28 – De Turnles

De turnles

Ik ben wat geschrokken toen ik deze tekst van Iris vond!
Hoe zij Sammy in de turnzaal beschrijft.

Sport en wiskunde zijn zowat de dingen die mijn aandacht nooit doen verslappen. Enkele uurtjes de benen strekken, “afzien”, je grenzen wat verder proberen te verleggen en dan lekker onder de douche – om daarna van één van de weldaden van dit land te kunnen genieten: Een héérlijk pakje friet met mayonaise en een fijn, koel, helder pintje bier erbij! – zalig!

Maar aan de hand van Sammy’s aantekeningen heeft Iris een heel ander beeld van turnen en sporten geschetst. Een zienswijze die blijkbaar een kenmerkend portret van Sammy toont.
Zijn ervaringen dateren ook nog uit een tijd toen dat hier “lichamelijke opvoeding” heette.
Lichaamsoefening voor jongens die een haast militair karakter vertoonden.

Hier volgt het:

 

 

Turnen

Door Iris Nachtegaal

De schoollokalen galmden.
Glanzende stenen in ondefinieerbare kleuren.
Gladde naakte groenblauwe muren.

In het schoolgebouw werd iedere kleur een zonde.
Een ongewenst teken van frivoliteit en lichtzinnigheid.
Blijheid diende verbannen te blijven tot buiten deze ruimten.
De gangen van de schoolgebouwen waren met een ondefinieerbare grijsachtig coloriet bekleed dat, dan aan groen, en dan weer eerder aan blauw deed denken.
Met overal gespikkelde tegels die iedere fantasie de kop indrukten.
Aan de wanden waren vergrijsde reproducties van oude kunstwerken uit kerken en musea te zien.

De turnzaal had nog meer leegte dan de andere lokalen en galmde dan ook nog harder.
De klaslokalen roken muf naar oud papier en stofferige rommel.
De turnzaal stonk naar zweet in turnpantoffels.

Een smal horizontaal raam, net onder het plafond maakte dat er een kenmerkend grijs licht naar binnen kon schijnen.
Het kaatsen van de bal had er een zinderend galmen tot gevolg.
De bevelen bulderden door de turnzaal.
Onderwerping, pressie juk.

De jongens hingen naast elkaar aan de sportramen.
Sammy zag hun ribbenkasten op en neer gaan en hun gespannen gezichten in de moeite die ze hen kostten om hun greep niet te lossen.

Sammy herkende de hangende gemartelde lichamen uit de foto’s van concentratiekampen.

Bruutheid hardheid tucht en discipline.

Galmende overstaanbare kreten.
Het knallen van de lederen bal op de betonnen vloer.
Out! He! How!
Klap gestamp van turnpantoffels.

daveren
galmen
denderen, donderen, dreunen,
bulderen
brullen, denderen, donderen, fluiten, gieren, razen, rommelen, stormen,
tekeergaan, tieren
bulderen, daveren, uitvaren
dreunen
bulderen, daveren, denderen, donderen, knallen, kraken, rommelen, trillen
denderen, donderen, dreunen
buitelen, donderen, duikelen, duvelen, flikkeren, glippen, instorten, kieperen, kletteren, kwakken,
omvallen, onderuit gaan, ploffen, plonzen, rollen, smakken, storten, struikelen, tuimelen, uitglijden
smijten (ww) :
, gooien, kegelen, keilen, kieperen, kletsen, knallen, kogelen, kwakken, lazeren, mieteren, patsen, plenzen, slaan, slingeren, smakken, sodemieteren, werpen
gooien (ww) :
kegelen, keilen, kieperen, kwakken, lazeren, mieteren, mikken, slingeren, smakken, smijten, sodemieteren, storten, werpen

 

Sammy walgde van de turnlessen.
Hij gruwde met heel zijn wezen om de lichamelijke dwang en de bevelen te moeten ondergaan.
De verplichte bewegingen.
Allemaal gelijk!

De zinloosheid.
Het beestachtige in de mens dat onmiskenbaar bovenkomt.
de africhting.
De haat in de ogen van de tegenstander.
De onmogelijkheid tot het maken van één vrije beweging, tot één gedachtengang.

