55 – Geluid en stilte

Er is wat aan de hand met Iris.

Gisteren kwam ze hier toe, helemaal overstuur, huilen, ze wilde Maria-Letizia spreken.

later vernam ik dat haar moeder, tijdens een helder moment bij haar ziekte, aan Iris heeft toevertrouwd dat ze seksueel misbruikt werd in haar jeugd.

Dat moet net voor de oorlogsjaren geweest zijn. Net aan de aanvang van haar puberteit.

Ze heeft dit heel haar leven voor Iris verzwegen. – En wellicht voor iedereen…

Dat gewicht dat die vrouw het grootste deel van haar leven heeft meegesleept – dat geheim dat ze als meisje gedwongen werd om te bewaren.  En dat ze har hele leven heeft bewaard. En die lijfelijke vernedering. En die schaamte.

Misschien waren dit haar eerste “seksuele” ervaringen?

Ik zelf heb Iris’ moeder slechts enkele keren kort ontmoet.

Een vriendelijke, kleine, wat schuchtere vrouw. (Nu kunnen wij haar soms horen roepen.)

De zorg voor haar zieke moeder heeft Iris reeds zo sterk opgenomen en nu nog dit.

Hoe langer ik in dit land verblijf hoe meer ik denk dat iedere familie hier iets te verbergen heeft.

De mensen schijnen hier boven op het begraven geheim van hun voorouders te leven.

Een ondergrondse geest die ieder moment die steen kan wegrollen.

En waar staan ze dan! –

Heel die beschutting ,heel dat ornament, brokkelt af, heel die gevel tuimelt dan naar beneden…

Jullie missen rituelen.

Jullie missen de biecht.

Jullie missen een moment van onderling vertrouwen

Jullie kunnen geen onderliggende spanningen delen

Jullie willen er allemaal goed uitzien voor elkaar, toonbaar zijn…

Maar wanneer jullie maskers afvallen zijn jullie gebrekkig en schamel en hulpeloos.

De anderen zullen op dat moment jullie dan niet komen helpen, neen, zij blijven staan en ze kijken.

Dat is me reeds vroeg opgevallen wanneer ik mijn geboorteland verliet om naar hier te komen – ‘het Westen’ zoals jullie dat noemen.

Jullie zijn onbeholpen

Jullie zijn toeschouwers van jullie eigen leed

Jullie kunnen jullie eigen pijn niet aan

Jullie staren naar anderen via jullie computerscherm

of via andere media, of op straat

Jullie kunnen geen blikken aan

dat merk ik wanneer ik door de stad wandel en de passanten vriendschappelijk  probeer toe te lachen, zoals ik dat in mijn land zou doen – jullie dan kijken dan snel  weg

Jullie hebben daar een truukje voor – een snelle ontwijkende oogbeweging, een reflex.

Omdat jullie allemaal met een vreselijke geheim schijnen rond te lopen dat jullie met niemand kunnen delen.

Jullie hebben geen rituelen meer om dood en lijden een plaats te geven.
Het hoort gewoon niet bij jullie samenleving.

Ook seks gebeurt verborgen. Achter gesloten deuren.

Dat een seksueel samenzijn kan hier misdaad, agressie en onderdrukking kan betekenen…

Een jong meisje werd misbruikt wanneer ze nagenoeg twaalf jaar was, net voor de oorlog. Door iemand met een erg hoge status.

Verzwijgen jullie om status redenen?

Is dat de reden voor jullie geheimhouding?

Het heeft ons allemaal beroert, wat er met Iris’ moeder is gebeurt. Het heeft ons erg veel vragen doen stellen over deze samenleving hier.

Jullie taboes zijn jullie familiegeheimen geworden

 

Hello darkness, my old friend
I’ve come to talk with you again
Because a vision softly creeping
Left its seeds while I was sleeping
And the vision that was planted in my brain
Still remains
Within the sound of silence
In restless dreams I walked alone
Narrow streets of cobblestone
‘Neath the halo of a street lamp
I turned my collar to the cold and damp
When my eyes were stabbed by the flash of a neon light
That split the night
And touched the sound of silence
And in the naked light I saw
Ten thousand people, maybe more
People talking without speaking
People hearing without listening
People writing songs that voices never share
No one dared
Disturb the sound of silence
“Fools” said I, “You do not know
Silence like a cancer grows
Hear my

 

 

 

 

 

Advertenties

54 – even niet

Beste Lezers,

Wij weten het voor dit ogenblik even niet meer…

Zoals ik jullie verleden week reeds zei: Iris wordt  nu volledig opgenomen door de zorg voor haar 91 jaar oude moeder, die ze in huis heeft genomen.

