23 – De Donkere Kamer

 

De Bel

Door Iris Nachtegaal

Sammy haatte het geratel van een bel.
Een bel is de snerpende aankondiging van de storende anderen.
Maar soms toch ook het verlossende signaal aan het einde van een schooldag.

Sammy werd helemaal opgenomen door wisselende stemmingen.
Hij kon zich op een loden manier lusteloos voelen, of werd opgewekt enkel door het bekijken van de lichtspelingen over het tafeloppervlak.

Het wolkendek zonder blauwe opening, hing als een zeil over de daken en drukte meer op hem dan ieder ander ding.

Maar grootvader zei dat dit het beste weer was.

-Het regent niet en de zon schijnt niet in uw ogen!

De druk die hij ondervond steeds iemand te moeten zijn, en niet naamloos een toeschouwer te kunnen blijven zoals een kind.

Een kind kijkt maar communiceert niet met de kijkende ogen.
Het kan kijken zonder dat de blik contact maakt.

Een kind kijkt op een manier waarop volwassenen dat dragelijk vinden.

Maar de blik van Sammy was ondragelijk, star en borend.
Zijn moeder kon zijn blik niet verdragen.
Waarom bekijkt ge mij altijd zo!
had zijn moeder naar hem ooit kwaad toegeroepen.

Maar opgroeien betekende ook dat hij leerde om niet naar de anderen kijken.
Kijken wilde iets zeggen.

Hij mijmerde:

Ieder leeft in de eigen donkere kamer

– een cinemazaal waarin de camera’s van de ogen

ieders eigen film van een wereld projecteren.

Advertenties