Verstarring van de fysieke dwang.

Turnlessen waren onderricht in onderwerping, vernedering en gehoorzaamheid.

Het gedwongen inpassen.

 

Het begon reeds bij de dwang van het uitkleden in dat muffig hok.
De weë geuren.
Het lokaaltje met dat ééne kleine raam en die dikke muren met een deurloze opening dat als een hol toegang gaf tot de turnzaal,  en waar het altijd lijfelijk stonk.
Vale blauwgeelgroene linolium vloer.
Het grote klimrek dat beangstigend tot tegen het hoge plafond reikte.

 

de toegeblafte bevelen.
de onmogelijkheid tot keuze.
dat alles boezemde Sammy angst in

Die botte trekken van de turnleraar, een hersenloze centurion.
die graag seksuele zinspelingen maakte.
De niet aflatende druk om onder dwang handelingen te moeten uitvoeren.
De bevelen op te volgen. Bevelen steeds bevelen, steeds heersen.

De botte zelfingenomenheid en afgestomping die iedere turnleraar kenmerkte.

 

Het was Sammy nooit om mogelijk zijn aandacht bij turnoefeningen te houden.
Hooguit sloeg hij er in zich tien minuten op sport te concentreren.
Daarna gleden zijn gedachten noodwendig af.

In turnlessen kon hij enkel zinloosheid en beestachtigheid zien.

Zo worden honden afgericht.

Het scherp kirrend gefluit weerkaatste door de zaal en de bal botste en sloeg, belachelijk nutteloos, zinloos, beestachtig.

Maar nu komt de bal op Sammy af, en hij weet niet wat hij moet doen…

Het ergerde hem dat de klasgenoten wiens blikken anders zo mat voor zich uit staarden nu plots ernstig en scherp konden kijken.
Zij werden nu gemakkelijk kwaad door een wanstaltig belang te hechten aan wat er met een bal gebeurde.

Sammy wou liever niet meedoen.
Weg van die dwang – weg van deze anderen. Die nu, op ieder moment hun volle aandacht konden geven aan het meest ledige voorwerp ter wereld: een bal, en de meest zinloze handelingen die ermee gepaard gingen, die het meest botte in de mens naar boven brachten.

Ieder dierlijk gedrag is edeler dan de aanstellerij van sport.

Daardoor was het hem niet toegestaan om zijn denken richten,

Sport en turnen bannen verbeeldingskracht uit.

In de klas kon hij uren na elkaar wegdenken en dromen, terwijl de leraar een uur nodig had om iets uit te leggen dat gemakkelijk op tien minuten kon worden begrepen.

gedurende die tijd kon hij zich een wereld voorstellen, zich af te vragen hoe het daarbuiten was.

Maar de turnlessen dwongen hem gedurende twee uur al zijn aandacht verplicht en gedrild te richten naar dat dom wegspringend voorwerp.
Sammy haatte sport, haatte de turnleraar en haatte alle leerlingen die daar in konden meegaan.

Sport was voor hem de laagste mogelijke vorm van menselijk gedrag.
Het beest dat bovenkomt.
De gefrustreerde mens die rochelt, spuwt, brult, rood van kwaadheid aanloopt, die de andere schopt en slaat, duwt, het beestachtige stond op hun smoelen af te lezen.

Wanneer de bal dan toch op hem afkwam waren zijn gedachten zover verwijderd dat hij niet meer wist wat ermee aan te vangen.

naar welke kant moest de bal? In welk team speelde hij?
Was het doel gekeerd?
Er werd geroepen en gevloekt.

En de lamme sportleraar deed niets.
Voortdurend geplaatst te worden tegenover een tegenstrever.

De jongens schoven aan in rij voor de oefening aan de bok, die steeds iets wijzigde.
Sammy liep aan maar hij kon zich totaal niet meer voorstellen wat er van hem werd verwacht.
Hij liep en stopte zonder nog te weten wat te moeten doen.

 

 

Advertenties