Eigenlijk zien we haar hier niet meer.

Ik zelf ben met gegevens uit een later stadium van Sammy bezig – en wanneer ik die nu zou inlassen verliezen jullie alle chronologie – voor zover die er al was…

Ofwel onderbreken we even, of we maken we een sprong in de tijd?

Wat zouden we doen?

We houden dit even in beraad.

53 – Jaak Timpermans

Deze week heeft Iris geen tekst voor jullie gemaakt. Ze is nochtans lang met jullie talrijke vragen bezig geweest.

Iris werd de laatste maanden volledig opgenomen door de zorg  voor haar moeder. Ze was voortdurend onrustig omdat ze de aanpak hier in het ziekenhuis te Grauwegomme niet langer vertrouwde. – Haar moeder is hoog bejaard en op die leeftijd kan alles onomkeerbaar worden – zei ze. Het was ook erg moeilijk om een dokter te kunnen spreken en bovendien merkte zij dat moeder voortdurend onder verdoving gehouden werd.

Nu heeft zij de knoop doorgehakt. Iris is op eigen initiatief met een ambulance en twee ambulanciers naar het ziekenhuis gereden om haar moeder daar weg te halen.  En ze draagt nu zelf zorg voor haar.

Vandaar dat ze nu even afwezig zal blijven.

 

Over jullie vragen: Een aantal hiervan gaan over de ouders van Sammy.

Wie waren zij en hoe gingen zij met hem om?

Ze komen hier haast niet in beeld, noch zijn vrienden of de omgeving.

We hebben ons best gedaan om hierover meer informatie te achterhalen.

Eén van de bronnen was Jaak Timpermans. Die Sammy persoonlijk heeft gekend. Al waren ze blijkbaar niet de beste vrienden.

Volgens Jaak Timpermans stonden zijn ouders in de buurt bekend als beiden vriendelijke bescheiden, hulpvaardige  en hardwerkende mensen.

Het was heel wat moeilijker om mensen uit de buurt te vinden die ons iets over Sammy zelf  konden vertellen. De meesten liep hij zonder omzien voorbij.

 

Jaak is onze naaste buur. Mijn vrouw en ik beperken ons tot een beleefdheidsgesprek. Ik ga jullie eerlijk bekennen dat wij niet zoveel van Jaak houden. Hij baat het tennisveld uit dat pal achter ons huis gelegen is. Sport is het enige onderwerp waarmee ik met hem regelmatig in gesprek ga.  Wanneer het over zijn vroegere buur ging wordt hij telkens erg  negatief.  Zijn stem doet mij aan iets of iemand denken maar ik kan ze niet thuisbrengen.Waar zou ik ze nog hebben kunnen horen…een snerpende nasale stem, die stoot vanonder een dun donker snorretje dat net de lengte van zijn dunne lippen volgt onder een scherpe neus en ogen waarvan de leden zich nooit lijken te sluiten. Alsof hij steeds op zijn hoede is, steeds wantrouwig.

Hij heeft tot nu toe niet één positief woord over Sammy tegen ons uitgesproken.

Wat we vernamen is dat Sammy’s ouders beiden een administratief werk deden. Voor zover ik heb kunnen opmaken hadden ze een betrekking bij de overheid  maar het is  niet erg duidelijk wat ze precies deden. Waarschijnlijk had hun werk iets van doen met het leger of de ordediensten.

Victor Van der Straet en Jaak Timpermans verstonden elkaar blijkbaar goed.

 

 

 

 

 

33 x – Grijs en Geel

Sammy’s ouders waren ongewenste kinderen.
Allebei.
Sammy zijn uniek leven, zijn unieke ouders zijn unieke sectoren in een universum.

Zijn leven waarin alles hem voorkam als uit het leven van iemand anders.

Wie?

Om het even wie, maar toch anders.
Daaraan kon hij alles in zijn bestaan herkennen.
Hij had een vader en een moeder zoals andere kinderen.
Een huis waarin hij opgroeide.
Voor ieder kind is de geboorteplaats de gewoonste plaats van de wereld.

