72 – Massage

– Iris : massage! “Massage “met woorden, je praat met iemand, en er komt iets los, je bent niet dezelfde persoon alleen, als met twee, of terwijl je deel uitmaakt van een groep, of een familie, of een gemeenschap. Een maatschappij geeft je gestalte, een zelfbeeld – maakt dat er iets in jou in beweging komt, iets van jou dat je anders niet zou kennen, Iemand die steeds alleen is valt stil. Wanneer je geen frequent contact hebt dan “verdroogt dat gebied” in jou doro gebrek aan stimulatie, net als bij massage!

Sommigen mensen kunnen heel goed aanvoelen waar ze anderen zouden kunnen masseren om hen goed te doen, om pijn weg te doen ebben. Dat hebben ze niet geleerd op een speciale cursus. Want het is niet iets dat door een opleiding aangeleerd zou kunnen worden.  Dat ontstaat door gevoel van zuivere invoeling.
Doordat sommigen zich goed in iemand anders kunnen verplaatsen  – tenslotte hebben we allemaal hetzelfde lichaam – misschien wel gelijkaardige genot en pijn punten.  Iedereen wil wat respect, erbij horen en zelfs bij conflicten en bij nederlagen een uitwijkmogelijkheid die open wordt gelaten, een vluchtweg.

Wanneer die mogelijkheid er dan niet is, – of doelbewust door de tegenpartij wordt belet,  ontstaat er wrok.
– Anker :  Door wie of wat?

– Iris : Omgang brengt wrijving mee. Positieve en negatieve krachten komen vrij bij ieder menselijk contact. Dat kan even stimulerend zijn als teleurstellend zijn.

– Anker : En wanneer er helemaal niemand is?

– Iris : Door niemand, door gebrek aan iemand , door te veel alleen te zijn verzuurt iedereen.
– Anker : En waarom kroop Sammy dan in een hoekje, waarom zonderde hij zich af?
– Iris : Wel, we hebben dat al even aangehaald, thuis kent hij geen …heeft hij zijn ouders nooit ervaren als invoelend, medelevend, betrokken, …ik weet niet wat het juiste woord is, hij heeft ze nooit ervaren als ….of misschien wel als klein kind,- maar daarna niet meer, …om verschillende redenen hij had daar zelf ook schuld aan, waarschijnlijk…wanneer je hier schuld zou kunnen inwerpen, – schuld  -in die zin dat hij zich steeds meer wou terugtrekken.
– Anker : Om zich veilig te stellen?
– Iris : Ja, zo zou je het kunnen noemen.  Om zich tegen aanvallen te behoeden. Het ouderlijk huis was wel een toevluchtsoord maar geen plek waar het kind zich als gewaardeerd, geapprecieerd ervoer, waar respectvol met hem werd omgegaan.
– Anker : Hielden zijn ouders dan niet van hun oudste zoon? Meen je dat!?
– Iris : Tja, het …eigenlijk wel, maar niet op een manier waarop het goed was voor het kind. – Ze hielden zeker erg veel van hem, maar gaven hem een verkeerde aandacht.
– Anker : Narcistische bezetting – heb je mij verleden week uitgelegd, heeft het daar mee te maken?
– Iris : Wel ja, daardoor ontstaat er iets dubbel in iedere omgang, die weldadige massage ervaren bij ieder positief contact, die helende kracht die koestert, dat miste hij wel.
– Anker : Maar Iris, ik kan mij dat allemaal toch moeilijk voorstellen, dit lijkt mij allemaal zo onwezenlijk, ook pijnlijk eveneens. Ik moet toegeven dat ik dat allemaal niet echt kan begrijpen of plaatsen.
– Iris : Ja, Anker, in een gezin kunnen de mooiste maar ook de lelijkste dingen gebeuren!
– Anker :Hoe bedoel je?
– Iris : Door dat gezinsleden zo sterk aan elkaar verbonden zijn, doordat ze zoveel samen hebben meegemaakt, zijn ze sterk aan elkaar gehecht. Zelfs zo sterk, dat therapie, of opvang daar nog maar weinig tegen in kan brengen.
– Anker : Niemand kan de pijn er nog uit masseren, eens dat die zich vastgezet heeft?
– Iris : Ja…,(zucht, kijkt op zij, aarzelt) Hoe positief en helend iemand ook opnieuw verwelkomd kan worden – dat ontvangst kan nooit die gezondmakende kracht leveren die nodig is om iemand helemaal van jeugdtrauma’s te bevrijden. Je mag ook niet vergeten dat de persoonlijkheid vorm werd gegeven mede door die trauma’s. Zoals een jonge boom is krom gegroeid – je kan de stam wel wat staken maar je kan er geen rechte boom meer van maken. (…aarzelt, zucht)  Maar …misschien hoeft dat ook niet! – We, we bekijken het nu zeer negatief. Maar trauma’s kunnen ook iemand sterken! Door kwetsuren wordt iemand gevormd, en misvormd misschien ook, gaat lijden, …
– Anker : Er zijn dus twee dingen: – ‘masseren’ hebt genoemd: het stimuleren, verwelkomen zoals je zegt, aanvaarden, respecteren van iemand –  dat het positieve in beweging brengt, en het omgekeerde – traumatiseren? – Hoe zouden we dat het best noemen?
– Iris : Wel, …wat zou het omgekeerde voor masseren kunnen zijn? Is er daar een woord voor? Slaan misschien?…Kwetsen?
– Anker : …Wacht nu even, “masseren” stimuleert de goede dingen: het voedende, dat wat kracht geeft.
kwetsen” doet krimpen.

Roept weerwerk op, stress, angst, onzekerheid. …Maar kan toch ook leren om weerbaar te zijn? Door geschonden te zijn wordt men ook opstandig?
Wanneer iemand nooit buiten  een hechte positieve omgeving treedt – nooit buiten zijn comforzone komt – kan die dan nog de wereld aan? – Deze harde maatschappij, die strijd, die sommige eider dag moeten voeren ook tegen onverschilligheid?

– Iris : Wel, Anker, het is net omgekeerd!
We putten allen onze kracht uit de waardering, steun, liefde, en knuffels die we als kind hebben gekregen. De moedigsten onder ons zijn degenen die het geluk hebben gehad om uit een warm nest te komen!
– Anker : Overdrijf je nu niet? Ik zou mij toch ook kunnen voorstellen dat mensen precies hun krachten puren uit hun ongelukkige jeugd – om dingen te veranderen – om niet op te geven te strijden tegen onrecht, enkele en alleen al omdat ze zelf zoveel onrecht of tekortkomingen hebben ondergaan?
– Iris : Ja dat kan ook – daarin heb je gelijk, iemand kan met zijn trauma’s zodanig omgaan dat die krachten zijn geworden, maar ook hier zie je hoe bepalend die jeugdervaringen kunnen zijn…Iemand die narcistisch bezet is geworden – zoals we verleden keer bespraken – is niet langs dat massagesalon gepasseerd – of heeft zichzelf een hele reeks bruggen dienen te bouwen om dagelijks met zijn gemis te kunnen leven, nog meer om het niet aan anderen over te dragen.

