67 – De Pen

 10’45”

 

(…)

– Iris : Iemand die “Leeft met de handrem op” zo zou ik Sammy nog het best kunnen omschrijven. Hij wilde veel, had vele ideeën, vele streefdoelen die hij nooit zou bereiken omdat hij het grootste deel van zijn energie steeds tegen zichzelf keerde.
Voor alles wat hij deed, diende hij zichzelf te overtuigen, en kreeg hij zichzelf voor hardnekkigste tegenstander.
– Anker : Had hij dan geen medestanders?
– Iris : Ja, eigenlijk wel, maar door dat hij zo stram in elkaar zat – zal ik maar zeggen- keerde hij die tenslotte ook tegen zich. Hij heeft veel kansen gekregen die ieder “normaal” mens met de twee handen had gegrepen, maar wegens zijn “talent om zich in moeilijkheden te brengen” (de psycholoog)  of een leven dat een “aan elkaar rijgen is van stommiteiten” een schooldirecteur na een voorval in één van zijn laatste schooljaren.
– Anker : Wat gebeurde er toen?
– Iris : Sammy was 17 en moest schriftelijk examen afleggen. De leerlingen zaten kort naast elkaar aan de bank, en het waren blijkbaar geen knappe leerlingen – zo bleek. Op een ongepast moment fluistert Balcon,  de jongen die naast  Sammy zit of hij het antwoord kent op de vierde vraag. Sammy knikt simpelweg “neen” en de leraar merkt dat op: – Welk teken geeft gij daar door Sammy? – Een jonge leraar die zelf net is afgestudeerd  – Een nul voor deze vraag!

Sammy had wel beschouwd eigenlijk niets verkeerds gedaan, hij had enkel, neen geknikt, Slechts iemand als Sammy, met de onschuld of onnozelheid die hem eigen was, had zo zichtbaar geknikt in deze situatie – Maar de leraar nam dat niet en had ook gedreigd om klacht neer te leggen bij de directeur  – Dat zou na dat examen moeten gebeuren.

Sammy wachtte op de gang tot wanneer de laatste jongen zijn werk had ingediend op de leraar. Maar er gebeurde helemaal niets. De leraar had waarschijnlijk wel ingezien dat zijn reactie fel overdreven was geweest, knikte even naar Sammy en  liep langs hem weg. Maar een leerling voor wie alles letterlijk was in deze wereld kon dit niet aanvoelen en vroeg: “Mijnheer, moeten we niet naar de directeur?” De vijf of zes jaar oudere leraar werd woedend en sleurde Sammy mee naar het bureel. Daar werd heel de zaak uitgelegd op een manier waarop je dat kan verwachten in tijden waar strakke autoriteit  heerste in de scholen.
Onder druk van dit alles – die zonderlinge publieke belangstelling temidden van een kring zelfzekere volwassenen met luide stemmen, die strenge blikken. Deze verplichting om op vragen te moeten antwoorden,  deze verplichting om te moeten spreken, deze brullende stemmen en vooral deze dwang tot woorden – Onder al die voor hem ongewone beroering – Stokte hij plots!

En toen gebeurde iets heel erg vreemds, iets dat hij niet of nauwelijks nog kende, of zeker toch lang vergeten was, iets van toe hij nog een klein kind was – zijn onderlip begon krampachtig samen te trekken, opslag had hij zijn gelaatsuitdrukking niet meer onder controle. Dat masker dat steeds strak aanspande en nimmer een emotie vertoonde kreeg onverwacht stuiptrekkingen!

Hij voelde dat zijn aangezicht iets werd wat hij niet meer herkende. Alle pogingen om dit te bedwingen waren tevergeefs.  Hij kon dit niet doen ophouden. Heel zijn aangezicht trok in stuip, hij voelde de ogen onbeheersbaar waterig worden. En toen dikke tranen  over zijn wangen stroomden werd Sammy met een schok gewaar dat hij aan het wenen was! Hij weende en was beschaamd dat hij weende. Beschaamd voor zijn onmacht, beschaamd om  zijn blote emoties die hij niet niet meer bij machte was te verbergen, verloren omdat hij niet meer kon beheersen nu op zijn gezicht te lezen was – zijn onmacht!