Voor de ene is dat een paleis voor de andere een concentratiekamp.
Sammy groeide op en werd zich bewust van wie hij was en wat hem omgaf.

De wereld kreeg vorm van uit een huis langs een spoorwegberm
nabij een kleine industriestad.

Geluk is alleen zijn
Sammy kende geluk enkel als alleen zijn.
Geluk kon voor het kind nooit met iemand te samen.
Iedereen verwekte onrust, geluid, geroep lawaai, verstoring.

De ouders schenen steeds met iets bezig te zijn dat zich binnen in hen bevond.
Zij keken recht voor hen uit.

Zelden in het gelaat van het jongetje die naast hen stond en waarvan ze toch het handje vasthielden

de wereld was heel groot
– maar hij was hier, gevangen
de wereld was avontuurlijk
– maar hij zat hier, vastgehouden
en dat hij ook een leven had zoals alle anderen
– maar die anderen hadden een leven.

Sammy bestond, slechts, kreeg niet het gevoel van te…

de wereld was bedreigend beangstigend en veel te groot.
Sammy ervoer zichzelf als een personage – een bewegend punt in het bestaan

de anderen waren machten die een wereld beheersten die de zijne niet was.
Hij, zat gevangen onder een grijze stolp van regels waarin hij ronddraaide, draaide als een vlieg.
Regels en angst – grijs en geel.
Regels voor het doen, die opgevolgd dienden te worden zonder om redenen te vragen.
Een wereld van verplichtingen.

De school was zo een regel.
Het werk van de ouders. Waar de treinen hen iedere koude ochtend naartoe voerden.
De grijze speelplaats tussen de regels van angst.
En daarboven de blauwe lucht met vrij vliegende tuigen en vogels.

In de blauwe hemel lacht de natuur.
Een open ruimte met mogelijkheden.
De aarde lag daaronder, grijs en winters
en wanneer het wolkendek zich sloot
Scheen de macht van de regels over alles te heersen.
Als om de mens nog meer te straffen met het gesloten bestaan
Alle uitzicht op hoop te ontnemen.

Aan de wereld diende je te voldoen.
Tijd tikte je zwijgende aanwezigheid weg.
Tijdsdruk om gehoorzaamheid.

Spelen was enkel mogelijk wanneer de aandacht van de anderen naar iets anders gericht was.
Wanneer de volwassenen met iets onbegrijpelijks bezig waren, dan pas werd het goed. dan kreeg het kind een moment van eenzame vrijheid terug.
dan kon zijn verhaal losbarsten.
Zijn eigen wereld los van alles.

Sammy

We hebben ondertussen heel wat ontdekt over het leven van Sammy.

Hoe het is gegaan in zijn familie.

Er zijn dramatische dingen gebeurd.

Dingen die hij zelf waarschijnlijk nooit heeft geweten maar die een grote invloed op zijn gedrag hebben gehad.

Terwijl Iris jullie het verhaal verder vertelt over Sammy’s jeugd, ben ik mij meer gaan verdiepen in zijn familiegeschiedenis.

Naar aanleiding van jullie talrijke vragen, zijn we zijn ook met de mensen gaan praten die hem, en zijn ouders, goed hebben gekend.

Het verrassende hierbij was hoe verschillend die verhalen kunnen zijn.

Alsof het telkens over iemand helemaal anders ging dan wij ons hadden voorgesteld.

Vooral het verhaal van Jaak Timpermans heeft ons verwonderd.

Maar dat komt later.

Voor zover dat kan, wanneer de leesbaarheid het toestaat zullen we de geschriften van Sammy zelf ook publiceren.

 

Anker Tong

 

 

33i – Verdwijnen

Iris Nachtegaal

 

 

Sammy zocht wie hij was.
Zonder dat eigenlijk zelf te weten.

Hij was ongevormde twijfel.

Paste zoals een vloeistof in iedere kom.
Hij vond het vreemd hoe anderen zichzelf aankondigden in zakformaat
Hij was dat niet.
Nu was hij zo, straks anders, maar steeds wel angstig.
Zoals een vloeistof ieder vat kan vullen
zo vulde zijn wezen ieder aanwezigheid
Slechts wanneer hij alleen was
kon hij eventjes op iets als een zelf terugvallen.

