80 – Stil zijn is niet hetzelfde als zwijgen

Het regent – Jan en Paul staan in een bushokje te wachten. Ze roken.
Jan : …je wou het nog over Sammy hebben?
Paul : Huh! …wel, ik dacht dat je het niet meer over hem zou hebben?
Jan : …ik dacht dat jij liever niet meer over dat onderwerp praatte?


Er komt een oudere gezette dame met een klein wit hondje het bushokje binnen, zij slaat haar paraplu uit en het hondje ruift de regen af door zijn heftig zijn pelsje te schudden. Het spat in het rond.
Jan en Paul schuiven wat op. De vrouw gaat op het bankje zitten.


Paul : …Ach wat kan je tenslotte zeggen over iemand die zwijgt?
Het is zijn goed recht niet? Is iedereen verplicht zich maatschappelijk te gedragen? Waarom kan je niet stil zijn – zoals de kluizenaars, vroeger?
Jan : Ja (lacht) Maar jij en ik weten dat het niet zo is!
Dat iemand die krampachtig zwijgt met een blokkage worstelt – Laats hoorde ik het zo…hoe ging dat weer? …’Stil zijn is niet hetzelfde als zwijgen’
Paul :Hmm?


De zittende vrouw kijkt even bezorgd op naar beiden mannen. Doordat ze ook nog een plastic doorschijnend hoofddekseltje (tegen de regen) op heeft, wordt haar blik daardoor wat gehinderd.

Jan : Wanneer iemand in gezelschap krampachtig zwijgt dan weegt zijn zwijgen op die groep –
Paul : Ik zou dat anders formuleren: wanneer iemand niet luistert en niets zegt dan wordt die als ongezellig ervaren in aanwezigheid van anderen.
Jan : Wel ja…komt er op neer dat stil zijn iets anders is dan zwijgen – het zwijgen veronderstelt dat er iets verzwegen moet worden – niet gezegd kan worden.
Paul : Dus Sammy ver…hé daar heb je de bus!


Een bus komt aan. Vertraagt. Grote plassen springen op. Stopt. Klapdeuren klappen open. Het hondje springt op. En klimt met zijn meester samen eerst naar binnen. Jan en Paul volgen.


Jan : He daar hebben we Iris?
Paul : (kijkt op, inderdaad: achteraan op de grote bank zit Iris – ze wuift)

(wordt vervolgd)