Het overgeleverd worden aan macht en onrecht, onmacht tegenover de instelling, tegenover de klasgenoten die nimmer te vertrouwen waren, tegenover de leraars die deze onbuigbare macht vertolkten, de strakheid van de directeur, zijn ouders, heel de wereld, dat hij door iedereen in de steek was gelaten. En daarin raakte hem de pijnlijke kern van zijn bestaan.
– Anker : Ja dat moet hard voor hem geweest zijn, maar wat vooral opvalt is hoe ongelukkig hij de situatie kan inschat, een ander kind was fijn naar huis gestapt na dat examen en niemand had ooit nog op dit voorval teruggekomen. Het zou te luttel geweest zijn om aan te denken.
– Iris : Ja, zo vreemd is dat! Je kan zijn verhaal eigenlijk niet door dagelijkse dingen vertellen – (…) of toch eigenlijk wel!  Maar kleine dingen krijgen een afloop buiten verhouding.. Zo is heel Sammy’s verhaal te vertellen, hij blijft aan geringe dingen kleven Zaken waar iedereen met gemak over zou kunnen springen. Maar bij hem valt dat anders uit…
– Anker : Hij weet eigenlijk niet hoe je met mensen kan omgaan, hij is een tenslotte lomp zonder dat hij dat zelf ziet – Kleine dingen lopen fout buiten zijn wil.
– Iris : Ja,  (…) maar aan de andere kant heeft hij sommige situaties veel meer door dan de anderen. Hij ziet wel heel veel maar hij weet niet hoe er mee om te gaan.

Welbeschouwd is hij iemand die nooit mee is met de massa, die niet lacht samen met de andere, niet zelden in zelfde richting kijkt, die haast nooit in de pas loopt  – maar anderzijds  slaagt hij er ook in om dingen te zien die anderen nog niet hem niet zagen.
– Anker : Zou zijn gedrag autistisch  genoemd kunnen worden?
– Iris : …Dat weet ik niet zo goed, Anker…autisme, … ja dat kan wel, …iets in die aard,… ik weet niet of we verder kunnen geraken met diagnosen (…) maar wat wel zo is: wanneer Sammy iets ontdekt heeft dat anderen nog niet hebben gezien, dan zal hij dat moeilijk zelf kunnen beheren, dat is een patroon dat ik zie terugkomen,  wat hij ontdekte heeft zullen anderen hem steeds weer afhandig maken, zonder dat hij weet of hoe zich te verweren.
– Anker : En dan komen er zo’n uitbarstingen zoals je hier beschrijft!
– Iris : Ja, zo is het, maar eveneens ook… wel, het omgekeerde kan ook:  Hij kan ook zeer woedend worden en dan gaat het ook zo in zijn werk : Sammy als kind – of een jongeling kan zich op die momenten niet beheersen. Ik geloof wel dat sommigen hem wel eens dan als gevaarlijk moeten ervaren hebben. Ja, iemand die onbeheersbaar kwaad kan worden – maar dat gebeurde blijkbaar in zeer uitzonderlijke situaties. Hij herkende zichzelf niet op die momenten. Ik geloof niet dat hij ooit aan iemand kwaad heeft berokkend. Fysisch bedoel ik.
– Anker : En dat verhaal met Ruddy? Doel je daarop?
– Iris : Wel, dat is misschien gemakkelijker om je voor te stellen…Ruddy, Sammy’s jongere boertje werd bestolen.
– Anker : Hoe ging dat ook weer?
– Iris : Wel, Ruddy kwam bij Sammy op de speelplaats klagen dat een jongen zijn pen had gestolen. Sammy en Ruddy verschillen enkele jaren, op het ogenblik van de pauze ontmoeten zich alle leeftijdsgroepen tezamen op het speelplein. Sammy is dus flink wat groter – tien jaar? Dan was Ruddy er zeven. Ruddy riep dus de hulp van zijn oudere broer in. Verwachtte zijn hulp en bescherming, of toch minstens om een rechtvaardige handeling van zijn grotere broer.
– Anker : Dat was precies wat Sammy nooit had gedaan. Hij had nooit voor zichzelf kunnen opkomen, liet alles van hem afpakken.
– Iris : Juist! Maar nu is de situatie net omgekeerd!