Hij zag er steeds gespannen uit -opgetrokken schouders, en wenkbrauwen, handen die zich in elkaar wrongen.
Hij werd schuchter genoemd.

doorleven naar een onzekere toekomst met angst.
Maar ergens was er deze kracht in hem, deze wil tot leven die zou blijven ook wanneer alles rond hem zou wegvallen.

33h – Het Hemelsblauw

 

Iris Nachtegaal

Sammy’s  unieke leven, zijn unieke ouders en zijn unieke sectoren in het universeel bestaan.

Zijn leven waarin alles voorkwam als uit het leven van iemand anders. Hij was om het even wie, maar toch anders.
Daaraan kon hij alles in zijn bestaan herkennen.
Hij had een vader en een moeder, net zoals alle andere kinderen.
Een huis waarin hij opgroeide.
Voor ieder kind is de geboorteplaats de gewoonste plaats van de wereld. Voor de ene is dat een paleis, voor de andere, een concentratiekamp.
Sammy groeide op. Hij werd zich bewust van wie hij was en wat hem omgaf.
Zijn wereld kreeg vorm vanuit het huis langs de spoorwegberm
nabij de kleine industriestad.

Geluk en alleen zijn.
Sammy kende zijn geluk enkel als “alleen zijn”.
Geluk kon het kind nooit met iemand delen.
Iedereen verwekte onrust, geluid, geroep, lawaai, verstoring.

De ouders schenen steeds met iets bezig te zijn met iets dat in hen opgesloten lag.
Zij keken strak voor zich uit, zelden naar het kind, dat naast hen stond en waarvan ze het handje vasthielden

de wereld was heel groot
– maar hij zat hier gevangen
de wereld was avontuurlijk
– maar hij werd vastgehouden
dat hij ook een leven had zoals alle anderen
– Die anderen hadden een leven. Sammy bestond slechts.
kreeg nooit het gevoel van te…
Die wereld was bedreigend, beangstigend en veel te groot.
Sammy ervoer zichzelf als een personage – een stipje in het bestaan
De anderen waren machten die over een universum heersten dat het zijne niet was.
Hij zat gevangen onder de grijze stolp van regels waarin hij ronddraaide.

Maakte baantjes zoals een vlieg rond een lamp eeuwig naar een uitweg zocht.
Regels en angst – grijs en geel.
Regels voor het doen, die opgevolgd dienden te worden, zonder kenbare reden.
Een wereld van verplichtingen.
De school was zo een regel.
De ouders volgden zo’n regel wanneer ze naar nu werk vertrokken. Waar de treinen hen in de koude ochtend naartoe voerden.
De grijze speelplaats lag tussen regels en angst.
En daarboven spreidde zich hemelsbreed de blauwe lucht met vrij vliegende tuigen en vogels.

De natuur lacht in deze blauwe hemel.
De open ruimte met mogelijkheden.
De aarde daaronder verkleumde grijs en winters
en wanneer het wolkendek zich sloot
bleek de stenen macht van regels alles te overheersen.
Als om de mens nog meer te straffen door een gesloten bestaan
Alle uitzicht op hoop af te nemend.

De wereld was iets waaraan je diende te diende voldoen.
Tijd tikte je zwijgende aanwezigheid weg.
Tijdsdruk om te gehoorzamen

Spelen was enkel mogelijk wanneer de aandacht van de anderen weg gericht was.
Wanneer de volwassenen met iets bezig waren, dan werd het goed.

Dan kreeg het kind een moment van eenzame bevrijding.
Dan kon zijn verhaal in alle kleuren losbarsten.
Zijn eigen verhaal vrij van alles.
Woorden
Het kind kon alle woorden van de volwassenen nog niet verstaan.

Ze klonken voornamelijk als geroezemoes gebrabbel.
Maar er lag een kracht in scheldwoorden
Een macht die het snel ontdekte.
Die machtige woorden die verwijtend waren
die hij niet mocht zeggen
die weerwerk opleverden

En het groeten…
…het moeten groeten
zijn klakje afnemen
dag mevrouw van Meulenbeek!
dag mijnheer Janssen!

Sammy voelde zich een sprekende pop
Een afgericht huisdier

Grootmoeder had hem dat bijgebracht.