 

Advertenties

70 – Mislukken

opname  start

 

 

– Iris : Ongeveer alles wat Sammy ondernam was gedoemd om te mislukken.
– Anker : Gedroomd om te mislukken?
– Iris : Wees nu even ernstig, Anker!
– Anker : Nou goed! maar je maakte  zo’n pathetische aanzet, zo dadelijk volgt er nog een treurmars!
– Iris : Wat – ik – bedoel …- het is opmerkelijk dat Sammy allerlei onderneemt – maar in het beste geval komt hij er met een voldoende vanaf; –“erdoor zijn” een uitdrukking die zijn vader veel voor hem gebruikt.
– Anker : Hij vraagt van zijn zoon geen prestaties, maar slechts om “er door te zijn” Een vader die niet veel eisen stelt aan zijn zoon, die het hem gemakkelijk maakt, zeg maar, Victor Vander Straet’s bericht aan zijn zoon is: – Kijk, Sammietje, voor mij hoef je geen uitblinker te worden – ik ben reeds blij wanneer je gewoon je best gaat doen om de nodige punten te halen, zodat je naar het volgende jaar over kan – fijn toch, geen druk! Geen stress, ideaal voor een luilekker leventje voor een jongen! – speel maar! – luier maar! Het hoeft allemaal niet! Wij zijn er wel om voor jou te zorgen! Jij moet enkel maken dat je aan het eind van het jaar niet moet overzitten – Veeleisend was die vader niet, toch?
– Iris : mm…Ja zo schijnt het (…) (bijt op haar lip, wendt de blik even af, denkt na)
– Anker : Ik ga er van uit dat je het nu over de schooldagen van Sammy hebt?
– Iris : Ja – die periode waar nog niet veel over hebben gezegd.  – Zijn puberteit en zijn jonge jaren, van zijn veertien tot zijn negentien zeg maar…
– Anker : De periode waarin hij zwijgt – geen woord meer zegt – stilvalt?
Dus:  – Sammy loopt school? En waar zit zijn broertje dan? Zelfde school of wat doet die?
– Iris : Ruddy loopt dezelfde school, drie studiejaar lager.
– Anker : En Sammy had geen vrienden, niemand tegen wie hij wat zei?
– Iris : Dat is moeilijk uit te maken – dat zijn dingen waar je ook weinig over te weten kan komen – indien wij er ons niet mee zouden bezighouden, wie in Gods naam zou dat dan wel willen doen? Wie wil de jeugd omspitten van een “probleemjongen” uit het midden van de vorige eeuw, die nu reeds lang is overleden?
…(even stilte, geruis op de achtergrond, het aanslaan van een motor)

Tijdens die tijd heeft niemand – voor zover ik aan de weet ben gekomen – niemand ernstig op hierop gereageerd – ook zijn ouders niet, ook de school niet.
– Anker : De schoolpsycholoog?
– Iris : In die tijd bestond dat helemaal niet, Anker! Er was helemaal geen “schoolpsycholoog” – school stond toen volledig in teken van tewerkstelling – je studeerde iets waar je later je brood mee zou kunnen verdienen – Er bestond wel zo iets als  studiebegeleiding  – in die zin dat de jongeren georiënteerd werden in hun studiekeuze, maar verder ging dat niet. In mijn tijd – (ik ben van een wat jongere generatie dan Sammy) – wanneer ik school liep waren er wel psychologische testen, en waarnemingsoefeningen, en intelligentietesten – maar naar een gezin situatie, of welbevinden van de jongere werd niet gepeild. In die tijd, toen schreven psychiaters enkel medicijnen voor, die luisterden niet naar hun patiënten.
– Anker : Ja, ik herinner mij nu dat ik daar wat over gelezen had in zijn nota’s hij noemt ze ergens bij naam, die medicijnen, omdat ze hem zo vertrouwd in de oren waren gaan klinken zijn. Wat was het weer?
– Iris : Ja, hij geeft aan dat zijn ouders beiden jaren op consultatie bij een psychiater zijn gegaan en dat die hen dan Valium voorschreef, of  Dogmatil, Anafranil, Tranxene, en wat weet ik allemaal.
– Anker : Nou goed, maar we hadden het over zijn plannen, wat hij aanvatte, zijn studies, niet?
– Iris : Wel ja, (…) Waar was ik ook al weer gebleven – ach ja, – zijn vader vond alles goed wat hij deed, en Sammy – bleef over de ganse lijn middelmatig.
– Anker : Hij had geen vrienden, geen contact, zijn ouders zaten onder de pillen, hij maakte zijn werk voor de school zonder veel inzet, – …eigenlijk was hij gewoon “lui” zeg het maar ronduit! – alles mislukte om de eenvoudige reden dat hij lui was, en omdat zijn ouders zich niet lekker voelen, niet valiede genoeg om hun zoontje flink eens op zijn nummer kunnen zetten – en hem er toe aan te zetten tot beter zijn best te doen op school.
– Iris : Hoe bedoel je?
– Anker : Hadden zij zich in goede gezondheid bevonden dan hadden ze ook beter in staat geweest om hem bij te sturen – ze stelden weinig eisen omdat hun toestand niet toeliet nauwgezet hun kinderen op te volgen. Ze misten daar de nodige energie toe!
– Iris : Ja, (…) dat zal zo wel zijn, (hmm…) maar het ligt nog moeilijker. Het hangt er van af hoe je dit bekijkt – “lui”, ja  – wellicht! – maar je kan ook niet spreken van een kind dat opgroeit in een  positief stimulerende omgeving.
– Anker : Hmm, tja…maar waarom zeg je  …hoe bekijk jij het dan?
– Iris : Wel, we hadden al gezien dat de vader van Sammy zelf een heel afwezige vader had, en een zeer bazige moeder. “Vaderloze Vaders“ herinner je? Ik heb daar een tijd geleden een stukje over geschreven?
– Anker : Ja, ja – ga verder…
– Iris : Sammy had een vader die zelf nooit, door zijn vader, tot de orde werd geroepen.
– Anker : …En dat gelijkt op de manier waarop hij dan weer zijn eigen zoon, Sammy behandelt? – Hij stelt hem geen eisen net zoals zijn eigen vader aan Viktor geen eisen stelde?
– Iris : Ja inderdaad, maar er is meer,…
– Anker : …wel?
– Iris : Tja, hoe zal ik het uitdrukken…
Toen die zelf jong was nam Viktor, de vader van Sammy, een vooraanstaande plaats in dat gezin, hij werd door omstandigheden de kostwinner – want zijn vader werd werkloos tijdens de oorlogsjaren.
Het was een vader die afhankelijk werd van zijn zoon, de verhoudingen werden omgekeerd! in plaats dat Viktor de zorg ontving  – die hem als kind behoefde – diende hij voor zijn vader te zorgen – voor dat gezin te zorgen – dat de ontberingen kende van een oorlog.
– Anker : Viktor – de vader van Sammy – werd dus zelf nooit bijgestuurd door zijn eigen vader, en hij nam dat gedrag over ten aanzien van zijn zoon?
– Iris : Neen! Het is net omgekeerd! –
Voor Viktor vormt Sammy een bedreiging!
(korte stilte)
– Anker : … nu volg ik je niet meer, wat bedoel je? – …iets in verband met psychoanalyse, waar we het vorige keer over hadden?
– Iris : Ja, precies,  psychoanalyse! … maar dat wordt een lang verhaal.
…Dat is niet zo eenvoudig om uit te leggen.
– Anker : bedoel je dat zijn vader hem dééd mislukken, hem liet mislukken?
– Iris : in zekere zin wel ja, maar
(…)
– Anker : Dat meen je toch niet!?
– Iris : kijk Anker – we kunnen het op verschillende manieren bekijken en ik weet ook niet wat hier de juiste is. Maar wanneer er iets vreemds in een gedrag sluipt dat niet zomaar uit concrete gebeurtenissen voortvloeit – dat niet onmiddellijk als reactie op ervaringen af te leiden is – dan moeten we dieper graven! Dat wordt een moeilijke conversatie waarbij ik zelfs wat psychologie uit de doeken zal moeten doen – ik ben geen psycholoog – maar ik heb er heel wat over gelezen en ik heb ook veel naar mensen geluisterd, en mijn conclusie is dat er zo’n dynamiek kan bestaan waarbij in een gezin de rollen worden omgekeerd. Dat vraagt om een beschouwelijke benadering. Maar het gaat over pijn, helse pijn, spanning. Soms moet je met je pijn naar een dokter omdat die beter kan uitmaken wat de oorzaak van je ellende is – de uitleg die de dokter geeft kan dan medisch klinken, en zelfs erg ingewikkeld zijn, maar de pijn is daardoor niet minder wezenlijk.