Nu moet Sammy niet voor zichzelf opkomen maar voor zijn kleinere broertje!
– Anker : Ja en…?
– Iris : Dat maakt voor hem een enorm verschil! Zichzelf verdedigen kan hij niet maar nu wordt hij even in de  zorgende positie gesteld, zoals die  van zijn ouders.
“Hoe zouden pa en ma die zo goed ons zijn, nu hebben gehandeld?” -“Wat moet ik nu doen – Ik kan mijn broer hier niet in de steek laten!” zo iets zou hij gedacht kunnen hebben.
Hij was enkele keren over het speelplein naar de jongen toegeweest en had hem gevraagd om de pen terug te geven – die zei dan natuurlijk dat hij van niets wist! – maar ineens – in een ooghoek – ziet hij de jongen een vlugge armbeweging maken – en iets schiet over het speelplein.

De pen! Hij heeft de pen weggegooid! Hij had ze wel de hele tijd!Misschien wel is die dure pen nu wel stuk!De kinderen schreven toen met vulpennen en die hadden dikwijls een gouden kroon – inderdaad wel duur.

Sammy kan zich niet meer beheersen, iets krijgt nu macht over zijn lichaam, iets waar hij zich met geen middel tegen kan verzetten stuurt hem in de richting van de jongen, hij rent nu naar hem toe, de andere holt weg, Sammy haalt hem in, rukt hem de boekentas uit de handen, en te midden van verbaast toekijkende jongeren  keilt Sammy midden op de speelplein de volledige inhoud van de die zijn boekentas over zijn hoofd! Daarbij schreeuwend “Laat mijn broer gerust of ik sla je dood!”.
– Anker : Ja, wel…verbazend…
– Iris : Eigenlijk is Sammy niet moedig of sterk op zo’n momenten – hij kan zichzelf nauwelijks beheersen. Zijn aders zitten tjokvol adrenaline – voelt geen fysieke gewaarwordingen meer – stort zich blind in de aanval! Hij die steeds zo’n angst heeft voor iedere fysieke pijn, die schuchter is in ieder contact – nooit voor zichzelf weet op te komen. Doet dat nu met een kracht die vriend en vijand verbaast.
– Anker : Ja – een vat vol tegenstellingen – moeilijk thuis te brengen…
– Iris : Niet alleen voor de anderen, ook voor zichzelf  – hij “kent” zichzelf niet in die momenten.

Hij blijft zo zijn latere leven steeds op zoek naar zichzelf.

Zijn omgeving begrijpt hem niet, ook niet deze die van hem houden, dat zullen we later ook nog zien.
– Anker : Je zou dan toch gelijk kunnen hebben dat zijn zwijgen door iets gelijkaardigs werd beheerst, er zijn blijken verschillende overeenkomsten te zijn…een gedrag dat hij niet beheerst, waar hij onder lijdt..
– Iris : (lacht) Is het je daarnet niet opgevallen dat we nu over hem in de tegenwoordige tijd spreken?
– Anker : We geraken blijkbaar steeds meer bij hem betrokken. Het begint er op te lijken dat wij hem kennen.
– Iris : Indien dat waar zou zijn, Anker dan zijn we één van de weinigen geweest…

 

(…)

– hm (kucht, zucht)

 

0’00” Stop

Advertenties

59 – Over zwijgen wil niemand spreken

Ben je gedetermineerd door je verleden?

Door de genetische informatie die werd doorgegeven? Door familiegeschiedenissen?