Vluchten

weg zijn – weg gaan
Hoe?
en de dood

De sterfelijkheid die hij plots ontdekte door te kijken naar een geel plastieken soldaatje met een geweer
Hoe hij dat geweer naar hem keerde
weg voor altijd?
de anderen waren
angstaanjagend of vervelend
bezig met schijn en schroom
gevangen in gelijkvormigheid en regels

grootmoeder veranderde de kleur van de voordeur wanneer de buren dat ook hadden gedaan.
zich nooit onderscheiden
“Je moet in de pas lopen!” riep een politieman

de kou de sneeuw en in de pas lopen
en baantje glijden
en vallen en pijn voelen
alles was bedreiging door pijn
alles was pijn angst en dreigen met pijn
slechts alleen was Sammy rustig
alleen in zijn kamer
alleen met zijn speelgoed
Het speelgoed de wereld in miniatuur  die hij kon beheersen.
Soldaatjes autootjes een treintjes
De beheersbare miniwereld van een kind waar alles kon gaan zoals het zelf het wou.
Daar waar hij almachtig was
de meester  – de heerser – de generaal
het leger
de oorlog

Ten Oorlog!

33g – De Directeur

Zesde studiejaar, de schoolmeester zei:

“Vanderstraet, je moet naar de directeur gaan!”

Sammy klom van achter de bank.

Nagekeken door de zwijgende klas deed hij iets wat een kind in nooit alleen deed.

Hij opende hij de deur van het klaslokaal en stapte alleen door de lege glimmende gangen de trappen af naar de verlaten hal, en vandaar door het lang smal gangetje waar aan het eind ervan  het bureau van de directeur zich bevond.

Hij was geheel onbevangen.

Hij kon zich niet voorstellen waarvoor hij bij de directeur geroepen zou worden.

Hij had niet het gevoel iets misdaan te hebben.

Hij kon helemaal niet vermoeden waarover dit zou gaan.

Sammy klopte aan.

Een kale ronde kleine man met een dikke bril met zwart montuur en zwart kostuum zat achter een bureel.

De directeur keek Sammy lang en strak aan zonder een woord te zeggen.

Zijn ogen waren even streng als  uitdrukkingsloos.

Bruine koe-ogen in een bol en toch streng en strak gelaat.

Sammy voelde zich ongemakkelijk in die stilte die alles langdurig overheerste.

“Ge hebt uw kamer niet opgeruimd? Waarom doet ge niet wat uw oma u vraagt?

“Ge zijt ongehoorzaam geweest! ”

Oma had geen klagen bij het schoolhoofd – dat was het!

Wat Sammy tien nog niet begreep was : dat zij niet snapte – dat niet wilde of niet kon – dat zij door dat te doen de toekomst van haar kleinzoon zou fnuiken. Zij had geoordeeld dat gehoorzaamheid aan haar persoon, belangrijker was dan de toekomst van haar kleinzoon op school! Door tussenkomst van de directeur kon zij gedaan krijgen wat zij zelf niet kon: Gehoorzaamheid afdwingen, en daar werd alles aan ondergeschikt.
Kinderen dienen onvoorwaardelijk te gehoorzamen en daartoe konden alle middelen worden ingezet, zo hadden, in haar tijd de nonnen dat haar geleerd.

Druk en dreiging door heimelijke middelen.

Want zelfs zonder te weten wat de inhoud was van het “opvoedend gesprek” dat Sammy vanaf dan haast wekelijks met de directeur diende te hebben – werd hij door deze onderwijzer gezien als “een kind met moeilijkheden” – Sammy schoolresultaten gingen inderdaad naar beneden. Hij durfde ook niet aan zijn ouders zeggend at hij nu regelmatig bij de directeur moest komen.

Hij kropte dat allemaal op, iedereen had het tegen hem gemunt, speelden allemaal onder één hoedje.

Nooit was er een moment waarop kinderen in eer konden worden hersteld.

Er was geen kindertribunaal voor onrechtvaardige ouders, of opvoeders

Ieder kind zat in de tang die “opvoeding” heette. Als gold het een gedragstherapie.

Ook de andere kinderen vroeger zich af wat er gaande was, er was iets mis met Sammy.

Voor Sammy zou je beter oppassen of afstand nemen.