opname stop

 

 

69 – onder zwijgen

Rec. Start

 

– Iris : Niemand kon Sammy plaatsen, hij hoorde nergens bij stond overal buiten.

– Anker : Huh?

– Iris : We hebben ondertussen wel verschillende verwensingen aan zijn adres gehoord, Anker, en vele mensen die een heleboel positieve dingen over hem zegden, maar niemand kon eigenlijk zeggen dat hij het gevoel had of die Sammy eigenlijk wel kende.

– Anker : Ja wanneer je je afsluit, wanneer je zelf met niemand contact wil…

– Iris : Ja da is ook zo… maar … er moet een welbepaalde reden geweest zijn waarom

– Anker : Tja… daar zoeken we nu al een hele tijd naar.. we vallen in herhaling! -is het niet eenvoudiger om zeggen dat Sammy gewoon alleen wou zijn, dat hij zo één van die mensen was die het liefst op zijn eentje leefde, niet iedereen is een sociaal wezen, niet iedereen wil overal steeds bijhoren. Denk maar aan kluizenaars bijvoorbeeld.
Rust vind je niet tussen de massa.
Wanneer jij aan meditatie doet dan sluit je je toch ook af? Dan wens je toch ook niet gestoord te worden – waarschijnlijk hoeven we niet verder te zoeken.
Iemand kan gewoonweg zo geaard zijn dat hij niet erg op gezelschap gesteld is.

– Iris : Ja, wellicht, …zo zal het zeker voor een stukje zijn, dat is duidelijk, hij heeft het ook haast heel zijn leven alleen uitgehouden, en ook de hobbies die hij had betrokken hem niet bij de anderen, hij maakte schilderijen, bracht veel tijd alleen door op zijn atelier hier.

– Anker : Hm, …maar soms vind ik hem zielig. Sammy roept soms medelijden op. En aan de andere kant ook wrevel, die wrevel die een narcistisch iemand kan oproepen – ik stel mij hem soms voor als iemand die steeds het gelijk wilde halen, die nukkig was, die zich boven de anderen verheven waande.

– Iris : Ja, dat heb ik nog gehoord, maar mensen die hem beter hebben gekend zeggen dan weer precies het tegenovergestelde: “dat hij veel te goed was voor deze wereld” en zelfs: dat hij mensen bijstond die door iedereen waren verlaten, dat hij steeds bereid was te luisteren naar iemand met problemen.
– Anker : Een vat vol tegenstellingen…

 

(stilte)

 

 

– Iris : In zijn jonge jaren heeft hij wel heel wat weg afgelegd, …zich bijna toegelegd op de omgang met anderen – hij bewonderde toen enorm eender die daar sterk in was, die vlot was in de omgang, dat was hij helemaal niet…

– Anker : …Zoals iemand in een rolstoel een danser kan bewonderen?

– Iris : …vlot in de omgang was hij in geen geval. Niet iemand die roddelde of plezier had in een babbeltje
– Anker : Ieder gesprek was voor hem een opgave …”alsof het op mijn kosten werd gevoerd” schrijft hij ergens – “alsof zijn taximeter draait bij ieder contact” maar dat de rekening steeds voor hem is.

– Iris : Tja, niet eenvoudig, (…) Wat denk je? …er even mee stoppen? de boeken sluiten?

– Anker : Zijn we eigenlijk wel ooit naar iets op zoek geweest?

– Iris : Anker, wat mij wel bezig houdt …is het feit dat… hoe zou ik het kunnen noemen… dat iedereen de dingen zo vaak en zo gemakkelijk klasseert!

– Anker : Hoe bedoel je?

– Iris : Bijvoorbeeld psychoanalyse.

– Anker : Psychoanalyse!? Wat wil je daar mee zeggen?

– Iris : Ken je Sigmund Freud?

– Anker : Ooit wel van gehoord, soms grappig gevonden, maar nooit echt goed begrepen.

– Iris : Freud gaat onder andere grappen en humor analyseren, en die duizende kleinen dingen van iedere dag, waar we geen aandacht aan besteden. – Het verspreken en vergissingen, het vergeten van dingen, en waarom we om iets moeten lachen…

– Anker : Ja?

– Iris : Wel, Anker, door onze aandacht – door onze “andere aandacht” aan dingen te geven kunnen we even onder de uiterlijke schijn ervan kijken.
Daarom was Freud ook zo erg in de droom geïnteresseerd. Iets van de slaap – waar toen niemand aandacht voor had. Door aan die kleine menselijke dingen studie te besteden kon hij verborgen inhouden over onze cultuur onze maatschappij ontdekken, en ook wat daar ziekmakend in kon zijn, het “onbehagen” noemde hij dat.

– Anker : Bedoel je dat we de richting van een psychoanalyse uit moeten gaan?

– Iris : Ik denk wel dat dat zou helpen, dat we hem daardoor beter zouden kunnen begrijpen…

– Anker : Hmm,- wel, kan jij psychoanalyse toepassen?