Sammy blijft zich vragen stellen over zichzelf, hij blijft erg in zichzelf gekeerd – zoekt naar verklaringen, maar krijgt nergens de juiste responsen – Die antwoorden die hem wat verder uit zijn isolement zouden kunnen halen.

Het is ons tot nu toe, niet duidelijk wat de oorzaak zou kunnen zijn waarom iemand – een kind – jongeling – volwassene – zo geïsoleerd kan raken.

Kiest hij daarvoor? Is hij het slachtoffer van iets dat zich buiten zijn wil voltrekt?

En waarom staan hier de mensen zo weigerachtig tegenover al deze vragen?

Alsof je iets zou kunnen raken wat hun eigen bestaan betreft – hun persoonlijk leven?

Over zwijgen wil niemand spreken.

De studiekeuze voor psychologie – de vragen en schuldgevoelens waarmee hij zichzelf steeds geselt – waar komen die vandaan? Hoe kan hij daarmee in de maatschappij leven?

Soms lees ik dat ook bij jullie schrijvers uit de vorige eeuw.

Die voortdurende nood aan zelfbevraging

alsof er geen plezier mag zijn – geen genot

Op ieder genot moet een straf kunnen volgen – zo zijn jullie!- dat blijkt  zelfs hier jullie kern te zijn!

Bezoek hier een museum of een kerk – overal zie je martelingen uitgebeeld!

Iedere heilige zijn marteltuig;

Maar wat bracht Sammy ertoe om zichzelf zo te kastijden?

Hoe ging zijn omgeving daarmee om?

  • Jaak Timpermans, onze buurman die Sammy in zijn late jaren heeft gekend – kon geen contact met hem krijgen, noemt hem:  nukkig, gesloten, “bon-vivant”, profiteur, “luxe mannetje”, je kan hier de meest tegenstrijdige beschrijvingen van hem de ronde horen gaan.

Wat houdt ons tegen?

Waarom is het zo moeilijk om van Sammy hoogte te krijgen?

 

57 – Schijn-luisteren

Sammy werd zo’ één van die kinderen waarvan men zegt zei dat ze veel aan hun ouders te danken hebben.
Jongeren die schuw zijn, gebogen lopen, met handen in de zakken, die niet of nauwelijks opkijken, niet antwoorden, iets te beleefd zijn, onzeker zijn en vooral stotteren wanneer ze proberen een woord uit te brengen, die weinig of geen vrienden hebben, niet bijster zijn op school, bij niets betrokken zijn, geen jeugdbeweging, geen sport,
Die thuis zitten, voor tv, of lezen, of zich lang eenzaam afzonderen op hun kamertje en door het raam turen –
Sammy had minder en minder vrienden en op de duur helemaal geen meer.
zijn studies verliepen slecht, hij moest overzitten en het ging alsmaar slechter.
Hij sprak nog enkele woorden wanneer hem iets werd gevraagd en op de duur zei hij helemaal niets meer
Hij alleen aan de bank in de onpare klas
Hij kreeg het moeilijk met ongeveer alles.
Leed regelmatig aan migraine, keelontstekingen
voelde zich suf van de hooikoorts
wist niet meer wat levenslust was
Het dagelijks bestaan stond voor hem als een opgave.
Zijn toekomst, een zwaar blok dat hij ternauwernood in beweging zou kunnen brengen
Zijn lijf voelde loom. Dat zelfs iedere vertering als een belastende taak volbracht.
Anderen betekenden voor Sammy storingen in verschillende vormen.
Anderen waren pijn in wijzigende gestalten. Nooit brachten zij rust of vriendschap, steeds op de hoede zijn…
Hij zag geen toekomst, tenzij die van een grijze bediende, een dwalende schaduw in een suf kantoor.
en hij zat nog op de schoolbanken…
De lessen konden zijn aandacht hooguit enkele minuten vast houden, alvorens ze eindeloos afdreven.

