52 – De SOOB

De Organisatie

Door Iris Nachtegaal

“The Secret Organisation Of Brittain” staat er met bic geschreven op ruitjespapier.
De oprichtingsacte dateert van 1966.

Het was een geheime organisatie van agenten die verdachte bewegingen opspoorden.

Zij leverden nuttig werk.

Zij volgden grootvader tot aan het huis van zijn vriendin. En gingen dat aan grootmoeder rapporteren.
Maar de SOOB volgde ook meisjes. Maar dan werd het moeilijker!

Meisjes die aan de deur kwamen kijken in de GoedeHoopstraat.
Zodat de ze steeds weer daar naar toe moesten, om vaststellingen te doen.

Het werd een mooi vakantiespel. De meisjes kregen codenamen.
En de agenten van deze organisatie zagen er ook uit als echte geheim agenten, want ze hadden het kostuum aan van hun plechtige communie.

– Goed idee! – zei moeder – Zouden voor de groei toch nooit versleten kunnen geraken.
Maar de centurion – turnleraar begon het schooljaar met op te merken dat hij hen in de vakantie “gedast gestrikt en geknoopt” had zien rondlopen.

Zelf in de vakantie was je niet vrij wanneer je school liep je bleef hun gevangene tot op de laatste dag.

De Soob had ook verschillende spionagetoestellen op haar actief, zoals:

– De bril met achteruitkijkspiegeltjes.

– En de camera in de doos (die spijtig nooit verwezenlijkt werd).

Kortom, de Soob bekeek de gewone wereld anders.

Er school iets verscheiden achter het aanschijn der dagdagelijkse dingen.

Namelijk de ware wereld, en die zouden zij ontsluieren!

Daartoe dienden dagelijkse verkenningstochten door de omgeving te worden ondernomen. Om speurwerk te verrichten en de respectievelijke vaststellingen te doen.

En die wereld lag buiten, onder de broedende zon van de zomer van 1966.

51 – De Race

Luc

Door Iris Nachtegaal

 

Luc werd Sammy’s vriend.
Hij was een jongen die uit Afrika over gekomen was en hier niemand kende.
Luc en Sammy gingen ieder weekeinde naar de film.
Een film over race wagens en het ruwe rijden door onbebouwde wegen.
Het was zonnig weer en kermis.
Na de film gingen ze daar naartoe.

Een circuit van snelle autootjes om te racen.
Rammele, gammele raceautootjes door een dikke rubberen band omspannen zoals autoscooters, jongensachtig brutaal zoals het hoorde!  luidruchtig, metaal en staal en een ruw metalen knop als gaspedaal, rammelend over de houten planken in een 8-vorm achternagezeten door de andere rijders …

Maar het liep verkeerd.

Of draaide Sammy de bocht te kort af, of reed een andere op hem in?

Raakte zijn arm in het stuurwiel dat omsloeg door de klap?

Een heftige pijn in zijn arm.

Sammy stapte uit het karretje, alles zinderde duizelde als duizenden bijen in zijn hoofd, brandend pijn in zijn arm, die hij zich als een roodgloeiend licht voorstelde  die hij omhoog hield,

Alles stopte, duizelde, mensen keken, bleven staan,
Sammy leunde tegen een boom en de mensen kwamen om hem heen staan, en zagen hoe bleek hij was, dat er iets scheelde, hij duizelde weg, vroeg om hulp..

“He Sammy je uurwerk!” hoorde hij Luc roepen “het is stuk”

Het volk dat in een kring om Sammy stond, keek, maar reageerden niet. Alsof de bleke lijdende jongen, ruggelings tegen deze boom ineengezakt, een deel uitmaakte van het kermis spektakel.

33 e – Het Buurmeisje

Viviane

Door Iris Nachtegaal

-Vi-iviane-komjespeelen!

Sammy riep het over de tuinmuur.

Hij had er een liedje van gemaakt. Viviaaaan ( uitgerekt komje (kort) speeeeleeeen (uitgerekt).
Soms kwam Viviane het buurmeisje.
Soms ging Sammy bij de buren.
Tenzij wanneer er een hond was.
-Als de hond er is ga ik direct terug – had hij met zichzelf afgesproken terwijl hij aan het plassen was en naar de jachtbak had gekeken waar een eenhoorn op stond afgebeeld en de woorden “Sans Pareil”.
En zo deed hij ook, zonder veel commentaar.
Maar nu kwam Viviane.
Sammy gaf haar een zoentje op de wang.
Zij protesteerde heftig.

-Tu doit faire semblent!- riep ze.
Je mocht slechts doen alsof je kuste.
Ook dat maakte deel uit van het spel.
Er werd gespeeld in het hok.
Vader en moedertje, huishouden met broertje als het kleine kind.
Toen haar rokje opvloog voelde Sammy iets dat hij kende en dat hij steeds vergat omdat het zo zeldzaam was – Hij kreeg een stijf piemeltje, en het gloeiend bijzondere gevoel dat daarmee gepaard ging en dat hij nergens kon thuisbrengen.
Het was bij het bad.
Niet van baden, maar het al oude bad dat in het hok stond waar ze inkroop zodat haar rokje plots tot haar lipje zichtbaar werden haar blote beentjes.
Dat was een bijzonder gevoel dat in een vlaag van gloed over hem ging maar ook meteen daarna verdween.
Soms werd er rond het gespeelde huis diepe putten bedacht. Plaatsen in de tuin waar je niet mocht komen, waar je in de diepte zou wegzinken.
Je moest mooi over het niet bestaande brugje het huis (hok) binnengaan, anders was je voor de eeuwigheid in het spel verloren.
Sammy kon gemakkelijk in een spel opgaan.
Alles leefde.
Alles werd begeesterd.

32d – De Hond met de Zwarte Kop

De Hond

Door Iris nachtegaal

Sammy reed met zijn fietsje langs de overkant toen een deur op een kier ging. Een man liet een hond vrij uit.

Een grote hond met een zwarte kop, een dalmatiër die Sammy blaffend achterna liep.

De veilige thuishaven lag een de overkant dus fietste Sammy snel de straat over zonder nog te durven omkijken.

Een auto stopte met knarsende remmen.

De chauffeur was daarna niet meer in staat om verder te rijden.
De geburen boden hem een glas water aan.
Hij had een voorgevoel, daardoor was hij trager gaan rijden.

De dalmatiër met de zwarte kop werd nadien nooit meer in de straat gezien.

32C – Het Blauwe Gevaar

Madam Lauwers

Door Iris Nachtegaal

Madam Lauwers- fel blauw mantelpak, gouden ringen, oorringen en in de mondhoek een gouden tand, die niet zichtbaar werd wanneer ze lachte maar wanneer ze grijnsde.
Madam Lauwers lachte nooit.

Zij luisterde met gesperde ogen naar wat grootmoeder zei.
Zij zweeg met een kramp om haar mond.
Sammy voelde dat ze luisterde met een bedoeling.

Iemand die op die manier luistert is gevaarlijk wanneer je vrijuit spreekt.

Maar grootmoeder zag dat niet.
Ze praatte lustig door. En het blauwe gevaar ging met de strakke blik de deur uit.

De week daarop – zoals iedere iedere week- kwam ze aanbellen. Maar oma liet haar niet meer binnen.
-…dat ze niet meer moest komen,
– En ik die dacht hier met vriendelijke mensen te doen te hebben!
kon Sammy haar door de straat horen roepen.
Maar Sammy was blij dat ze niet meer zou terugkeren!