49 – De Vlek

 

de vlek

Door Iris Nachtegaal

Sammy had steeds het gevoel van vuil te zijn, te stinken een donkere vlek te zijn voor de anderen.
Moeder en ook vader wezen hem daar regelmatig op.
Ze zegden regelmatig dat hij kwalijk rook – Sammy stonk!
Het klonk bezorgd, werd op een bekommerde toon gegeven, als een raadgeving, iets waar een ouder een kind op diende te wijzen opdat het mer zorg voor zichzelf zou dragen.
Maar eigenlijk was het een verwijt.

Er was een donkere reden waarom Sammy’s moeder dat steeds deed.
Terwijl vader hem ontmoedigde door cynische spot. Die eigenlijk de schijn had van aan te porren: op te roepen tot het beter te doen. mer te presteren.

Maar eigenlijk was het niet dat, het was ontmoedigen zodat Sammy zou opgeven.

Sammy vond dit niet vreemd.
Hij geloofde werkelijk dat ze het goed met hem meenden, en dat hij inderdaad stonk en voor niets deugde en dat zijn ouders het bij het rechte eind hadden – dat hij voor niets deugde en voor alles zijn ouders nodig had.
Die spanden zich immers voortdurend voor hem in, die ondersteunden hem, of beter – zij droegen hem voortdurend als last.

Later nestelden deze stemmen van vader en moeder zich in zijn binnenste.

Hij droeg ze voortdurend met zich mee en ze bleven steeds op die zelfde toon tot hem spreken.

Advertenties