Sammy was expert geworden in schijn-luisteren. Zijn ogen volgden de leraar maar zijn gedachten wandelden hun eigen wegen.
Ouders hadden hem in de economieklas gedumpt
Omdat ze aanvoelden dat hij dat het meeste haatte en nooit zijn weg tussen cijfers en handel in goederen vinden zou?

Was dat zo? Aan hem kon je dat niet vragen.
Hij wist nooit wat hij wou, welk beroep hij zou kiezen…
en de leerkrachten zagen ook niets in hem –
of beter gezegd niemand vond het zijn taak of zijn functie om enige moeite te ondernemen om Sammy te begrijpen.
de tijd verstreek, hij groeide op, werd een jongeling
hij leed
en dat was alles

52 – De SOOB

De Organisatie

Door Iris Nachtegaal

“The Secret Organisation Of Brittain” staat er met bic geschreven op ruitjespapier.
De oprichtingsacte dateert van 1966.

Het was een geheime organisatie van agenten die verdachte bewegingen opspoorden.

Zij leverden nuttig werk.

Zij volgden grootvader tot aan het huis van zijn vriendin. En gingen dat aan grootmoeder rapporteren.
Maar de SOOB volgde ook meisjes. Maar dan werd het moeilijker!

Meisjes die aan de deur kwamen kijken in de GoedeHoopstraat.
Zodat de ze steeds weer daar naar toe moesten, om vaststellingen te doen.

Het werd een mooi vakantiespel. De meisjes kregen codenamen.
En de agenten van deze organisatie zagen er ook uit als echte geheim agenten, want ze hadden het kostuum aan van hun plechtige communie.

– Goed idee! – zei moeder – Zouden voor de groei toch nooit versleten kunnen geraken.
Maar de centurion – turnleraar begon het schooljaar met op te merken dat hij hen in de vakantie “gedast gestrikt en geknoopt” had zien rondlopen.

Zelf in de vakantie was je niet vrij wanneer je school liep je bleef hun gevangene tot op de laatste dag.

De Soob had ook verschillende spionagetoestellen op haar actief, zoals:

– De bril met achteruitkijkspiegeltjes.

– En de camera in de doos (die spijtig nooit verwezenlijkt werd).

Kortom, de Soob bekeek de gewone wereld anders.

Er school iets verscheiden achter het aanschijn der dagdagelijkse dingen.

Namelijk de ware wereld, en die zouden zij ontsluieren!

Daartoe dienden dagelijkse verkenningstochten door de omgeving te worden ondernomen. Om speurwerk te verrichten en de respectievelijke vaststellingen te doen.

En die wereld lag buiten, onder de broedende zon van de zomer van 1966.

51 – De Race

Luc

Door Iris Nachtegaal

 

Luc werd Sammy’s vriend.
Hij was een jongen die uit Afrika over gekomen was en hier niemand kende.
Luc en Sammy gingen ieder weekeinde naar de film.
Een film over race wagens en het ruwe rijden door onbebouwde wegen.
Het was zonnig weer en kermis.
Na de film gingen ze daar naartoe.

Een circuit van snelle autootjes om te racen.
Rammele, gammele raceautootjes door een dikke rubberen band omspannen zoals autoscooters, jongensachtig brutaal zoals het hoorde!  luidruchtig, metaal en staal en een ruw metalen knop als gaspedaal, rammelend over de houten planken in een 8-vorm achternagezeten door de andere rijders …

Maar het liep verkeerd.

Of draaide Sammy de bocht te kort af, of reed een andere op hem in?

Raakte zijn arm in het stuurwiel dat omsloeg door de klap?

Een heftige pijn in zijn arm.

Sammy stapte uit het karretje, alles zinderde duizelde als duizenden bijen in zijn hoofd, brandend pijn in zijn arm, die hij zich als een roodgloeiend licht voorstelde  die hij omhoog hield,

Alles stopte, duizelde, mensen keken, bleven staan,
Sammy leunde tegen een boom en de mensen kwamen om hem heen staan, en zagen hoe bleek hij was, dat er iets scheelde, hij duizelde weg, vroeg om hulp..