– Iris : Neen, natuurlijk niet, ik heb er enkel veel over gelezen, en eigenlijk moet je daarvoor iemand aan de praat kunnen krijgen
en dat kan duidelijk niet, want Sammy is niet meer.

– Anker : Aan de praat krijgen?
– Iris : Ja, hij moet praten, vrij associëren.

– Anker : En wat dan?

– Iris : Dan moet de analist de precieze vragen stellen, of Hmm zeggen – meer niet.

– Anker : Kunnen mompelen en zuchten is dus genoeg om psychoanalyst te spelen? Lijkt mij geen moeilijk beroep. Ik zou dat in verschillende vormen en toonaarden kunnen – ik zou bijvoorbeeld (in verschillende toonthoogten en stemetjes)mmmm!”  of “hmmm” of “ha zo!” kunnen zeggen – of “wel, wel, wel” – lijkt mij helemaal niet moeilijk om analyst te kunnen worden! (grinnikt)

– Iris : Ja! lach jij maar!

– Anker : Mijn grootvader ging wel bij de sjamaan van ons dorp – hoe heette hij ook al weer?  Ik herinner mij een oude grote magere man, steeds in traditionele kleding, alsof hij zijn taak nooit van zich aflag – Toen grootvader regelmatig hoofdpijn had, vroeg hij de sjamaan om hulp – en dat hielp wel, ik weet niet hoe die sjamaan dat aanpakte, misschien neuriede hij ook wel “hmm” of and “aum” (lacht) Maar grootvader was daarna verlost van hoofdpijn …

– Iris : Anker, wanneer je niet ernstig kan zijn dan houden we er voor vandaag mee op. Ik geloof in natuurlijke genezingswijzen. – Of Freud het bij het rechte eind had, dat laat ik in het midden, de tijden zijn ondertussen erg veranderd, en de zeden eveneens! Volgens Freud kwam alle kwaad van de libido wanneer die geen rechte weg naar bevrediging kon vinden en daartoe andere, complexe wegen zocht om zich te bevredigen, die als een soort obstructie de psyche bedwongen…

– Anker : “obstructie” daar zeg je me wat, – zwijgen als een vorm van obstructie.- Maar welke seksuele betekenis zou je die dan brengen?

– Iris : Dat weet ik niet zo direct. Je zou kunnen zeggen dat Sammy bijvoorbeeld homoseksuele gevoelens koesterde, daar werd in die tijd moeilijk meer omgegaan. Dat hij daardoor zijn gevoelswereld niet kon delen. Ook niet met zijn ouders. Maar andere feiten spreken dat dan weer tegen. – Hij kende wel wat succes bij vrouwen toen hij een jonge man was! Hij is verschillende keren erg verliefd geweest en had in die tijd ook een erg actief seksueel leven (wend blik af, wordt stil, bloost bijna zichtbaar)

– Anker : Psychoanalyse? (…) bof! – Wat ik nu plots heel erg vreemd vind is dat hij zoveel schreef, -zweeg maar schreef – blijven zwijgen maar blijven schijven- wat zegt dat dan over hem?
Iemand weigert te spreken, sluit zich af voor contact, maar heeft tegelijk toch behoefte tot schrijven en schilderen, hoe rijm je dat aan elkaar?

-…

 

rec. stop

65 – Wolken Vormgeven

 10’11”

 

– Iris : Ja wie is hij, Sammy, dat weet hij zelf niet. Daar blijkt hij heel zijn leven naar op zoek te zijn geweest.
– Anker : Het is zo iets als (zoekt zijn woorden) “een wolk vormgeven”, Iets is duidelijk aanwezig  – maar je weet nooit tot waar het zich precies uitstrekt of wanneer het van vorm zal gaan veranderen…
– Iris : (…) Ja, zo lijkt het me wel. (…) Doordat zijn jeugd zo contact arm was is dat wel goed te begrijpen. (…) Je weet maar pas wie je bent door contact met de anderen.
– Anker : Hadden we dit gesprek eerder al niet gehad? (…)  Ja, we komen steeds op dezelfde onderwerpen terug: “het zwijgen en haar gevolgen” zeg maar…
– Iris : (…) En toch blijf ik vermoeden dat het zwijgen van Sammy er was om iets te verbergen – te ver-zwijgen. Zwijgen is verzwijgen, is iets niet kunnen- of niet willen zeggen, de onwil tot spreken de onwil tot communiceren.
– Anker : En, die onwil bestaat omdat er iets “verzwegen” dient te worden?
Wanneer ik je goed begrijp zie jij het zo: De natuur van eenieder bestaat er in om mee te delen, te spreken, spontaan contact te zoeken. Anders is er wat mis. Dan zit iemand met iets?
– Iris : Wel,… Ja en neen, …we praten toch ook om de gezelligheid, om tijd te vullen, de gewone shit-chat, over onderwerpen die algemeen zijn.
– Anker : Zou dat misschien ook een vorm van verzwijgen kunnen zijn? Over een ander onderwerp gaan spreken? De aandacht naar iets afleiden?
Hoe gericht is onze communicatie? – en wanneer ze gericht is – vertrouwen we dan nog op haar intimiteit?
– Iris : Ja, dan wil je wel iets van iemand – het zakelijk gesprek is zo – een handelsovereenkomst, maar ook het leergesprek, de school, de instructie, of het vraaggesprek…
– Anker : Inderdaad ze zou op vele manieren kunnen spreken zonder ooit iets te hebben gezegd! (grinnikt)
– Iris : Zo is dat! (lacht)
– Anker : Maar zo verging het niet met Sammy – zijn zwijgen werd een soort kramp.
– Iris : Ja, dat zeker, iets dat hij zelf nooit onder controle heeft kunnen houden. Een blokkering ? Hoe zou je het kunnen noemen?
– Anker : Wanneer je in je omgeving weinig mensen kent die je aanspreken, die respectvol met je omgaan, je een zekere achting of vriendschap bejegenen, je in vertrouwen nemen, je groeten, of je even toelachen.
– Iris : Ja, een mens stelt zich maar open en kwetsbaar op in een omgeving die te vertrouwen is.
– Anker : En dat was rond Sammy nooit voldoende aanwezig?
– Iris : De vraag is : Waar begin je? –  Hij kende dat eigenlijk niet –  zeker niet in het ouderlijk milieu. Maar Sammy heeft toch verschillende keren erg moedige pogingen ondernomen om die grenzen te doorbreken. Hij heeft dingen gedaan waar je hem niet zo direct mogelijk toe zou achten. Wanneer je zijn verhaal nagaat. En aan de andere kant is het dan ook weer zo vreemd dat hij steeds  weer terugvalt. Dat hij relaties zal afbreken die hem toch wel veel vertrouwen schonken. (…) Kijk Anker, na al wat ik tot nu toe van hem gelezen heb, blijft dit mij nog erg onduidelijk – waarom hervalt hij steeds !? Waarom slaagt hij er nooit in om definitief loskomen? Waarom slaagt hij er niet in om uit die cocon uit te breken. – Slechts eventjes maar gelukt het hem telkens. Bij bijzondere personen, of tijdens therapiesessies…
– Anker : Ja, therapie, je had het over die diagnose en die psycholoog?
– Iris : Ja! Psychologie heeft een grote rol in zijn leven gespeeld – maar… (zucht, wend de blik af)
– Anker : …omdat het een hefboom is?
– Iris : Hoe bedoel je, Anker?
– Anker : Wel een psycholoog zoek je op wanneer er iets niet goed met je gaat. Wanneer je een met probleem worstelt.  Sammy ging ook psychologie studeren. Zocht hij niet naar een hefboom om daar zichzelf mee op te tillen ?- een hefboom die hem helpen kon om daar te geraken waar de natuurlijke weg van zijn leven hem niet zou hebben kunnen  leiden? Zocht hij naar een techniek? – zocht hij niet naar een technische oplossing tot communicatie herstel?
– Iris : In zijn jonge jaren moet hij zich bewust geworden zijn van een “probleem” – dat hij niet zo vlot was als de anderen. Dat hij niet veel meemaakte,  dat hij geen of weinig vrienden had…Jonge mensen vergelijken zich voortdurend met hun leeftijdsgenoten, zoeken hun maatschappelijke plaats, wedijveren kiezen voor sport, inderdaad…een hefboom, tja.. (aarzelt, kijkt neer, perst zoekend de lippen op elkaar  …) maar er is nog wat anders… Door naar het gewone samenzijn te gaan kijken van uit psychologische hoek zocht hij een zekere aftands op – een zekere…
– Anker : Een diagnose?
– Iris : Ja, (aarzelt, weer de blik even in gedachten afgewend, zoekend-) ja, zo zou je het kunnen noemen. Hij zocht naar een diagnose voor zichzelf, een zekere objectiviteit…hij zocht zichzelf te benoemen  te ontdekken zoal je …je een diagnose, hij wilde een soort zelf-diagnose stellen