 

 

33f – De Werelreizigster

Op weg naar huis lag het tabakswinkeltje van juffrouw  Mariette
Daar ging Oma sigaren kopen voor Opa.
Het donkere oude winkeltje, een trapje op, gerond glas bij de deurgang, een uitstalraam  met zware bijeengebonden overgordijnen en de kleine toog waar alle typen pijpen uitgestald waren, goud-omlijste kadertjes  een zilverling en keizer Nero, de geur van duizenden tabakssoorten , het achterkamertje met de afgesloten donkere overgordijnen  afgeschermd van de rest van de wereld waar soms de steeds zwart geklede oude moeder met grote donkere bril dreigend verscheen.

Sigarendozen sigarenbandjes lintjes knopen pijpen garen allerlei rookgerij uitgeaafelde oosterse tapijt

de stem van Mariette verstomt wanneer de moeder te voorschijn komt steeds gesteund op haar stok die tikt op de plankenvloer

De moeder donker strak schrikwekkend zwart en stom een geest.

De dochter de eeuwige winkeldochter, voor het leven gebonden, verbonden opgesloten.

Sammy voelde beklemming in dat huis – een macht sterker dan de dood, dan de angst voor deze oude heks.

Maar op een dag ging de oude moeder dood.

Mariette verkocht het tabakswinkeltje en trok de wijde wereld in.

Tot lang daarna ontvingen oma en opa regelmatig postkaartjes van Mariette,  die steeds van  uit verre landen verzonden waren.

33e – Het Kapblok

Er zijn:
Het kot met de planken en de houten planken kratten en bakken.

Er is:
De schildpad
en er zijn de kippen en de wespen
en de Duchéperen en de stadsperen aan de centrale boom.

Er zijn ook nog:
Het gras en de plisplanten, en

het kerstenkruid en

de ortensia, de plisplanten en

de meiklokjes en

boterbloempjes

 

Sammy tuurt naar de wolken.
Zij varen als karvelen over de daken naar hun onbekende bestemmingen.
Zij voeren de geesten van de overledenen en de dode dieren met zich mee.
Dat kon je goed zien wanneer je er maar lang naar bleef kijken!

Daar een poes, en

daar een hond en

daar een grootvader op zijn sterfbed.
Ook vogels doorkruisen voortdurend de hemel ongrijpbaar als vliegtuigen.
Een Dakota, dan een DC3, dan een flying boxcar nu en constellation.
Hoog in de vrije blauwe hemel

Ver boven alle pijn.

Ongenaakbaar voor wie hen kwaad wil.

Zonder grenzen zonder wetten.

Daar de bliksemafleider op de school.
En hier de begraafplaats van de ratten en de kippen.
Het groene gras met donkere schaduwen.
Machinegeweren in de tent verscholen.

de dode witte naakte man tegen de perenboom plots onzichtbaar.
De hand die uit de muur steekt.

Hou de wacht onder je zware helm
de Duitse stoel, de Amerikaanse pet.
Het Brits vlaggetje.

Tussen de witgekalkte muren en de boom.

Er was ook een hok in de hof.
Het hok in de hof had een onbekende oorsprong.
Men stelde er zich geen vragen over zoals

men deed over dingen waarvan men meende dat

zij er altijd geweest waren.

Opslagplaats voor oude rommel zoals een zolder.
Onderdelen van oude meubels.
Vloerplanken, een Amerikaanse helm en een gasmasker uit de laatste oorlog.
Een zetel zonder poten en een badkuip- ooit gekocht – nooit gebruikt.

Sammy en Ruddy kenden al deze dingen.
Het waren voor hen  onderdelen voor belangrijk speelgoed.

De Houten Bak (die met en die zonder bodem)

de Troon die zetel zetel met blauwe voering zonder poten.

De Brede Plank en

de Lange Plank en

de Smalle Plank,

de Balk

de Bakstenen en

de Tapijten, waaronder

de Grote Tapijt,

de Kleine grijze Tapijt.

Het Kapblok,

de Duitse stoel

de Duitsche schep

de Amerikaanse muts…

Het kot was groen geverfd, misschien was het ooit blauw.
Het bestond uit ronde balken hoog als een grote mens, die stevig in de grond waren geheid en die verbonden waren met kippendraad, en houten planken, als dak lag daarover een zinken plaat.
Het bad werd met planken dichtgemaakt zodat het een geheime gang werd met schuifdeuren.
Op de Grote Zware Bak (die je niet kon optillen) stond de

Troon zonder Poten met

vergulde leuning.
De troon van de koning.
Maar het was ook mogelijk om er een citroen DS van te maken een tank, of een tweedekker-

misschien wel een ruimtetuig.