“He Sammy je uurwerk!” hoorde hij Luc roepen “het is stuk”

Het volk dat in een kring om Sammy stond, keek, maar reageerden niet. Alsof de bleke lijdende jongen, ruggelings tegen deze boom ineengezakt, een deel uitmaakte van het kermis spektakel.

46 – Juichende meisjes

 

Juichende meisjes

door Iris Nachtegaal

Trein met juichende meisjes
Sammy fietst alleen langs de meters hoge spoorberm.
Hij voelt zich stoer want hij heeft zijn zwarte anorak aan.
Boom na boom na boom ritmeert de weg met naakte takken.

De aanhef van een groeiend grommelend geluid wordt een naderende trein hoog boven op de berm naast hem.
Drie meisjes van zijn leeftijd leunen uit het raam, en waaien naar hem slaken kreten en juichten.
Sammy stopt plots, zwaait toch even terug.
Kan niet geloven.

Lacht.

Erkend worden, gezien, geapprecieerd.
Voelt zich even bestaan.
Eén enkel ogenblik.
Hij glimlacht nu, ademt dieper.
De meisjes wuiven tot de trein uit zijn gezicht verdwijnt.

Hij lacht en wuift terug.

35 – De Overkant

De Overkant

Door Iris Nachtegaal

Sammy kijkt uit het raam van de bovenverdieping.
Dit is de laatste ochtend van de zomervakantie.
Het stationsplein broeit zijn dagelijkse drukte.
Grote drommen stappen door de straat naar de fabrieken.
De tijd passeert.
Voertuigen rijden af en aan.
Alles beweegt.
Behalve de groene verweerde gevel van het oude hotelcafé aan de overkant.
Sammy zou willen dat alles bleef zoals nu.
Dat alles stil zou blijven staan.
Dat de tijd even zou ophouden.
Als op een foto. Dat het Nu zou blijven zijn zonder immer te veranderen.
Dat alles zich gewoon zou blijven herhalen.
Dat er geen nieuwe dingen meer zouden gebeuren.
Dat vandaag alles zou zijn, zoals morgen en over morgen.
Zoals de stilstand van deze groene verweerde gevel temidden van het geraas.

De tijd verloopt te snel.
Alles verandert veel te vlug.
De tijd snelt voort naar een wending die hij niet meer vertrouwt.
Wat er zal gaan gebeuren beangstigt hem.
Die veranderingen in zijn lichaam.
Die volwassene die hij zou worden en moest worden.

Met volle geweld dient zich de toekomst aan.
Alle wensen en onzekerheden.
De harde eisen van de wereld.

Waarom kan het niet blijven zoals het nu is?
Al die veranderingen, de middelbare school.
Het volwassen worden, eerst puber, dan man worden,
Baard krijgen, groot worden.
veranderen vreemd worden.
Angst overvalt hem.

En spijt om alles wat daar nu is – daar nu voor hem – in de gewone grijze verveling – ook dat zou verdwijnen.
Nu de dingen hun plaats en regelmaat hebben gevonden.

Kijk naar de ouderen, die trager stappen alsof de wereld hen toebehoort, en met de jongeren omgaan alsof die slechts tijdelijke gasten zouden zijn.
Zij hebben gezworen bij het verleden.
Bij de twee wereldoorlogen en de bezettingen, en de honger die ze hebben geleden.
Hun eigen jeugd die ze nooit gekend hadden.
Wat een brood of een sigaret kon betekenen zouden deze jongeren nooit kunnen begrijpen.

Honger lijden en onzekerheid.
Een vliegende bom boven het huis horen en luisteren of de motor afslaat – de stilte voor inslag. En wanneer komt de volgende?

Sammy kijkt naar de verweerde gevel met de groenige afbladderende restjes verf aan de overkant.
De tijd heeft zich getekend, de natuur heeft teruggenomen van wat van haar was ontnomen.
Het stationsplein met de bekende gezichten van onbekenden.
De man met de fiets, de Taunus 12 m die iedere dag om hetzelfde uur langs rijdt, nu volgt een Simca, dan de knorrende NSU en een reutelende Volkswagen.
Tijdloos dragen de glimmende stenen van deze straten iedere onafwendbare beweging.