– Anker : …Vreemd…

 

  (stilte)

– Iris : Vreemd ja…

(stilte)

 

 

Stop Video

 

62 – Het Weefsel

 

 9’10”

Anker – Waarom lezen Sammy’s teksten zo moeizaam?

Iris – Omdat…omdat hij zich aan ons wil voordoen.  …- omdat hij een rolletje speelt waarachter hij zich verbergt.

Anker – Verbergen voor wie? – Voor ons?- Wie zijn deze lezers?
Wie had hij gedacht zijn lezers te zullen zijn? Er was toen helemaal niemand!

Iris – …Dat wat hij schreef was inderdaad nooit tot iemand gericht. Daar heb je gelijk in, ik denk dat hij voor zichzelf schreef- hij gebruikte soms een soort geheimtaal, een code…

Anker –  Waarom? Kon dat te maken hebben met zijn isolement?  – Geraakte hij achter op zijn leeftijdsgenoten door isolatie?

Iris – … of was het net andersom!? – Je moet je ook voorstellen dat  Sammy op 19 jarige leeftijd zeker niet de rijpheid bezat van zijn leeftijdsgenoten!
Hij bleef wat achter. …Sociaal dan toch. In zijn omgang met de anderen…

Anker – Naar de universiteit gaan, naar de hoofdstad, vertrekken uit de Grauwegomme – een provinciestadje waar nagenoeg iedereen iedereen kent – in een heel andere leefomgeving terecht komen – het studentenleven van mei 68! Dat moet toch iets voor hem hebben betekend?

Iris – Ja, inderdaad, de “Summer of Love(lacht) – die tijden van seksuele bevrijding – Sammy heeft op dat moment helemaal géén seksuele ervaring  gehad…en hij had weinig of geen vrienden zoals we hebben kunnen opmaken.

Anker – Ja, hij heeft haast helemaal geen omgang gehad met leeftijdsgenoten!

Iris –  ja, zo is dat! – Sammy had geen vrienden,-  rende van de school onmiddellijk naar huis – sloot zich op, zelfs de luiken bleven neergelaten! – Kijk, hier staat het …lees hier, bij schrijft dat hij naar muziek luisterde tot precies 10 voor 6,  want dan hoorde hij de sleutel in het slot draaien – Dat was het moment waarop zijn ouders thuiskwamen, terug van hun dagtaak en even daarna bracht grootmoeder zijn jongere broertje Rudy.
Vader en moeder spraken weinig met elkaar. – Of ze hadden ruzie. Aan tafel ging hun aandacht vooral naar de drie jaar jongere Ruddy.  – Wat Sammy blijkbaar niet opmerkte was dat zijn ouders bij het avondmaal hem nooit aankeken! Ze sloten hem uit met hun blikken. Bijvoorbeeld… Hier schrijft hij dat vader regelmatig schrijlings aan tafel zit, met de rug naar hem.

Hier kijk : Vader steeds klaagt over de kwaliteit van het eten, – die soep is zuur!  Die kan ik niet eten!- roept hij uit, en zet demonstratief zijn bord tegen de grond. De hond komt aangelopen, snuffelt even aan de teljoor en loopt dan weer weg –  wat vader weer een nieuwe reden om spotten geeft. Het avondmaal is iedere dag een moment van spanning – iedere keer dat de familie samenkomt heerst er die druk –  en die wederzijdse verwijten

Anker – Inderdaad, ja – Sammy zal iedere bijeenkomst rond een tafel ervaren als spanning – iedere vorm van samenkomst die er uitziet als die van een gezin wordt door hem als spanning , als druk, ervaren, schrijft hij later. –  Maar… waaruit heb je kunnen opmaken dat zij “niet naar hem opkeken”?

Iris –… Tja, …(stilte)

Iris – Ja, … je voelt dat aan, – dat blijkt uit hoe hij dat allemaal vertelt … hij geeft nergens aan dat ze belangstelling voor hem hadden – of dat ze vragen stelden zoals – hoe was het geweest op school? – bijvoorbeeld – of hoe is het met je vrienden gesteld? – net al die dingen die gezelligheid in een gezin brengen, die dagelijkse kleine attenties- …Zelfs als zou Sammy gepraat hebben dan was er niemand om naar hem te luisteren. Zo te zien heeft niemand hem  nooit aangemoedigd tot spreken! Of belangstelling getoond voor wat er in hem omgeing, of  zelfs maar een teken gaf waarmee zijn aanwezigheid bevestigd of op prijs werd gesteld! Je kan gerust zeggen dat zijn ouders -misschien wel gans zijn familie-  Sammy’s aanwezigheid als een last beschouwden… kijk hier schrijft hij dat zijn moeder zijn blik niet kan verdragen en dat ze fel uitroept waarom bekijkt ge mij altijd zo! 

En wanneer buren opmerken dat hun oudste zoon altijd zo stil is, zo schuchter – ‘”is hij soms ziek?” vraagt er één – “neen, Sammy is gewoon zo” – antwoordt zijn moeder.
Alsof het de doodgewoonste zaak van de wereld is.

