasgenoten wiens blikken anders zo mat voor zich uit staarden nu plots ernstig en scherp konden kijken.
Zij werden nu gemakkelijk kwaad door een wanstaltig belang te hechten aan wat er met een bal gebeurde.

Sammy wou liever niet meedoen.
Weg van die dwang – weg van deze anderen. Die nu, op ieder moment hun volle aandacht konden geven aan het meest ledige voorwerp ter wereld: een bal, en de meest zinloze handelingen die ermee gepaard gingen, die het meest botte in de mens naar boven brachten.

Ieder dierlijk gedrag is edeler dan de aanstellerij van sport.

Daardoor was het hem niet toegestaan om zijn denken richten,

Sport en turnen bannen verbeeldingskracht uit.

In de klas kon hij uren na elkaar wegdenken en dromen, terwijl de leraar een uur nodig had om iets uit te leggen dat gemakkelijk op tien minuten kon worden begrepen.

gedurende die tijd kon hij zich een wereld voorstellen, zich af te vragen hoe het daarbuiten was.

Maar de turnlessen dwongen hem gedurende twee uur al zijn aandacht verplicht en gedrild te richten naar dat dom wegspringend voorwerp.
Sammy haatte sport, haatte de turnleraar en haatte alle leerlingen die daar in konden meegaan.

Sport was voor hem de laagste mogelijke vorm van menselijk gedrag.
Het beest dat bovenkomt.
De gefrustreerde mens die rochelt, spuwt, brult, rood van kwaadheid aanloopt, die de andere schopt en slaat, duwt, het beestachtige stond op hun smoelen af te lezen.

Wanneer de bal dan toch op hem afkwam waren zijn gedachten zover verwijderd dat hij niet meer wist wat ermee aan te vangen.

naar welke kant moest de bal? In welk team speelde hij?
Was het doel gekeerd?
Er werd geroepen en gevloekt.

En de lamme sportleraar deed niets.
Voortdurend geplaatst te worden tegenover een tegenstrever.

De jongens schoven aan in rij voor de oefening aan de bok, die steeds iets wijzigde.
Sammy liep aan maar hij kon zich totaal niet meer voorstellen wat er van hem werd verwacht.
Hij liep en stopte zonder nog te weten wat te moeten doen.

 

 

27 – Het speelgoed

De Indiaan en de Dood

Door iris Nachtegaal

De gele plastieken David Crocket op het zwarte paard

richt zijdelings zijn geweer op de Indiaan in rood plastic op het witte paard.
Getroffen steekt hij de armen in de lucht.
Gestold in deze beweging-

-richten, treffen, getroffen worden, vallen –

Rennende paarden – ongestoord door wat er zich op hun rug afspeelt – draven verder .

Plastiek speelgoed, groot, handig, glanzend, clean.

Wordt de Indiaan getroffen door de kogel?

Sammy was alleen en speelde op het koertje
Keek naar de figuren in zijn handjes en dacht:
– ieder mens is sterfelijk.
Ooit sterven wij allemaal, grootmoeder, grootvader, moeder en vader.

Hoe zouden die dan sterven?
Zal vader zich door het hoofd schieten?
Hangt moeder zich op, op zolder, – of sterft ze slapend in bed?
Sammy kende geen oorlog rampen of ziekten.
Niemand stierf om hem heen.

De dood bleef onwezenlijk.
Iedereen werd heel oud en bleef tot dan toe gezond.

– Ieder mens is sterfelijk.
Ieder kind komt op een zekere dag tot die ontdekking.

Sammy ontdekte dat iedereen sterfelijk was door zijn speelgoed.

Vanaf zijn dertiende dacht Sammy aan zelfdoding.
Hoe zou hij dat kunnen doen?
Zou hij vanuit het hoogste raam van het huis naar dit koertje duiken?
Een grote sprong maken vanuit het zoldervenstertje?

Maar er was het uitstekende dak van de keuken dat hij door een grote sprong diende kunnen ontwijken, wilde hij op de stenen van de koer terechtkomen.

Stenen zijn doodzeker als je er vanaf een grote hoogte op neerstort.

Dat deed hij niet.
Hij probeerde het nooit, maar hij dacht er wel enkele keren aan.

Hij dacht iedere dag aan zijn dood en aan zelfmoord.
Weg van alle pijn.
Tot hij daar zelf te oud voor geworden was, en wist dat de dood hem wel zou vinden.

De dood is het ultieme vertrek.

Weggaan zonder dat de anderen het merkten – daar kreeg hij een groot plezier in.
De grote verdwijntruc!
Opgebeamed te worden door Scotty.
Hij hield er steeds van het zo te spelen dat

hij stilletjes onzichtbaar verdween op feestjes en bijeenkomsten.