33 – De Ratten

De Ratten

Door Iris Nachtegaal

 

De kelder bij de grootouders was afgesloten met een zware houten deur.
Daarachter kon geen licht worden gemaakt.
Het gebeurde wel eens dat Sammy als straf in die kelder werd opgesloten.
Maar hij schreeuwde dan zo hard dat Bompa hem er spoedig uit liet.

Sammy had graag een huisdier gehad.
Een grote hond die hem zou kunnen beschermen.
Maar nu ontdekte Sammy in het duister van de kelder kleine blinkende oogjes.
Toen er door de deurspleet wat meer licht naar binnen viel, kon hij zien van wat ze waren: Grote grijze ratten.
Een huisdier zo maar in huis krijgen, zonder dat je het diende te vragen, het zomaar te krijgen, zonder dat iemand het hoefde aan te kopen!
Diertjes die zomaar vanzelf in huis komen!
Sammy vond de ratten heerlijk!

Wat zou er met deze nieuwe bewoners gaan gebeuren?
Sammy probeerde ze stilletjes te naderen, en wat broodkruimels toe te gooien.
Hij hield zijn ontdekking liefst geheim en sloop regelmatig stil naar de kelder, om het gedrag van zijn harige vriendjes met hun zwarte glimmende oogjes te volgen.
Hun pootjes leken wel kleine handjes. En hun snuit beefde alsof ze voortdurend aan ’t prevelen waren.

Maar toen grootvader ook de nieuwe gasten ontdekte ontstak hij in woede.
Hij greep terstond naar de kolenschop die aan kelderdeur stond en sloeg op de beesten in met de scherpe kant ervan.
Ze werden rillend op de spade naar de tuin gedragen waar ze beefden in hun doodsstrijd.
Hun ingewanden kwabbelden uit hun bondjasjes.
Eén na één droeg een woedende grootvader met de schop ze naar buiten – de ene al meer dood dan de andere.

Sammy keek toe en ging na of ze nog leefden.
Dan kregen ze een genadeslag van grootva.
Daarna werden ze in de grond gestopt met elk een zware steen op hun grafje.
Opdat ze er niet meer zouden kunnen uitkomen.
Zoals mensen

32 – De Grote Vakantie

De grote vakantie

Door Iris Nachtegaal

Het was vakantie.
Sammy en Ruddy lagen nog in hun bedje.
Ze hoorden beide ouders zich klaarmaken om te vertrekken naar het werk.

Ze waren gewend aan het schelden en schreeuwen dat daarmee gepaard ging.
De voordeur sloeg dicht met een harde klap en er viel dan een stilte in het huis.
Een stilte die even later verbroken werd door het geratel van een zware sleutel in het sleutelgat.
Oma’s zwarte schoenen met dikke hakken galmden door de gang.
Deuren kriepten.  Geluiden stegen uit de keuken.
Het ontbijt  voor de broertjes werd klaargezet.
Ze riep van bedeneden af – Opstaan!
Maar daar werd niet direct een gevolg aan gegeven , de zware zwarte schoenen bonkten met tussenpausen op de houden trap.
Grootmoeder inspecteerde het huis van haar dochter.
Waarover ze haar bevindingen gaf.
Het was alsof ze zichzelf toesprak. Stil maar hoorbaar genoeg voor de kinderen.
-“Maar ziet dat hier liggen!, Al die rommel in huis! -en vuil! ik moet dat kind pardonneren! Dat kind wordt zot! Maar toch! Ziet dat hier nu een keer liggen!”
De broertjes klommen uit bed en kregen ontbijt met Ovomaltine en brood besmeerd met Kwatta. En soms een zacht gekookt eitje waar ze reepjes brood insopten.
Oma zweeg geen moment.
Niemand kan zich nog herinneren wat zo allemaal zei.