(stilte)

Anker –  …En wat gebeurt er wanneer hij 19 werd? –  Ging hij niet wekelijks naar “De Grommel” Had hij dan daar geen vrienden? –  Dat jeugdhuis werd zijn “leerschool” is het niet? – Hier leert hij eindelijk met leeftijdsgenoten om te gaan. Hier leert hij pas praten met de anderen?

Iris – …mmm, Ja zo is dat! – een soort leerschool! – Dat heb je goed verwoord…De Grommel is zijn sociale leerschool – Hier krijgt hij gaandeweg een beeld van zichzelf en schrijft over die ervaringen om uit zichzelf wijs te kunnen geraken. Om zich een speigel voor te houden. Dat is eigenlijk de reden waarom hij dat dagboek bijhoudt. Hij probeert steeds opnieuw om tot inzicht in zichzelf te komen. Hij probeert te weten te komen wie hij in wezen is…

Anker – (schraapt zijn keel) ja, kan je dat wat meer verduidelijken?

Iris – Wel Anker, het is  heel gewoon – Kijk maar naar het gedrag van de mensen om je heen! Kijk naar iemand die met een klein kind omgaat, bijvoorbeeld – die doet ook een beetje “kinderlijk” – je richt je steeds naar de andere, in je daden,  en in de keuze van je woorden, zelfs in je lichaamshouding. Je gedrag maakt deel uit van een “gemeenschappelijk” of maatschappelijk-  of groepsgedrag.
En door die praktijk, door die ervaring, door het dagelijks doen kom je gaandeweg aan de weet wie je zelf bent! …door de manier waarop anderen je bejegenen, reageren op je gedrag, door uitdagingen soms, door plagerij, door samen met leeftijdsgenoten op te trekken je komt te weten kom je te weten wie je zelf bent – of, beter gezegd – je ontdek jezelf en de anderen! …In en samen met de andere! Zo is dat! (glimlacht, wacht op een reactie die er niet komt)
– Dat is trouwens wat ieder jong mens doet – hij leert te zijn wie hij is te midden van leeftijdsgenoten – de “peers” zoals men dat noemt – en dat is precies wat aan Sammy tot dan toe heeft ontbroken!

Anker – Doordat Sammy minstens vijf jaar met niemand had gesproken – doordat hij in die tijd enkel fysiek aanwezig is geweest – zeg maar- kon hij al deze sociale verworvenheden niet leren. Al die gewone dag-daglijkse gesprekken, en de dingen  die je noodzakelijk op die leeftijd doormaakt   –  die waren gewoon nooit opgetreden! Die kende hij niet door afzondering. Dat is wat je bedoelt?

Iris – Wel, Anker, Sammy vervreemde van zijn omgeving op een leeftijd die precies cruciaal is om deze sociale verworvenheden aangeleerd te krijgen!

Anker – En dat probeert hij nu in te halen door te schrijven?
…door over zichzelf te schrijven?

Iris – Ja, zo is dat! … en hij doet dat in de woorden die hij kent. De begrippen, de zegswijzen, uit liedjesteksten en uit de populaire romans uit zijn tijd, en uit de schoolse taal – niet zozeer de spreektaal van onder vrienden, want die kent hij niet! Die klinkt niet door in het dagboek…

Anker – …De schrijvers van de bevrijding van de jaren zestig in Europa en Amerika…

Iris – Ieder ding dat hij ontmoet, iedere zaak waarop hij zijn eigen reacties min of meer kan vaststellen om het in Sammy’s taal te zeggen – fungeert als een loskomend draadje van een weefsel dat hij steeds verder zal trachten te ontrafelen.

Maar doordat hij zelf niet weet wie hij is – of nog beter – doordat hij zich enkel heeft kunnen spiegelen aan – aan “bolle en holle spiegels” – ja, zoals in een spiegelpaleis – is hij nooit gekomen tot een ‘recht spiegelbeeld’  – een rechtmatig beeld van zichzelf – een beeld waar hij vrede mee kon nemen, en dat overeenstemt met dat wat de anderen van hém hebben…En ondertussen doet hij zich voor, speelt hij een soort rolletje of een opeenvolging van rolletjes.
Anker : Daarbij doet hij zich voor – doet hij zich voor aan wie?
Speelt hij een rol voor wie? Zijn schrijfsels zijn toch aan niemand gericht?

Iris: – Ja, hij doet dat enkel voor zichzelf voor… hij doet zich aan zichzelf voor, zou je kunnen zeggen.
Hij speelt hij een rol – of ontdekt zijn plaats in de wereld, zijn eigen rol, zoals iemand die voor het eerst zijn beeld in een spiegel ziet, of zijn eigen stem hoort op een bandrecorder, of op film of foto.

Anker : ja, maar er zit mij nog iets dwars…”eigenliefde”?

Iris – Ja, …(zucht) …Maar daar zit ook iets erg jammers in –
– wanneer je  jezelf een geschreven rol toebedeelt-
– wanneer je een dagboek houdt waarin je zelf als personage optreedt – dan geraak je daardoor  ook wat verstrikt.  Het krijgt in iets gekunsteld, zoals je houding voor de spiegel in een pashokje met een nieuw pak.
je wordt dan zelf dan even tot personage, je vertolkt even je eigen voorgeschreven rol
je wordt een moment bordkarton, en die vertolking schrijf je neer…

Een schaduwspel, een rol in een theaterstuk.

Ervaringen vast leggen is ongeveer het tegenovergestelde…

 

Anker : Wil je dat even uitleggen?

Iris : Stel je even een reisverhaal voor,  – in een reisverhaal probeer je je nieuwe ervaringen vorm te geven. Je beschrijft het verloop van de tocht, wat je hebt gezien en meegemaakt, de mensen die je hebt leren kennen, dingen die je bijzonder zijn opgevallen, en ook wel de problemen onderweg… Die prikkels, die dingen die op je afkwamen… Onderweg leer je jezelf kennen. Misschien daarom dat jongen mensen soms beslissen van alleen op reis te gaan. Ze zoeken naar zichzelf. En daar kan je zijn leven op negentienjarige leeftijd een beetje mee vergelijken – en het schrijven was zo zijn middel… Eigenlijk kende hij op dat moment waarschijnlijk niets anders, las hij romans die  zelfbespiegelend waren, zoals er in die tijd heel wat zijn geschreven. Sammy’s dagboek is haast een zelfportret is met gesloten ogen

Anker – Maar, Iris, doen we dat ieder van ons op onze een eigen manier?
…Misschien niet  zozeer door het schrijven van een dagboek – Spelen we niet elk onze eigen rol, zolang we ons blijven bewegen binnen onze comfort-zone? En kent ieder van ons niet dat moment waarop we even over de haag kijken, in de verte, ons losmaken van onze omgeving en achter ons masker kijken?