Dan ratelde de trapauto met Sammy en Ruddy naar het huis van de grootouders.
Opa was nog niet daar. Die deed zijn ochtendwandeling, met zijn krant in zijn jaszak.
Het middageten had tijd nodig en terwijl renden de jongens door de tuin.
De witgekalkte muren van de stadstuin met de perenbomen, het kot, de plisplanten, de ortensia, de schildpad en de hommels en de wespen die rond het kerstenkruid zwermden.

Vliegende dieren.
Vrije dieren.
Vogels en vliegende insecten.

Sammy wilde ze vangen. Vooral de hommels en de wespen.
Daarvoor gebruikte hij de lege sigarenkisten van grootvader.
Hij sloop behoedzaam naar een wesp op het kerstenkruid. Opende de doos rond het lila-achtige bloempje – en klapte ze dicht.
Daarna luisterde hij gespannen naar het zoemen in de doos.
Maar de doos sloot niet goed genoeg doordat er een stukje stengel tussen was geraakt.
De wesp was naar buiten gekropen en stak Sammy in de handpalm. Schreeuwend liep hij naar grootmoeder, die olie aan het rood opzwellende handje deed.

Metalen sigarenkistjes dienden  hier hun doel het beste. Metalen dozen sneden de stengels af en sloten beter, dan houten.
Sammy en Ruddy dachten ook een bijenkorf te kunnen opzetten met de gevangen insecten.
Maar het waren nooit echt bijen.

Hommels staken minder agressief dan wespen en waren dus gemakkelijker te pakken maar minder leuk. Kleine ter plaatse vliegende wespjes  -helikoptertjes- genoemd staken nooit en waren het minst verdienstelijk om te vangen.

 

 

30 – De Strip

 

 

-Allee, Nokel Fons judast dat wolfbeest nog eens dan kunnen de kadeekes nog eens lachen!
Die onnozele nonkel Fons kotert met zijn wandelstok tussen de tralies en slaat toevallig de sluitpin van het wolvenkot los.

-Hee wacht eens Siske! Waarom gaan die mensen plots lopen?

De wolf wie dat gejudas al lang zijn wolvenbotten uithangt springt belust op wraakt uit zijn hok.

-Rap in de boom Siske! Die wolf is uitgebroken!

Halverwege struikelt Siske over haar eigen voeten en…

-Lopen Limbak met Siske in een boom!

-Vooruit Eusebie, gij ook de boom in! ‘t Ziet er een woest bijtbeest uit!!

-Pfff! Als ge denkt dat ik mij voor zo’n schoothondje derangeer!

-Eusebie als ge het niet voor u zelf doet, doe het dan voor dat beest…’t zal zijn tanden op uw knoken verbrijzelen!

-Er zal hier juist niets te verbrijzelen vallen…Ik steek hem binnen twee minuten terug in zijn kot!

De wolf die van het knokenetende soort is stormt likkebaardend op Tante Eusebie.

-Houd u koest en werp mij liever uw allumeurke eens!

Limbak gehoorzaamt verbaasd en wanneer de razende wolf nog enkele passen van haar verwijderd is. Steekt tante Eusebie kalm haar papaplu in brand.

-’t zal wel rieken want de mot zit erin! Maar dat is zelfs nog beter!

Zoals alle wilde dieren bevreesd voor vuur vlucht de wolf ijlings in zijn hok.

– Oef! Water en bloed heb ik gezweet!
Eusebie waar hebt gij dat geleerd?

Een foto toont de kleine Sammy die schrijlings zit op de armleuning van de clubfauteuil onder een lampadaire terwijl papa hem dit voorleest.

Papa leest uit het rode boekje waar Sammy alleen nog maar de prentjes van kan begrijpen. De geheimzinnige lettertekens worden door papa met stemmetjes tot leven gebracht.

Telkens moest papa deze bladzijde lezen, tot Sammy’s groot jolijt.
Wanneer Sammy het verhaal reeds kende veroorzaakte het voorzien van de afloop ervan dubbel plezier.