Iris – Ja Anker, maar je hebt niet goed geluisterd, ik heb gemerkt dat je even weg was met je gedachten.  Denk er maar nog eens over na…

Anker – Huh! Ja…(lacht)

 

 

 

 

33i – Verdwijnen

Iris Nachtegaal

 

 

Sammy zocht wie hij was.
Zonder dat eigenlijk zelf te weten.

Hij was ongevormde twijfel.

Paste zoals een vloeistof in iedere kom.
Hij vond het vreemd hoe anderen zichzelf aankondigden in zakformaat
Hij was dat niet.
Nu was hij zo, straks anders, maar steeds wel angstig.
Zoals een vloeistof ieder vat kan vullen
zo vulde zijn wezen ieder aanwezigheid
Slechts wanneer hij alleen was
kon hij eventjes op iets als een zelf terugvallen.

Hij zag er steeds gespannen uit -opgetrokken schouders, en wenkbrauwen, handen die zich in elkaar wrongen.
Hij werd schuchter genoemd.

doorleven naar een onzekere toekomst met angst.
Maar ergens was er deze kracht in hem, deze wil tot leven die zou blijven ook wanneer alles rond hem zou wegvallen.

33d – Tijd

Achter het huis van Oma en Opa – een hoog herenhuis in het midden van de stad – ligt een lange smalle tuin. Met veel gras, een hortensia, kerstenkruid en enkele grote perenbomen.

Grootvader stapt over het tuinpad.
Hij beweegt breed zijn armen bij het stappen.
Zijn wit wijd hemd met open kraag, schittert in de zon.
Even sluit Sammy de ogen –
en opent ze even later
– nu is grootva al veel verder over het tuinpad gevorderd –
dat stukje tijd heeft Sammy nu niet gezien.
Gemist.
Voor altijd.

32d – De Hond met de Zwarte Kop

De Hond

Door Iris nachtegaal

Sammy reed met zijn fietsje langs de overkant toen een deur op een kier ging. Een man liet een hond vrij uit.

Een grote hond met een zwarte kop, een dalmatiër die Sammy blaffend achterna liep.

De veilige thuishaven lag een de overkant dus fietste Sammy snel de straat over zonder nog te durven omkijken.

Een auto stopte met knarsende remmen.

De chauffeur was daarna niet meer in staat om verder te rijden.
De geburen boden hem een glas water aan.
Hij had een voorgevoel, daardoor was hij trager gaan rijden.

De dalmatiër met de zwarte kop werd nadien nooit meer in de straat gezien.

32 b – Het Vuur

Licht Vuur

Door Iris Nachtelgaal

Sammy hield van vuur maken.
Krantenpapier of hout in brand steken.

Vlammen zijn wonderlijk dansende geesten.

Hij zorgde er wel voor dat hij steeds een emmer water bij de hand had. Maar grootmoeder was erop uitgekomen dat hij een brandje had aangemaakt in het hok. Niet omdat ze brand had geroken maar omdat de jongens zich in het kot hadden teruggetrokken en stil waren.
Te laat hadden ze haar zien afkomen. Met rasse schreden naderde ze en zweeg, wat uitzonderlijk was.
Ze keek grim. Zoals een non op een devote manier grim kijkt.
Zo waren ontdekt!
En ‘s avonds ging zij dat zeker aan Ma en Pa vertellen.
Om de slagen en gekijf af te wenden dacht Sammy dat het beter was om het zelf te berde te brengen voordat oma het zou aanbrengen.

Hij kon haar de pas afsnijden.

Moeder zei dat hij een pyromaan was, en dat hij zich zou moeten schamen.
Maar zan het aanmaken van een kampvuur werd niet gedacht.

Sammy zal zich nooit een aanmoedigend woord van zijn ouders kunnen herinneren. Niet één enkele goedkeuring.
Maar hij stond daar nooit bij stil.
Hij aanvaarde dat onvoorwaardelijk.
Omdat hij zich niet kon voorstellen dat het anders kon.
Hij nam het beeld de ouders van hem hadden over als getrouw.
En had enkel de kritiek voor zichzelf die de ouders op hem gaven.

Hij diende voor de wereld te verbergen hoe slecht en mislukt hij wel was.

Niemand mocht te weten komen welk ongebroed zijn vader had.

Wanneer zij samen met vader aan tafel zitten, zijn ze met zijn jongere broertje in de weer en soms met elkaar.
Hem kijken ze nooit aan.
Vader zit soms schuin aan tafel.
Hij leunt daarbij op de elleboog terwijl hij met de romp gedraaid in zijn bord plukt.
Kijkt ook niet meer naar moeder.
Met de rug naar Sammy.

Wanneer de soep wordt opgediend snort hij – Die soep is zuur! Ik wil ze niet!- Hij zet zijn bord neer op de vloer.
De hond komt er aan ruiken en keert zich af.
-zie de hond wil het ook niet!
-moeder ontsteekt in woede.
Haar geschreeuw zal uren duren.
En bij de buren duidelijk te horen zijn.
Wat roept zij?
Niemand zal het zich ooit herinneren.

50 – Het Harnas

Sammy

Door Iris Nachtegaal

Hoe hij wegschoof, en verder wegschoof om plaats te maken voor die verdrukkende vader die alle ruimte innam. Zoals een jongere boom krom groeit onder een oudere die hem licht en ruimte ontneemt.
Vader die het centrum van het huishouden en het universum scheen te zijn.
Alles draaide rond hem, en wat dat niet deed werd listig ontmoedigd.

Sammy had geleerd om zich te redden door zich af te zonderen.
Door eenzaamheid op te zoeken, door zich in zijn kamertje terug te trekken.
Wanneer hij alleen was, dan kon hij standhouden.

Door het breken met de anderen, kon hij voor zichzelf zorgen.

– Kwam hij tot leven in zijn eigen verhalen.

En dat bleef zo.
In hem was zijn eigen ruimte.
met zijn eigen ritme.
Zijn eigen verhaal waar aan anderen een rol werd toebedeeld.
Soms werden zij figuranten, of personages, stemmen, dialogen.
Telkens in moeilijke perioden zal dit zijn uitweg zijn.
Zich terug trekken.

Daaruit vloeide voort, dat ook hij, tegenover de anderen, een rol ging spelen.

Eens hij het stilzwijgen had verbroken restte hem deze aangemeten rol.
Zoals hij ook de anderen tot personage in zijn voorstellingswereld had gemaakt.
Zo speelde hij nu zelf zijn eigen rol ten overstaan van die anderen.
Zijn wereld was zijn schouwtoneel.

Soms kwam Sammy hovaardig over. Breedsprakig, zelfs betweterig.
Zoals ook zijn vader die rol tegenover de huisgenoten speelde.
Hij had nooit geleerd om mens tussen de mensen te zijn.
Om met anderen te delen.
Hij voelde zich steeds een vreemde, een buitenstaander.
Met wie niemand iets deelt.

En die zelf ook nooit geleerd heeft om te delen met anderen.

Zich in zichzelf keren – ultiem terugtrekken.
Voor alléén zijn kiezen.

Zijn eigen hulpverlener worden.
Zijn kostbaarste bezit werd dat kamertje.
Dat ontstolen moment waarin hij zich kon afsluiten.
Dat schild waaronder hij af en toe naar de anderen kon.
Dat harnas dat hem beschermde.
Hij werd toeschouwer – geen mededinger of medewerker, of mede…

En soms keerde dat even om – dan stapte hij zelf in een rol om naar de anderen toe te kunnen. Een andere mogelijkheid bestond er voor hem niet.

De buitenwereld – een theater – een arena.

Het werd onmogelijk om op te komen voor zichzelf, om zich te verdedigen vanuit deze toestand.
Omdat hij zijn eigenlijke positie onmogelijk kon bepalen.
Kon hij nooit de kracht zijn emoties voelen.
Hij kon die ook niet laten blijken doordat hij afhankelijk was van het omhulsel dat hij om zich heen gesponnen had. Van uit zijn eigen kern voelen en handelen was onmogelijk, omdat hij die niet kende.  Of toch – zo beeldde hij zich dat in.
Hij wist niet wie hij was en waartegen hij zich diende te verweren.
Maar de anderen die zagen dat echter wel.

De jongeren om hen heen werden trouwens meer en meer meester in dat sociaal spel, waarin ze opgroeiden.
Die hadden geleerd om komedie te spelen.

Ze hadden door doen en laten opgestoken hoe zich te verhullen. De anderen wisten wel wie ze waren en wat ze wilden.

Zij kenden zichzelf genoeg om te weten dat zij zich konden voordoen zoals zij niet waren om te bekomen wat zij wilden. Zij leerden zich precies op deze leeftijd  gedragen op de manier waarop dat hen het best uitkwam, het meest voordeel opleverde. Voor hen was verhullen bespelen, een manier om verdoken hun slag thuis te halen. Jongeren uit de betere burgerij waren daar voortreffelijk in.

De zonen van politici, en in het bijzonder deze die veel naar de kerk gingen muntten daarin uit!
Maar Sammy’s schild was zijn enige toevluchtsoord.

Geen bewust gekozen strategie die gegroeid was uit het sociaal spel maar een schuiloord uit noodzaak.

Daardoor leerde kon hij zichzelf nooit goed leren kennen.
Hij zweeg, zodat noch hij, noch de anderen, precies wisten wie hij was.

Maar op sommige momenten kon dat omslaan.
Dan kon hij plots agressief te keer gaan.
Gestuwd door een onbedwingbare macht…

(Dat zou allemaal duidelijker worden tijdens een verblijf in een vakantie kolonie aan de kust; een briefwisseling werpt hier veelt op – maar dit vertel ik jullie later)

– Liefde –

Hij werd verliefd van op een afstand.
En zelfs wanneer het tot omgang kwam bleef hij zich afsluiten.
Tot op het seksueel moment.
De andere was steeds een brug die hij diende te overschrijden. Nooit een gezellig gebeuren.
Hij had vooral slechte vrienden, die van hem gebruik wisten te maken. Of die hem verwijten maakten in dezelfde woorden als zijn ouders. Dat was de bekende wereld voor hem.

Een meisje trok hem bijzonder aan, precies omdat ze hem verwierp, omdat ze hem “belachelijk” vond, zoals zijn moeder.
Zij gebruikte dezelfde woorden.
Zij zag op dezelfde manier als zijn moeder zijn bespottelijkheid. Zijn kleinheid, zijn “onnozelheid”, zijn lafheid…
Zo dat hi dacht dat zij hem werkelijk zag zoals hij was.

In zijn slechte vrienden hoorde hij de weerklank van de woorden van vader en en in zijn slechte vriendinnen de verwijten van moeder.
Anderen naderden hem tot oneindig.

Sammy keek en luisterde en bouwde zo zijn wereld op.
Met de objecten uit de buitenwereld die hem daar het meest geschikt toe leken. Een theater gericht naar een toeschouwer.
Deze omstandigheden die niet om dialoog vroegen.
Die dingen raakten hem waaraan hij kon meedoen als toeschouwer.
Waarin zijn veelheid van zielroersels hun plaats en vorm in konden vinden. Die exploreerden zijn steeds groeiende wereld. Litteratuur liet hem zien dat de mensen meer waren dan gevels zonder iets daarachter. Muziek werd zijn voorstellingswereld van passies, beelden vooral film de mogelijkheden in de werkelijkheid.
Alles andere wat zijn verbeelding niet tartte werd door Sam saai bevonden.
Elke stoffelijke directe omgang met de wereld. Elke handelswijze die zich daartoe beperkte. En iedere zakelijke voorstelling De wereld die kon worden opgeteld en afgetrokken interesseerde hem niet.
Alles wat niet probeerde het mysterie te doorgronden. Het begrijpen van wonderlijke dingen zoals de lichtbreking door een prisma in kleuren.

Maar liefde kan je niet alleen beleven.
Verliefd worden en seksualiteit.
Lichamelijke nabijheid.
Sammy kende geen vorm van aanraking.
Sinds jaren mocht niemand hem lijfelijk aanraken ook zijn ouders niet. Hij duwde hen weg wanneer ze hem wilden knuffelen. Hij vertrouwde hen niet meer. De ene keer waren zijn zacht, omdat ze iets van hem wilden gedaan krijgen. En daarna staken zij hem het mes in de rug. Ze waren onvoorspelbaar.
Ze hadden hem te veel pijn gedaan.
En hij raakte ook niemand aan. Hij keek en luisterde.
Keek door de anderen heen en luisterde door hen heen.
Begreep hen soms beter dan zijzelf zich begrepen.

Zijn blik werd ongenadig. Maar hij bracht geen woord uit.
Of soms heel scherp en raak. Zodat moeder kwaad op hem werd.
“Waarom bekijkt ge mij altijd zo?! Waarom kijkt ge mij zo naar mij !?” schreeuwde zij uit.
Ze kon zijn blik niet meer verdragen.
Zijn verwijtende borende blik. Die de indruk gaf alles gezien te hebben. En een mond die nooit sprak.

Maar Sammy mekte al spoedig dat allen zijn, en met rust gelaten te worden, een buitengewone luxe is. Dat gold zeker zo voor een kind. Kinderen worden niet alleen gelaten.
Kinderen moeten in groep blijven. Meespelen de anderen. Meestappen. In de rij lopen.
Deze schoolse situaties werden Sammy tot hel.
Het verplicht moeten meedoen – de verplichting om voortdurend te moeten omgaan met anderen werd een hel. Zijn hel dat waren de anderen. De klas en alles wat daarmee verband kon houden.
En het samenzijn met de ouders. Het samen aan tafel zitten. Samen met mama en papa en met zijn broertje. Dat dagelijks rond de tafel waar blikken zelden zijn richting uitgingen.
Waar was de uitweg? – dacht hij.